Is plantaardige melk een gezond alternatief voor ‘gewone’ (koe)melk..?

Amandelmelk, erwtenmelk, geitenmelk, havermelk, (rauwe) koemelk, kokosmelk, schapenmelk, sojamelk, rijstmelk… De keuze is reuze. Waar de één zich geen eetpatroon zonder ‘gewone’ (koe)melk kan voorstellen, kiest de ander liever voor een plantaardig alternatief. Zonder bepaalde keuzes af te kraken, leg ik je in dit artikel uit welke soorten melk er zijn – en in hoeverre ze een gezonde keuze kunnen vormen voor jouw gezondheid – en in relatie tot vage ‘onverklaarbare’ gezondheidsklachten.

plantaardige melk

Melk is goed voor elk

De visie rondom melk(producten) is gedurende de geschiedenis nogal eens veranderd.

Hoewel ‘gewone’ (koe)melk een relatief-hoge biologische waarde en netto-eiwitbenutting heeft, wat inhoudt dat het qua opname en verwerking dicht bij lichaamseigen eiwitten in de buurt komt – en vaak als gezonde bron van eiwitten, vitaminen en mineralen (met name calcium) wordt gezien, heeft het zeker ook nadelen.

Melkproducten bevatten, net als vlees, zogeheten ingebouwde suikermoleculen; bij dieren zijn dat ‘Neu5Ac’ en Neu5Gc’. De suikermoleculen trekken (goede) bacteriën aan – en hebben in die zin dus een functie. Het menselijk lichaam bevat ook ingebouwde suikermoleculen, maar door evolutie alleen nog maar de ‘Neu5Ac-variant’. Het dierlijke Neu5Gc kan door ons mensen niet (meer) worden verwerkt, waardoor het immuunsysteem overactief kan raken.

Melkproducten bevatten ook het dierlijke eiwit caseïne, wat, net als gluten, een exorfine / pijnstillende werking heeft op de darmen; dat lijkt in eerste instantie misschien gunstig, maar het kan er wel voor zorgen dat eventuele darmbeschadigingen onopgemerkt blijven. Hoewel caseïne ook gezondheidsvoordelen heeft, zijn er aanwijzingen dat (een teveel aan) caseïne mogelijk in verband gebracht kan worden met diverse auto-immuunziekten.

Ook de aanwezige leucine, een essentieel aminozuur (bouwstof van eiwitten), in ‘gewone’ (koe)melk valt te bekritiseren. Hoewel leucine in principe een belangrijke voedingsstof is, is de hoeveelheid leucine in koemelk voor mensen eigenlijk te hoog, waardoor de groei van onder andere organen en weefsels als het ware overgestimuleerd kan worden, wat kan leiden tot opslag van vet en snellere veroudering.

plantaardige melk

Niet iedereen reageert even goed op melk(producten), en er wordt dan ook met regelmaat gekozen voor een plantaardig alternatief; maar is dat nou wel zo’n goed idee..?

Voor we de voor- en nadelen van plantaardige melk op een rijtje gaan zetten, wil ik je eerst nog even uitleggen hoe het kan dat je gevoelig op ‘gewone’ (koe)melk kunt reageren; dat heeft namelijk alles te maken met het enzym ‘lactase’. Lactase is het enzym dat lactose (uit melkproducten) afbreekt. Bij een tekort aan lactase kan lactose echter gaan fermenteren, wat kan leiden tot diverse vage ‘onverklaarbare’ gezondheidsklachten, waaronder diarree en gasvorming; wanneer je dergelijke klachten ervaart, is het dus te allen tijde van belang om de oorzaak (achter de oorzaak) te achterhalen.

De nadelen van plantaardige melk op een rijtje

Nadelen van plantaardige melk:

– Sommige plantaardige melksoorten (met name amandelmelk en havermelk) bevatten (kleine hoeveelheden van) het schadelijke ‘acrylamide’, wat kan ontstaan tijdens het roosteren van noten. Peulvruchten bevatten bovendien relatief-veel antinutriënten;

– Bij de bewerking van plantaardige melk worden vaak hoge temperaturen (vaak tot wel 150 graden) gebruikt, waardoor gezonde voedingsstoffen, waaronder aminozuren (de bouwstoffen van eiwitten), verloren gaan. Ook door processen als filteren en ontvetten worden voedingsstoffen vernietigd;

– Plantaardige melk bestaat over ’t algemeen maar uit een heel klein percentage noten of peulvruchten; de rest is voornamelijk water, (ongezonde) industriële oliën en andere (onnodige) toevoegingen. Ook de toegevoegde vitaminen zijn (helaas) synthetisch;

– Veel plantaardige melksoorten bevatten bovendien (verborgen) suikers;

– De meeste plantaardige eiwitten bevatten niet dezelfde (gezonde) voedingsstoffen (zoals essentiële aminozuren) en de juiste samenstellingen daarvan als ‘gewone’ (koe)melk;

– Toegevoegde enzymen in plantaardige melk zetten de aanwezige complexe koolhydraten om in losse suikers, zodat onder andere zetmeel en vezels verteerd kunnen worden; dat zorgt echter voor een stijgende bloedsuikerspiegel;

– Plantaardige melk kan hoge concentraties aan pesticiden en zware metalen bevatten.

Let op: ook (de binnenzijde van) kartonnen verpakkingen kunnen schadelijke stoffen, genaamd ‘microplastics, bevatten.

plantaardige melk

Is plantaardige melk dan per definitie ongezond..?

Naar mijn mening is in principe (bijna) geen enkel voedingsproduct per definitie als ‘ongezond’ of ‘gezond’ te bestempelen. Zowel ‘gewone’ (koe)melk als plantaardige melk hebben voor- en nadelen. Het is echt per persoon verschillend wat een gezonde keuze kan inhouden. Plantaardige melk van goede kwaliteit kan voor iemand met een ernstige lactose-intolerantie of een koemelkallergie een goed alternatief zijn. Ook wanneer je wegens andere reden geen dierlijke melk wilt nuttigen, kan een plantaardige melkvariant een goede optie zijn.

Plantaardige melkbronnen bevatten overigens ook heus goede voedingsstoffen, zoals bèta-glucanen uit haver, isoflavonen uit soja en vitamine E uit amandelen.

Een ander voordeel van plantaardige melk is dat, hoewel ook de productie van plantaardige melk niet geheel duurzaam is, het wel een minder grote impact heeft op het milieu ten opzichte van koemelk.

Ook de houdbaarheid van plantaardige melk is groter, maar in hoeverre dat een voordeel is, mag je zelf invullen.

Goed om te weten: plantaardige melk bevat doorgaans weinig verzadigde vetten, wat al snel als een voordeel gezien wordt met betrekking tot de gezondheid van het hart en bloedvaten. Verzadigde vetzuren zijn echter niet per definitie ongezond. De gezondheid van vetten draait om de balans tussen verzadigde- en onverzadigde vetzuren in je gehele eetpatroon.

De ene koemelk is de andere koemelk niet

Zoals ik eerder in dit artikel uitlegde, is lactase het enzym dat lactose afbreekt. Ook koemelk wordt doorgaans echter bewerkt, om onder andere de houdbaarheid te vergroten, waardoor lactase en andere voedingsstoffen net zo goed (deels) verloren gaan; rauwe zuivel daarentegen, ondergaat geen sterk bewerkingsproces, waardoor voedingsstoffen optimaal bewaard blijven. Rauwe (onbwerkte) melk zou dan ook positieve effecten kunnen hebben op diverse vage ‘onverklaarbare’ gezondheidsklachten, zoals allergieën, darmklachten en eczeem.

Wil je meer lezen over rauwe zuivel..? Neem dan eens een kijkje op de website van Raw Milk Company.

plantaardige melk

Andere alternatieven

Naast ‘gewone’ koemelk en plantaardige melksoorten, kun je ook nog kiezen voor geitenmelk en schapenmelk. Hoewel er nog weinig geconcludeerd kan worden aan de hand van wetenschappelijk onderzoek over geiten- en schapenmelk, zijn er wel redenen om aan te nemen dat deze melksoorten in sommige gevallen een goed alternatief kunnen vormen. Geiten- en schapenmelk blijken in de praktijk namelijk vaak wat lichter verteerbaar, waardoor er minder snel (darm)klachten worden ervaren.

Zelf je eigen plantaardige melk maken

Voor wie, om welke reden dan ook, geen ‘gewone’ (rauwe) (koe)melk of wil of kan drinken, is er nóg een optie; zelf plantaardige melk maken.

Via onderstaande link vind je een supersimpel recept om zelf amandelmelk te maken van slechts 2 ingrediënten; amandelen en water.

https://www.eefkooktzo.nl/amandelmelk/  

Gefermenteerde zuivel

Los van de discussie tussen dierlijke- en plantaardige melk, is er nog een variant die interessant is om te behandelen; gefermenteerde zuivel.

Bij gefermenteerde zuivel heeft er een proces van fermentatie plaatsgevonden, waarbij toegevoegde melkzuurbacteriën lactose (de suikers uit eiwit) hebben omgezet. Gefermenteerde zuivelproducten staan er om bekend dat ze een positieve werking hebben op de darmen. Vanuit de oervoedingsvisie wordt gefermenteerde zuivel dan ook gezien als een gezonde toevoeging binnen een gevarieerd eetpatroon.

Voorbeelden van gefermenteerde zuivel zijn brie, camembert, crème fraîche, karnemelk, kefir, yoghurt en zure room.

plantaardige melk

Conclusie

Zoals je wellicht gemerkt hebt tijdens het lezen van dit artikel, is de term ‘gezond’ moeilijk te definiëren. Veel voedingsstoffen hebben voor- en nadelen. Het is dus echt van belang dat je weet wat ‘gezond’ voor jou betekent. Wanneer je naar je lichaam leert luisteren – en je ontdekt wat de term ‘gezond’ voor jou inhoudt, dan is het helemaal niet zo relevant meer in hoeverre bepaalde voedingsproducten door de maatschappij als ‘gezond’ of ‘ongezond’ bestempeld worden. Onderzoek wat voor jou werkt. Drink jij graag (rauwe) koemelk – en voel je je daar goed bij..? Helemaal prima! Krijg je echter last van diverse vage ‘onverklaarbare’ gezondheidsklachten met ‘gewone’ zuivelproducten..? Dan kun je wellicht beter voor een ander alternatief kiezen, mits je dus weet waar je op moet letten.

Zoek naar een gezonde balans, waarbij je ervoor kunt kiezen om bepaalde producten wel of niet – of met mate te eten. Focus je op wat voor jou goed werkt, afhankelijk van je gezondheid en eventuele vage ‘onverklaarbare’ gezondheidsklachten.

 

Wil jij je vage ‘onverklaarbare’ gezondheidsklachten leren herkennen, begrijpen en bestrijden – en je eet- en leefpatroon optimaliseren voor een klachtenvrije toekomst..?

Grip op je gezondheid

IK HELP JOU OM TE GAAN LEREN LUISTEREN NAAR JE LICHAAM – EN OM JE KLACHTEN TE GAAN BEGRIJPEN, ZODAT JIJ (WEER) GRIP KRIJGT OP JE GEZONDHEID!

voedingvoorjebrein

ZORG DAT JE NIETS MIST; VOLG ‘VOEDINGVOORJEBREIN.NL’ OP SOCIALE MEDIA!

Voedingvoorjebrein.nl Voedingvoorjebrein.nl

Ⓒ Nicki Jalink – Voedingvoorjebrein.nl, online orthomoleculair voedingsdeskundige

Zijn zoetstoffen een gezond alternatief voor suiker..?

Zoetstoffen zijn sinds de jaren 80 steeds populairder geworden. De vervangers voor reguliere suiker zouden naar zeggen kunnen helpen bij het afvallen – en zouden daarnaast beter zijn voor de algemene gezondheid. Voor veel producten vind je tegenwoordig dan ook een light- of zerovariant. De laatste jaren ontstaan echter steeds meer twijfels over de suikervervangers; zijn ze wel zo onschadelijk als gedacht werd..? Wat zijn zoetstoffen nou eigenlijk precies, en zijn ze wel zo’n gezond alternatief voor suiker..? In dit artikel leg ik je uit welk verschillende zoetstoffen er zijn, of ze als een gezond alternatief van ‘gewone’ suiker kunnen dienen – en welke invloed ze kunnen hebben op jouw gezondheid en vage ‘onverklaarbare’ gezondheidsklachten.

zoetstoffen

Soorten zoetstoffen

Zoetstoffen worden grofweg ingedeeld in twee soorten categorieën.

Soorten zoetstoffen:

    • Intensieve zoetstoffen
    • Extensieve zoetstoffen (polyolen)

Intensieve zoetstoffen zijn tientallen- tot soms wel duizenden keren zo zoet als gewone suiker, en ze bevatten nauwelijks- tot geen calorieën.

Extensieve zoetstoffen zijn veel minder zoet, leveren nog minder calorieën dan de intensieve variant – en worden voornamelijk gebruikt als vulmiddel.

Vaak wordt in bewerkte producten een combinatie van zoetstoffen gebruikt om de smaak van suiker zo goed mogelijk te evenaren – en om eventuele bijsmaken te maskeren.

De gevolgen voor jouw gezondheid

De voornaamste reden voor de twijfels rondom zoetstoffen komt door de nadelige gezondheidseffecten die de suikervervangers kunnen veroorzaken volgens (recente) onderzoeken.

Waar voorheen gedacht werd dat zoetstoffen (in tegenstelling tot suiker) geen enkel effect hebben op de bloedsuikerspiegel, blijkt dat sommige suikervervangers (met name sacharide en sucralose) wel degelijk bloedsuikerpieken kunnen veroorzaken. Ook blijken ze het lichaam niet geheel onverteerd te verlaten, wat vragen oproept rondom de spijsvertering.

Hoewel de meeste zoetstoffen (vooralsnog) geen effect lijken te hebben op de bloedsuikerspiegel, blijken ze wel een nadelig effect te kunnen hebben op de gevoeligheid voor insuline, wat een voorstadium kan vormen voor diabetes type 2. Ook doen de suikervervangers iets met de hersenen; doordat ze nagenoeg geen calorieën bevatten, wordt het hongercentrum in de hersenen als het ware ‘gefopt’. De hersenen kunnen geen energie halen uit de ‘nepsuikers’, waardoor het verzadigingsgevoel uitblijft – en opnieuw een hongergevoel kan oproepen. Er zijn dan ook aanwijzingen dat het uitblijven van een verzadigingsgevoel een vorm van suikerverslaving kan veroorzaken.

Zoetstoffen worden overigens vaak in verband gebracht met afvallen. Omdat de suikervervangers aanzienlijk minder calorieën bevatten dan reguliere suikers, zijn ze populair binnen de dieetindustrie. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) heeft echter laten weten dat zij het afraden om de nepsuikers te gebruiken als middel om af te vallen, omdat de gevolgen van langdurig gebruik onbekend zijn.

Mogelijke bijwerkingen van zoetstoffen

Naast negatieve effecten op de gezondheid, kunnen zoetstoffen ook directe bijwerkingen veroorzaken.

Mogelijke vage ‘onverklaarbare’ gezondheidsklachten door het nuttigen van (een teveel aan) zoetstoffen:

    • Buikpijn
    • Diarree
    • Flatulentie
    • Hoofdpijn
    • Misselijkheid
    • Een opgeblazen gevoel

“Zijn er ook gezonde zoetstoffen?”

Niet alle zoetstoffen hoeven per definitie ongezond te zijn. Zoetstoffen zijn E-nummers, en net als bij andere additieven kunnen ze onderverdeeld worden in kleurcategorieën. Over het algemeen geldt dat de groene E-nummers veilig gebruikt kunnen worden, dat met de oranje E-nummers uitgekeken moet worden – en dat rode E-nummers (zeer) schadelijk kunnen zijn. Het is dus te allen tijde aan te raden om etiketten te (leren) lezen – en de ingrediëntenlijst van bewerkte voedingsproducten nader te onderzoeken.

zoetstoffen

zoetstoffen

Niet alle zoetstoffen hoeven dus per definitie ongezond en/of schadelijk te zijn. Een aantal suikervervangers kunnen prima worden gebruikt als natuurlijke zoetstof, mits ze niet dusdanig zijn bewerkt dat er niks natuurlijks meer aan is.

(Redelijk-)Veilige suikervervangers:

    • Erythritol (met mate)
    • Stevia
    • Thaumatine
    • Berkensuiker / Xylitol (met mate)

Ook voor de (redelijk-)veilige zoetstoffen geldt uiteraard dat ze met mate genuttigd zouden moeten worden – en dat altijd gelet dient te worden op de afkomst en de samenstelling. Van erythritol is bijvoorbeeld bekend dat het in grote hoeveelheden mogelijk bloedklonters kan veroorzaken, met beroertes en hartaanvallen als mogelijke gevolgen.

Wist je overigens dat xylitol een positief effect blijkt te kunnen hebben op het gebit..?

Goed om te weten

Hoewel er vanuit de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) aanbevolen dagelijkse innames worden vastgesteld voor elke soort voedingsstof, dient er ook rekening gehouden te worden met het ‘stapelen’ van stoffen. Een aanbevolen dagelijkse hoeveelheid (ADH) wordt vastgesteld voor een bepaalde voedingsstof in 1 bepaald product – en houdt geen rekening met de totale hoeveelheid die vanuit diverse producten genuttigd wordt. Of zoetstoffen zich in het lichaam blijvend kunnen opstapelen, daar zijn de meningen over verdeeld. Waar de wetenschap enerzijds beweert dat de nepsuikers het lichaam weer geheel verlaten, zijn er anderzijds ook aanwijzingen dat de suikervervangers wel degelijk opgeslagen kunnen worden in het lichaam.

Aangezien er steeds meer twijfels ontstaan over het gebruik van zoetstoffen, maar hier nog relatief-weinig onderzoek naar is gedaan – en de effecten op lange termijn nog onbekend zijn, is het dus raadzaam om voorzichtig te zijn met de suikervervangers. Ik hoop dat je een stuk wijzer bent geworden van dit artikel – en dat ik je heb gemotiveerd om je eigen verantwoordelijkheid voor je gezondheid te nemen; niemand anders gaat dat immers voor je doen.

 

Wil jij je vage ‘onverklaarbare’ gezondheidsklachten leren herkennen, begrijpen en bestrijden – en je eet- en leefpatroon optimaliseren voor een klachtenvrije toekomst..?

Grip op je gezondheid

IK HELP JOU OM TE GAAN LEREN LUISTEREN NAAR JE LICHAAM – EN OM JE KLACHTEN TE GAAN BEGRIJPEN, ZODAT JIJ (WEER) GRIP KRIJGT OP JE GEZONDHEID!

voedingvoorjebrein

ZORG DAT JE NIETS MIST; VOLG ‘VOEDINGVOORJEBREIN.NL’ OP SOCIALE MEDIA!

Voedingvoorjebrein.nl Voedingvoorjebrein.nl

Ⓒ Nicki Jalink – Voedingvoorjebrein.nl, online orthomoleculair voedingsdeskundige

Eén van de grootste oorzaken van vage ‘onverklaarbare’ buikklachten komt door een tekort aan vezels

Eén van de grootste oorzaken van vage ‘onverklaarbare’ buikklachten bij mensen komt door een tekort aan vezels. Maar liefst ruim 80% van de mensen krijgt dan ook te weinig vezels binnen. In dit artikel leg ik je uit wat vezels precies zijn – en waarom ze van groot belang zijn voor jouw darmgezondheid.

vezels

Wat zijn vezels, en waarom zijn ze zo belangrijk..?

Vezels is een verzamelnaam voor een bepaalde groep koolhydraten die niet in de dunne darm kunnen worden verteerd, maar die als onverteerbare bestandsdelen onaangetast naar de dikke darm gaan. Vezels worden ook wel voedingsvezels genoemd.

Voedingsvezels kunnen we onderverdelen in twee categorieën.

Soorten voedingsvezels:

    • Oplosbare voedingsvezels

Oplosbare voedingsvezels worden in de dikke darm bewerkt door darmbacteriën. De vezels lossen vervolgens op in water – en maken zo de ontlasting dikker en stroperiger, waardoor de verteringstijd wordt vertraagd. De oplosbare vezels trappen als het ware op de rem van het verteringssysteem; daardoor wordt er niet te snel te veel glucose in het bloed opgenomen, wat een stabiele bloedsuikerspiegel oplevert.

    • Niet-oplosbare voedingsvezels

Niet-oplosbare voedingsvezels zijn nauwelijks- tot niet af te breken door darmbacteriën, maar toch heeft ook deze soort een belangrijke functie met betrekking tot de gezondheid; namelijk het vasthouden van vocht in de dikke darm. Voldoende vocht en vezels zorgen ervoor dat de ontlasting niet te stevig wordt; daardoor is er meer beweeglijkheid in de darmen, wat zorgt voor een betere stoelgang.

Voedingsvezels spelen niet alleen een belangrijke rol bij de bloedsuikerspiegel en de algemene darmfunctie, maar ze kunnen ook het cholesterolgehalte helpen verlagen, het risico op darmkanker verkleinen – en ze hebben een positief effect op hart- en vaatziekten.

Bij de afbraak van oplosbare voedingsvezels ontstaan bovendien korte ketens van vetzuren; die ketens hebben een ontstekingsremmende werking. Voedingsvezels schuren ook je tanden schoon, en ze zorgen ze voor een verzadigd gevoel.

Bronnen van vezels

Oplosbare vezels vind je met name in fruit (voornamelijk in appels en in citrusfruit) en peulvruchten.

Niet-oplosbare vezels vind je in (volkoren) graanproducten, groenten (vooral in bonen en in uien) – en ook in noten en in pinda’s.

Voedingsvezels komen dus uitsluitend voor in plantaardige voeding.

Er worden ook regelmatig voedingsvezels aan bepaalde producten toegevoegd; het blijkt echter dat die producten minder effectief zijn wat betreft de gezondheidsvoordelen dan een product dat van nature voedingsvezels bevat.

Functies van vezels

De belangrijkste functies van voedingsvezels op een rijtje:

Voedingsvezels…

…verbeteren de darmbeweging – en zorgen daarmee voor een goede passage van de ontlasting richting de uitgang;

…verbeteren de stoelgang;

…en veroorzaken een gevoel van verzadiging, waardoor je minder snel zult overeten.

Oplosbare voedingsvezels vertragen bovendien de spijsvertering van koolhydraten, waardoor je bloedsuikerspiegel stabiel(er) blijft, waardoor het risico op dementie, diabetes type 2, hart- en vaatziekten, kanker en overgewicht aanzienlijk kan worden verminderd.

De aanbevolen dagelijkse hoeveelheid (ADH) van voedingsvezels

De vastgestelde aanbevolen hoeveelheid voor voedingsvezels is zo’n 30-40 gram per dag, maar die aanbevolen hoeveelheid is op zichzelf eigenlijk niet voldoende. Naast voldoende voedingsvezels binnenkrijgen, is het namelijk minstens zo belangrijk dat je ook voldoende water drinkt.

Een tekort aan voedingsvezels in combinatie met te weinig vocht is één van de grootste oorzaken van darmklachten.

Vezels en vocht in balans

Vezels zijn dus afhankelijk van vocht. Zonder voldoende vocht kunnen darmklachten aanhouden – of zelfs verergeren.

Waarom is vocht dan zo belangrijk..?

Bij diarree zorgen voedingsvezels voor stevigere ontlasting. Wanneer ontlasting echter té stevig wordt, dan spreken we van verstopping. Bij verstopping is het noodzaak dat de voedingsvezels voldoende vocht kunnen opnemen, om smeuïgere ontlasting te kunnen creëren. De consistentie van je ontlasting – en daarmee een groot deel van je darmgezondheid – is dus afhankelijk van zowel de hoeveelheid voedingsvezels die je binnenkrijgt, als de hoeveelheid water die je drinkt. Zorg er, naast de inname van vezels, dus ook altijd voor dat je voldoende water drinkt.

vezels

Tips om meer voedingsvezels binnen te krijgen

1. Start de dag met een vezelrijk ontbijt

Een gezond ontbijt is de basis voor de rest van je dag. Er zijn veel verschillende soorten ontbijtgranen verkrijgbaar; ze verschillen echter nogal in de hoeveelheid voedingsvezels – en het is dus raadzaam om bewuste keuzes te maken.

Tip: voeg eventueel wat lijnzaad toe aan je yoghurt, kwark of smoothie(bowl); lijnzaad bevat namelijk 1,7 gram vezels per eetlepel – en is daarmee een goede bron van vezels. Ook kokos bevat relatief veel vezels – en kan een lekkere toevoeging zijn aan je ontbijt.

2. Focus je op fruit en groente in plaats van (volkoren) brood, beschuit, crackers, beschuit, pasta, rijst etc. 

Brood en dergelijke bevatten dan misschien wel veel koolhydraten, maar niet per se veel vezels; zelfs volkoren varianten niet. De hoeveelheid vezels die je door middel van volkoren producten binnenkrijgt is namelijk nihil in vergelijking tot de hoeveelheid vezels die je uit fruit en groenten kunt halen. Focus je dus niet te veel op volkoren producten.

3. Voeg (meer) groente toe aan iedere maaltijd

Kies voor een (groenten)soep als basis van je lunch, neem standaard wat rauwkost (komkommer, tomaat, wortel, paprika, etc.) als bijgerecht, voeg wat (extra) groente toe aan je omelet en/of wees creatief met broodbeleg.

4. Gebruik dadels en vijgen om mee te bakken

Houd je van bakken..? Dadels en vijgen bevatten behoorlijk wat voedingsvezels. 10 dadels bevatten samen zo’n 4,5 gram vezels, en 3 vijgen bevatten maar liefst 5,9 gram vezels. Je kunt vijgen en dadels prima gebruiken als vervanging van geraffineerde suikers in baksels.

5. Zet vaker peulvruchten op het menu

Peulvruchten vormen uitstekende bronnen van voedingsvezels. Kapucijners bevatten bijvoorbeeld zo’n 4,4 gram vezels per 55 gram; dat is ongeveer 1 eetlepel. Witte en bruine bonen bevatten zelfs nog meer vezels; maar liefst 6,8 gram per eetlepel.

Goed om te weten

Er zijn regels opgesteld voor het gebruik van bepaalde termen omtrent voedingsvezels op verpakkingen. Over het algemeen kun je ervan uitgaan dat…

… “Een bron van vezels” betekent dat het product 1,5–3 gram vezels per 100 gram bevat.

…”Rijk aan vezels” betekent dat het product 3–6 gram vezels per 100 gram bevat.

Het wil overigens niet zeggen dat producten met bovenstaande uitspraken per definitie ook de beste keuze zijn wat betreft de hoeveelheid voedingsvezels; daarvoor zul je toch ook de achterkant van de verpakking moeten bestuderen, etiketten leren lezen – én bovenstaande tips in je achterhoofd moeten houden.

 

Wil jij je vage ‘onverklaarbare’ gezondheidsklachten leren herkennen, begrijpen en bestrijden – en je eet- en leefpatroon optimaliseren voor een klachtenvrije toekomst..?

Grip op je gezondheid

IK HELP JOU OM TE GAAN LEREN LUISTEREN NAAR JE LICHAAM – EN OM JE KLACHTEN TE GAAN BEGRIJPEN, ZODAT JIJ (WEER) GRIP KRIJGT OP JE GEZONDHEID!

voedingvoorjebrein

ZORG DAT JE NIETS MIST; VOLG ‘VOEDINGVOORJEBREIN.NL’ OP SOCIALE MEDIA!

Voedingvoorjebrein.nl Voedingvoorjebrein.nl

Ⓒ Nicki Jalink – Voedingvoorjebrein.nl, online orthomoleculair voedingsdeskundige

Verbeter je spijsverteringsklachten met behulp van bromelaïne uit ananas

Spijsverteringsklachten kunnen je leven behoorlijk beïnvloeden; zeker als je (nog) geen duidelijke oorzaak hebt gevonden voor je klachten. Bij deze geef ik je een klein inkijkje in de kracht van voeding als medicijn. Verse ananas bevat namelijk het enzym ‘bromelaïne’, wat kan helpen bij vage ‘onverklaarbare’ spijsverteringsklachten. Hoe het positieve effect van dit enzym op op de spijsvertering  precies in z’n werk gaat – en welke gezondheidsvoordelen het nog meer met zich meebrengt, leg ik je allemaal uit in dit artikel.

bromelaïne

Bromelaïne als medicijn bij spijsverteringsklachten

Bromelaïne behoort tot de zogeheten ‘proteasen’; een specifieke soort enzymen. Enzymen zijn een soort schaartjes binnen de spijsvertering. Enzymen knippen voedsel als het ware in kleinere deeltjes, zodat de voedingsstoffen vervolgens goed opgenomen kunnen worden door het lichaam. Proteasen zijn dus een specifieke soort enzymen, welke eiwitten (uit onder andere eieren, vis en vlees) kunnen afbreken. Hoe kleiner voedsel afgebroken kan worden, hoe beter de spijsvertering en de stofwisseling kunnen verlopen – en hoe minder klachten je dus zult ervaren.

Goed om te weten: doordat bromelaïne eiwitten afbreekt, is ananas uitermate geschikt om in warme gerechten te verwerken; het zorgt voor lekkere malse stoofschotels en sappige marinades. 

Overige gezondheidsvoordelen van bromelaïne

Bromelaïne heeft, naast het positieve effect op de spijsvertering, nog meer gezondheidsvoordelen; zo kan het bijvoorbeeld ook helpen bij maag- en darmklachten – en bij allergieën en voedselintoleranties. Dit enzym werkt ook ontstekingsremmend – en verhoogt de weerstand. Bromelaïne werkt door de functie als protease zelfs ontgiftend; bacteriën en virussen bestaan namelijk ook altijd (deels) uit eiwitten. Proteasen breken de eiwitten van bacteriën en virussen af, waardoor je lichaam ze makkelijker kan afvoeren. 

Bromelaïne kan ook de kans op beroertes, bloedstolsels en hartaanvallen verkleinen – en kan (plaatselijk) helpen bij ontstekingen, verrekkingen, verstuikingen en/of zwellingen.

Overgevoeligheid voor bromelaïne

Omdat dit enzym eiwitten afbreekt, kun je er gevoelig op reageren wat betreft irritatie en ontstekingen van de huid. Als je gevoelig bent voor dit enzym, dan kun je dat overigens vrijwel direct merken na het eten van verse ananas. Misschien heb je wel eens ervaren dat je tong een beetje is gaan tintelen na het eten van verse ananas..? Daar is bromelaïne dus verantwoordelijk voor.

Als ananas (langere tijd) verwarmd wordt, dan verliest het vruchtvlees niet alleen zijn stevigheid, maar dan verdwijnt ook het (gevoelige) effect van bromelaïne. Ook al ben je gevoelig voor dit enzym, dan kun je dus in principe alsnog verwarmde ananas of ananas uit blik (wat ook is verwarmd voordat het werd ingeblikt) eten.

Bij de bereiding van een toetje met gelatine kun je overigens ook ’t beste gebruik maken van ananas uit blik; anders zal de gelatine, in verband met de actieve bromelaïne, niet goed opstijven. 

 

Wil jij je vage ‘onverklaarbare’ gezondheidsklachten leren herkennen, begrijpen en bestrijden – en je eet- en leefpatroon optimaliseren voor een klachtenvrije toekomst..?

Grip op je gezondheid

IK HELP JOU OM TE GAAN LEREN LUISTEREN NAAR JE LICHAAM – EN OM JE KLACHTEN TE GAAN BEGRIJPEN, ZODAT JIJ (WEER) GRIP KRIJGT OP JE GEZONDHEID!

voedingvoorjebrein

ZORG DAT JE NIETS MIST; VOLG ‘VOEDINGVOORJEBREIN.NL’ OP SOCIALE MEDIA!

Voedingvoorjebrein.nl Voedingvoorjebrein.nl

Ⓒ Nicki Jalink – Voedingvoorjebrein.nl, online orthomoleculair voedingsdeskundige

Het cruciale verschil tussen snelle koolhydraten en langzame koolhydraten voor jouw bloedsuikerspiegel

Binnen de koolhydraten onderscheiden we snelle koolhydraten en langzame koolhydraten. Snelle koolhydraten worden over ’t algemeen gezien als ongezonde koolhydraten, en langzame koolhydraten worden over ’t algemeen gezien als gezonde koolhydraten; maar waarom eigenlijk..? Wat is dan precies het verschil..? In dit artikel leg ik je uit wat het verschil tussen snelle- en langzame koolhydraten is – en waarom dat verschil van cruciaal belang is voor (problemen met) je bloedsuikerspiegel en (andere) vage ‘onverklaarbare’ gezondheidsklachten.

koolhydraten

Koolhydraten zijn ketens, welke zijn opgebouwd uit de aaneengeschakelde scheikundige moleculen koolstof, waterstof en zuurstof. Qua samenstelling bestaan koolhydraten uit verschillende soorten suikers, vezels en zetmeel. De verhoudingen tussen de bestanddelen en de lengte van de scheikundige ketens bepalen als het ware in hoeverre koolhydraten gezond zijn.

Het verschil tussen snelle koolhydraten en langzame koolhydraten

Snelle koolhydraten zijn de relatief korte ketens – en worden ook wel ‘enkelvoudige koolhydraten’ genoemd. Snelle koolhydraten zorgen voor een acute stijging van de bloedsuikerspiegel door snelle productie van insuline. Snelle suikers worden direct opgenomen door het lichaam, waardoor je in eerste instantie een energieboost zult ervaren. De bloedsuikerspiegel daalt vervolgens echter net zo hard als dat hij steeg; daardoor kun je in een vicieuze cirkel terecht komen, waarbij je snel weer trek krijgt – en er pieken en dalen in je bloedsuikerspiegel ontstaan.

Langzame koolhydraten zijn lange ketens – en worden ook wel ‘meervoudige- of complexe koolhydraten’ genoemd. Langzame koolhydraten zorgen voor een geleidelijke opname van voedingsstoffen – en dus ook voor een geleidelijke aanvoer van energie; daardoor blijf je langer verzadigd – en blijft je bloedsuikerspiegel stabieler.

De spijsvertering en de stofwisseling van koolhydraten

Tijdens het spijsverteringsproces worden alle koolhydraten afgebroken tot steeds kleinere deeltjes. Je kunt je misschien wel voorstellen dat je lichaam langer bezig is met – en dus ook langer verzadigd zal zijn door – langzame koolhydraten. Ten behoeve van de spijsvertering en de stofwisseling hebben langzame koolhydraten dus in principe de voorkeur.

Alle koolhydraten worden uiteindelijk door het lichaam omgezet in glucose, maar het grote verschil is dus de tijd die het lichaam nodig heeft om de koolhydraten af te breken. De alvleesklier zorgt ervoor, door middel van het hormoon insuline, dat de bloedsuikerspiegel zo stabiel mogelijk blijft. De alvleesklier moet dus echter veel harder werken bij de verbranding van snelle koolhydraten dan bij de verbranding van langzame koolhydraten.

Let op: snelle koolhydraten zijn niet per definitie slecht. Een juiste balans tussen snelle- en langzame koolhydraten is belangrijk, en die balans kan per persoon verschillend zijn.

Bronnen van snelle koolhydraten en langzame koolhydraten

Een aantal voorbeelden van snelle koolhydraten:

    • Aardappelen
    • Wit brood
    • Frisdrank
    • Fruit
    • Honing
    • Koek
    • Witte pasta
    • Witte rijst
    • Snoep
    • Suiker

Een aantal voorbeelden van langzame koolhydraten:

    • Appels
    • Grapefruit
    • Groenten
    • Peulvruchten (met name kidneybonen en linzen)
    • Volkoren producten 
    • Zilvervliesrijst

Goed om te weten

→ De snelheid waarmee koolhydraten in ons lichaam worden opgenomen noemen we ook wel de ‘glykemische index’ (GI). Hoe hoger de glykemische index, hoe sneller de koolhydraten worden opgenomen.

→ Overtollige glucose wordt in het lichaam omgezet in glycogeen. Als de voorraad glycogeen echter te groot wordt, dan zal het lichaam glucose gaan omzetten in vetcellen.

→ Koolhydraten vormen de belangrijkste brandstoffen voor het lichaam. Je lichaam zal er altijd voor kiezen om als eerste koolhydraten (glucose) te verbranden. Vetten en eiwitten worden pas verbrand als er geen koolhydraten meer voorradig zijn.

→ Een (langdurig) tekort aan koolhydraten kan een tekort aan bepaalde essentiële voedingsstoffen betekenen; het is daarom niet verstandig om zomaar een koolhydraat-arm dieet te gaan volgen. 

→ Je lichaam ziet in principe geen verschil tussen natuurlijke suikers (zoals bijvoorbeeld fruitsuikers) en geraffineerde suikers; beiden worden gezien – en verbrand als suikers. Er zitten overigens wel andere verschillen tussen fruitsuikers en geraffineerde suikers wat betreft overige (voedings)stoffen uit – en het effect op de gezondheid daarvan. Wat betreft je gezondheid hebben natuurlijke suikers uiteraard de voorkeur.

→ Je kunt koolhydraten ook nog onderverdelen in ‘verteerbare-‘ en ‘onverteerbare koolhydraten’. De onverteerbare koolhydraten worden ook wel ‘voedingsvezels’ genoemd; die vezels zijn onder andere van belang voor een goede werking van de darmen.

 

Wil jij je vage ‘onverklaarbare’ gezondheidsklachten leren herkennen, begrijpen en bestrijden – en je eet- en leefpatroon optimaliseren voor een klachtenvrije toekomst..?

Grip op je gezondheid

IK HELP JOU OM TE GAAN LEREN LUISTEREN NAAR JE LICHAAM – EN OM JE KLACHTEN TE GAAN BEGRIJPEN, ZODAT JIJ (WEER) GRIP KRIJGT OP JE GEZONDHEID!

voedingvoorjebrein

ZORG DAT JE NIETS MIST; VOLG ‘VOEDINGVOORJEBREIN.NL’ OP SOCIALE MEDIA!

Voedingvoorjebrein.nl Voedingvoorjebrein.nl

Ⓒ Nicki Jalink – Voedingvoorjebrein.nl, online orthomoleculair voedingsdeskundige

Kamille ter bestrijding van huidproblemen, keelpijn en/of spijsverteringsklachten

Al eeuwenlang spelen kruiden een belangrijke rol in de cosmetica, de natuurlijke (Chinese) geneeskunde – en als onmisbare culinaire smaakmakers in de keuken. Kruiden kunnen helpend zijn bij tal van vage ‘onverklaarbare’ gezondheidsklachten, zoals astmatische klachten, lichte brandwonden en insectenbeten, maar ook psychische klachten. Kruiden kunnen ook een antibacteriële en verzachtende werking hebben, zoals in het geval van kamille. In dit artikel leg ik je uit in hoeverre kamille helpend kan zijn bij onder andere huidklachten, keelpijn, spijsverteringsproblemen – en andere vage klachten.

kamille

De plant kamille

Kamille is een plant die goed te herkennen is aan de bloemen. Het middelste gedeelte van de kamillebloem is geel, en de bloemblaadjes zijn wit. De groene steeltjes zijn harig – en hebben vele vertakkingen. De kamilleplant heeft holle vezelachtige wortels – en kan zo’n 30 cm hoog worden.

Leuk weetje: de botanische naam van dit plantje is ‘matecaria’; die naam bestaat uit de Latijnse woorden ‘mater’ (moeder) en ‘caria’ (zorg).

De natuurlijke geneeskrachtige werking van kamille

Kamille heeft een verzachtende werking – en is daarom zeer geschikt voor zowel een droge huid als een normale huid; daarnaast kan het ook gebruikt worden als behandeling van een probleemhuid. Acne, eczeem en andere huidproblemen kunnen aanzienlijk verbeteren met behulp van dit kruid. Je vindt kamille dan ook vaak in badoliën, conditioners, gezichtsmaskers, gezichtsreinigers, etc. 

Kamille kan, naast cosmetisch gebruik, ook ingezet worden bij verteringsklachten; het werkt namelijk ontstekingsremmend – en voorkomt zo bacteriën en schimmels op de slijmvliezen van het spijsverteringsstelsel. De kalmerende werking werkt bovendien verzachtend voor bestaande darmklachten. Ook werkt dit kruid krampstillend, heeft het een positief effect op misselijkheid – en voorkomt het zweren in de maag.

Op andere buikklachten, darmproblemen en krampen, waaronder ook menstruatiekramp, heeft kamille overigens ook een helende werking.

De oude Egyptenaren gebruikten kamille als natuurlijk medicijn tegen koorts. 

Kamille kan keelpijn en aandoeningen aan het mondslijmvlies verminderen – en kan (slecht-helende) wonden sneller helpen genezen. Een stoombad van kamillethee kan overigens ook goed helpen bij griep of verkoudheid, en het werkt ook nog eens ontstekingsremmend. Dit kruid kan dus ingezet worden bij het versterken van de algemene weerstand.

Onderzoek toont bovendien aan dat kamille zelfs een positief effect kan hebben op diabetes, hart- en vaatziekten en kanker.

De rustgevende werking van dit kruid kan ook als ondersteuning gebruikt worden bij het reguleren van angsten en heftige emoties – en bij het oplossen van slaapproblemen.

Goed om te weten

Je kunt kamille innemen in de vorm van een supplement, maar ook in de vorm van thee. Kies in beiden gevallen wel voor een zo-natuurlijk-mogelijk product. 

 

Wil jij je vage ‘onverklaarbare’ gezondheidsklachten leren herkennen, begrijpen en bestrijden – en je eet- en leefpatroon optimaliseren voor een klachtenvrije toekomst..?

Grip op je gezondheid

IK HELP JOU OM TE GAAN LEREN LUISTEREN NAAR JE LICHAAM – EN OM JE KLACHTEN TE GAAN BEGRIJPEN, ZODAT JIJ (WEER) GRIP KRIJGT OP JE GEZONDHEID!

voedingvoorjebrein

ZORG DAT JE NIETS MIST; VOLG ‘VOEDINGVOORJEBREIN.NL’ OP SOCIALE MEDIA!

Voedingvoorjebrein.nl Voedingvoorjebrein.nl

Ⓒ Nicki Jalink – Voedingvoorjebrein.nl, online orthomoleculair voedingsdeskundige

Knoflook als medicijn bij griep, verkoudheid en/of spijsverteringsproblemen

Knoflook wordt al eeuwenlang door allerlei bevolkingsgroepen gezien als een onmisbaar ingrediënt in de keuken; niet alleen om de smaak, maar vooral ook vanwege de geneeskrachtige werking. Het was Hippocrates die in de 5e eeuw voor Christus de krachtige effecten van knoflook ontdekte. In dit artikel leg ik je uit bij welke vage ‘onverklaarbare’ gezondheidsklachten je knoflook effectief in kunt zetten.

knoflook

Hippocrates kun je overigens kennen van zijn uitspraak “Laat voeding uw medicijn zijn, en medicijn uw voeding.”

De knoflookplant

Knoflook is, net als bieslook en ui, een bolgewas, en oorspronkelijk komt het uit Midden-Azië. 

De knoflookplant groeit optimaal in een voedzame grond – en kan dan wel 30 tot 100 cm hoog worden. De bol, die direct onder het aardoppervlak verstopt zit, bestaat gemiddeld uit zo’n 8-10 ‘teentjes’. Elk teentje zit verpakt in een soort papierachtig vliesje; dat is meestal wit van kleur, maar kan ook roze of lichtpaars zijn.

De medicinale eigenschappen van knoflook

In het verleden werd knoflook gebruikt als behandeling voor tal van ziektes, en ook tegenwoordig kan het nog steeds (preventief) ingezet worden als natuurlijk medicijn tegen een heleboel vage klachten, waaronder 

Knoflook heeft een antibacteriële werking, kan helpen bij griep, keelpijn en verkoudheid – en verhoogt dus de algemene weerstand. Door het stofje ‘allicine’ werkt dit bolgewas ook nog eens krampstillend en slijmoplossend.

Wist je dat knoflooksap tijdens de Eerste Wereldoorlog zelfs gebruikt werd als (uitwendig) ontsmettingsmiddel om infecties van wonden tegen te gaan?!

Knoflook heeft ook een zuiverende werking met betrekking tot huidproblemen – en bevordert de spijsvertering en voedselopname, waarbij het zorgt voor een stabiele bloedsuikerspiegel. Dit bolgewas kan dus effectief helpen bij darmproblemen en andere spijsverteringsklachten.

Dankzij de mineralen jodium en zwavel kan knoflook ook bijdragen aan een evenwichtige schildklier. 

Dit bolgewas kan ook bloedvaten laten verwijden, de bloeddruk laten dalen (en zo aderverkalking tegengaan), en het kan ingezet worden als behandeling van reumatische aandoeningen.

Het bewaren van knoflook

Knoflook kun je ’t beste op een droge plaats – en uit de buurt van andere groenten bewaren, om rotting te voorkomen. Zorg dat er lucht bij het bolgewas kan komen, en een relatief koele plek is ook wenselijk. Bij een temperatuur boven de 20 graden kunnen de bollen namelijk gaan spruiten. 

Als je dit bolgewas op de goede manier bewaard, dan kan het maanden houdbaar blijven. 

Wist je dat de Fransen (volgens traditie) de stelen en het blad van de knoflookplant vlechten..? Zo krijg je een streng van ongeveer 50 cm lang, welke kan worden opgehangen – en maandenlang houdbaar blijft.

De bereiding van knoflook

Knoflook kan zowel rauw, gebakken en gekookt gegeten worden. Let wel goed op, want dit bolgewas is heel gevoelig wat betreft aanbranden – en schroeit nog sneller dan uien; je kunt het daarom beter pas op ’t einde van een bereiding toevoegen.

Als je knoflook verwarmt, dan verliest het bolgewas veel van zijn scherpte – en krijgt dan een meer verfijnde en zachte smaak.

Dit bolgewas is overigens ook in gedroogde vorm verkrijgbaar; die vorm is geurloos, totdat het in aanraking komt met vocht – en is daarom goed te gebruiken in onder andere soepen en stoofschotels.

Goed om te weten

→ De smaak van dit bolgewas ontwikkelt zich het beste in de zon; als de knoflookbol koud en/of nat wordt, dan kunnen de knoflooktenen een bittere geur en smaak krijgen. Kies dus altijd voor mooie ronde bolletjes, welke niet vochtig en/of zacht aanvoelen.

→ Knoflook ruikt alleen als het gekneusd of gesneden wordt; het stofje allicine is daar de oorzaak van. Door een bepaalde enzymactiviteit wordt allicine uitgescheiden tijdens het kneuzen of snijden; zo krijgt het de sterk-uitgesproken geur.

→ Peterselie en zout vormen een goede combinatie met knoflook; ze optimaliseren de geur én smaak.

→ De bladeren van de knoflookplant kunnen (fijngesneden) prima gebruikt worden in salades. Het blad is namelijk wat milder van smaak dan de knoflookbol zelf.

→ Ook de bloemen van de knoflookplant, die in juli en augustus bloeien, kunnen gebruikt worden als smaakmaker; ze zijn net zo sterk van smaak als de knoflookbol zelf.

 

Wil jij je vage ‘onverklaarbare’ gezondheidsklachten leren herkennen, begrijpen en bestrijden – en je eet- en leefpatroon optimaliseren voor een klachtenvrije toekomst..?

Grip op je gezondheid

IK HELP JOU OM TE GAAN LEREN LUISTEREN NAAR JE LICHAAM – EN OM JE KLACHTEN TE GAAN BEGRIJPEN, ZODAT JIJ (WEER) GRIP KRIJGT OP JE GEZONDHEID!

voedingvoorjebrein

ZORG DAT JE NIETS MIST; VOLG ‘VOEDINGVOORJEBREIN.NL’ OP SOCIALE MEDIA!

Voedingvoorjebrein.nl Voedingvoorjebrein.nl

Ⓒ Nicki Jalink – Voedingvoorjebrein.nl, online orthomoleculair voedingsdeskundige

Word je dik van vetten?

Volle kwark, halfvolle yoghurt, mager gehakt; hoe zit dat nou precies..? Wat is eigenlijk het verschil tussen verzadigde vetten en onverzadigde vetten, en wat betekent dat voor jouw gezondheid en eventuele vage ‘onverklaarbare’ gezondheidsklachten..? In dit artikel leg ik je niet alleen de verschillen tussen verschillende soorten vetzuren uit, maar ga ik ook in op de verschillende functies voor je gezondheid. Ook beantwoord ik de vraag of vetten daadwerkelijk dik maken – en vind je een handig overzicht wat betreft het koken met vetten.

vetten

Vetten zijn opgebouwd uit vetzuren, waarvan verschillende varianten bestaan. Vetzuren kunnen verschillen in lengte en/of opbouw, maar ook op de manier waarop ze verbonden zijn.

Verzadigde vetzuren / verzadigde vetten

Bij verzadigde vetzuren zijn de koolstofatomen direct aan elkaar verbonden; ze zijn verzadigd – en er is dus geen ruimte voor andere stoffen om zich te binden. Een teveel aan verzadigde vetzuren in verhouding tot onverzadigde vetzuren kan een negatief effect hebben op het LDL-cholesterol – en daarmee ook op je bloedvaten. Verzadigde vetten worden ook wel de ‘slechte ongezonde vetten’ genoemd, maar dat is niet helemaal terecht. Verzadigde vetten zijn net zo goed van belang voor je gezondheid. In het gemiddelde Westerse eetpatroon wordt er echter te veel verzadigd vet genuttigd ten opzichte van onverzadigd vet, en die disbalans kan een veroorzaker zijn van diverse vage ‘onverklaarbare’ gezondheidsklachten. 

Onverzadigde vetzuren / onverzadigde vetten

Bij onverzadigde vetzuren zijn de vetzuren niet allemaal direct aan elkaar verbonden; ze zijn onverzadigd, en andere stoffen kunnen zich dus aan de vetzuren binden. Voldoende onverzadigde vetten hebben een positief effect op het LDL-cholesterol. Verzadigde vetten worden over het algemeen dan ook als de ‘goede gezonde vetten’ gezien.

vetten

Let op: in voeding zul je altijd een combinatie vinden van verzadigde vetten en onverzadigde vetten. 

Omega-vetzuren 

Omega-vetzuren zijn specifieke onverzadigde vetzuren met ieder een eigen unieke structuur. We onderscheiden drie soorten omega-vetzuren; omega 3omega 6 en omega 9.

Omega 3 (linoleenzuur) en omega 6 (linolzuur) zijn beiden essentiële vetzuren; in tegenstelling tot omega 9, wat betekent dat je lichaam die vetzuren niet zelf kan aanmaken – en je ze dus door middel van voeding binnen zal moeten zien te krijgen. 

Net zoals bij verzadigd- en onverzadigd vet, is het ook zo dat we in de huidige voedselrevolutie over ’t algemeen te veel omega 6 binnenkrijgen in verhouding tot omega 3, wat diverse nadelige gevolgen voor de gezondheid kan hebben.

Vetten

Naast de samenstelling van vetten op zichzelf en een juiste balans, is het ook van belang om je af te vragen in hoeverre een product bewerkt is. Voedselbewerking heeft niet alleen betrekking op het feit dat er wellicht (onnodige) ingrediënten aan een product zijn toegevoegd, maar ook de manier waarop het product verkregen is.

Transvetten

Transvetten zijn geharde vetten, bewerkt door chemische processen in fabrieken of verhitting. Deze vetten zitten onder andere in frituurvet en in bepaalde margarines, maar bijvoorbeeld ook in chips, gebak en koek. Hoewel transvetten ook tot de onverzadigde vetten behoren, zijn ze echter in geen enkel opzicht als gezond en/of goed te beschouwen. Transvetten hebben een zeer ongunstig effect op het LDL-cholesterol – en geven dan ook een hoger risico op hart-en vaatziekten. Het kost je lichaam bovendien flink wat moeite om transvetten te verteren. Je kunt deze soort vetten in het belang van je gezondheid dus beter zo veel mogelijk vermijden.

Transvetten komen overigens ook van nature voor in onder andere melk en vlees van herkauwers. Uit onderzoek blijkt echter dat de natuurlijke vorm van transvetten zich fysiologisch anders gedraagt – en daarom niet schadelijk is voor de gezondheid. 

“Word je dik van vetten?”

Hoewel vaak gedacht wordt dat vetten over het algemeen ongezond zijn – en dat we er dik en ongezond van worden, is dat niet helemaal waar. Dat je in voeding altijd een combinatie van zowel verzadigde- als onverzadigde vetten zult vinden, dat is niet voor niets; het menselijk lichaam heeft ze beiden namelijk hard nodig. Een verkeerde verhouding tussen de verschillende soorten vetten, waarbij er een teveel is aan verzadigde vetten en/of  transvetten ten opzichte van (de goede) onverzadigde vetten, kan echter nadelige gevolgen hebben voor de gezondheid. Een verkeerde verhouding tussen de hoeveelheid vetten en de hoeveelheid (snelle) koolhydraten vormt een nóg groter risico voor de gezondheid.

Vetten bevatten, in verhouding tot eiwitten en koolhydraten, relatief-veel calorieën; toch wil dat niet zeggen dat ze per definitie dik maken. Wat eigenlijk veel interessanter is dan het tellen van calorieën, is namelijk het feit wat elke individuele calorie precies doet in je lichaam. Uit onderzoek blijkt namelijk dat je van eenzelfde hoeveelheid koolhydraten sneller aan kunt komen dan van vetten.

Vetten hebben een belangrijke rol in zowel de spijsvertering als de stofwisseling. Vetten worden tijdens het spijsverteringsproces afgebroken tot individuele vetzuren, waarbij de lever een belangrijke rol speelt. De vetzuren kunnen direct worden verbrand voor de energievoorziening, maar kunnen ook worden opgeslagen in de vorm van vetweefsel. Het lichaam zal namelijk te allen tijde eerst koolhydraten (glucose) verbranden ten behoeve van de energiehuishouding. Wanneer er geen glucose voorradig is, worden de vetreserves pas aangesproken als brandstof.

Het Westerse eetpatroon bestaat echter hoofdzakelijk uit (snelle) koolhydraten, welke in het lichaam worden afgebroken tot glucose. Overtollige glucose wordt in het lichaam in eerste instantie omgezet in glycogeen, om vervolgens opgeslagen te worden in de lever en in spieren. Als de voorraad glycogeen echter te groot wordt, dan zal het lichaam glucose omzetten in vetcellen. Zolang er steeds sprake is van een nieuwe aanvoer van glucose, zullen de vetreserves niet worden gebruikt als brandstof.

Het is dus niet zo dat vetten per definitie zorgen voor vermeerdering van vetcellen. Het is voornamelijk een disbalans in het eetpatroon wat betreft het soort vetzuren en de verhouding tot koolhydraten dat er voor kan zorgen dat je aankomt in gewicht – of niet kunt afvallen.

De slechte naam die (verzadigde) vetten ooit hebben gekregen, is te wijten aan een onderzoek dat voedingsdeskundige Ancel Keys in 1956 uitvoerde. De hypothese van Keys luidde dat een hoge vetconsumptie zou leiden tot een grotere kans op een hartaanval; de bevindingen van het onderzoek verwierpen echter die hypothese. Er zouden onnauwkeurige verbanden en suggestieve beweringen gedaan zijn – en sommige uitkomsten zouden juist het tegenovergestelde van wat werd gedacht weergeven. Binnen het onderzoek zou bovendien geen rekening gehouden zijn met andere meespelende factoren van de onderzoekspersonen, zoals de suikerconsumptie. Er werd – en wordt gesproken van wetenschappelijke fraude, en toch zijn de gemanipuleerde onderzoeksresultaten de basis geworden van een hardnekkige overtuiging, welke momenteel nog dagelijks door diverse professionals wordt verkondigd.

Een goede balans wat betreft vetten houdt in dat er voldoende onverzadigde vetten, niet te veel verzadigde vetten – en zo min mogelijk transvetten worden genuttigd, maar ook de verhouding tot koolhydraten is van belang.

Functies van vetten

Vetten, zowel onverzadigde vetzuren als verzadigde vetzuren, zijn dus van groot belang voor de gezondheid.

Vetten…

… vormen bouwstoffen voor je lichaam;

… vormen belangrijke bestanddelen van hormonen en vitaminen;

… vormen een oplosmiddel voor de in-vet-oplosbare vitaminen (A, D, E en K);

… beschermen bepaalde organen, en ze isoleren het lichaam door middel van vetweefsel;

… vormen een energiereserve door middel van opgeslagen vetweefsel;

… dienen als smaakmaker in voeding.

Bronnen van vetten

Verzadigde vetten vind je voornamelijk in dierlijke bronnen; bak- en braadproducten, frituurvetten, eieren, palmolie, vlees en zuivel – en in alle producten die zijn gemaakt van bovenstaande producten, waaronder chips, gebak en koek.

Frituurvet en bewerkte producten zijn uiteraard geen gezonde bronnen van verzadigd vet. Vanuit de orthomoleculaire visie zijn ghee, kokosolie, melk(producten), roomboter en vlees goede bronnen van verzadigde vetzuren.

Onverzadigde vetten vind je voornamelijk in plantaardige bronnen, zoals avocado’s, lijnzaad(olie), noten, olijfolie en pinda’s, maar ook in vette vis.

Omega 3 vind je onder andere in chiazaad(olie), eieren, gevogelte, hennepzaad(olie), koolzaad(olie), lijnzaad(olie), melk(producten), schaaldieren, vette wilde vis (met name haring, makreel, sardientjes en zalm), niet-gekweekt (wild) vlees en walnoten.

Omega 6 vind je onder andere in borage-olie, cashewnoten, chlorella, hennepzaad(olie), koolzaad(olie), mais-olie, margarines e.d., pinda’s en pinda-olie, saffloerolie, sojabonen, spirulina, teunisbloem-olie en zwarte-bessen-olie.

vetten

De aanbevolen dagelijkse hoeveelheid (ADH) van vetten

De orthomoleculaire aanbevolen dagelijkse hoeveelheid (ADH) voor de totale hoeveelheid vet is 20-40% van de totale hoeveelheid voeding, wat neerkomt op een gemiddelde van +/- 100 gram voor een man – en +/- 80 gram voor een vrouw per dag (afhankelijk van onder andere lichaamsgewicht en leefstijl).

Let op: die 20-40% zal dan wel in de goede verhouding moeten zijn; dat houdt dus in dat er voldoende onverzadigde vetzuren, niet te veel verzadigde vetzuren – en zo min mogelijk transvetten genuttigd zullen moeten worden.

Een tekort aan vetten in het algemeen zorgt ervoor dat je lichaam lichaamseigen-eiwitten (zoals spieren) kan gaan verbranden; dat wil je uiteraard niet. Een tekort aan vetten kan bovendien een tekort aan de in-vet-oplosbare vitaminen (A, D, E en K) veroorzaken – en kan leiden tot onder andere een vergroot risico op hart- en vaatziekten, huidproblemen (zoals eczeem), een zwak immuunsysteem, problemen met de nieren en chronische ontstekingen – en zelfs leerproblemen en/of gedragsstoornissen.

Een teveel aan (voornamelijk trans- en verzadigde) vetten brengt overigens ook een risico op hart- en vaatziekten met zich mee – en kan bovendien zorgen voor gewichtstoename.

Als je te veel transvetten binnenkrijgt, dan kan dat celprocessen verstoren; dat kan onder andere (wederom) tot hart- en vaatziekten – en ook allergieën, insulineresistentie en/of chronische ontstekingen leiden.

vetten

Koken met vetten

Wat smeer jij op je boterham..? Waar bak je je vlees in..? Waar wok je je groenten in..? En waarmee maak jij je dressings..? Wat betreft boter en olie geldt met recht dat de keuze reuze is. Welke soort boter of olie het meest geschikt is voor je bereiding, dat hangt echter af van een aantal factoren.

Voornamelijk met betrekking tot oliën vind je vaak geraffineerde- en ongeraffineerde soorten. Raffinage is een proces waarbij onzuiverheden uit het product worden gefilterd door middel van verhitting. Door raffinage gaan echter niet alleen onzuiverheden, maar ook smaak en voedingsstoffen verloren.

‘Koudgeperst’ houdt in dat het product in alle zuiverheid is verkregen – en dat alle voedingsstoffen dus zo veel mogelijk bewaard zijn gebleven; het product is dan ongeraffineerd.

Let op: ongeraffineerde olie bevat dan wel meer smaak en voedingsstoffen, maar heeft dan weer wel een hoger verbrandingspunt.

Wanneer je wilt gaan bakken, braden of frituren, dan is het ook raadzaam om te letten op het verbrandingspunt van je boter of olie. Elke soort boter en olie heeft een zogeheten verbrandingspunt; dat wordt ook wel het rookpunt genoemd. Wanneer het verbrandingspunt bereikt wordt, dan gaat de boter of olie roken – en zullen er giftstoffen ontstaan door oxidatie. Gifstoffen wil je met betrekking tot je gezondheid uiteraard niet binnenkrijgen.

Als een botersoort of olie een hoog verbrandingspunt heeft, dan wil dat echter nog niet zeggen dat de boter of olie ook gezond is. Naast het verbrandingspunt speelt namelijk ook de samenstelling wat betreft vetzuren een rol. Een gezonde boter of olie bevat een goede verhouding tussen zowel verzadigde vetzuren en onverzadigde vetzuren – als tussen de omega-vetzuren.

Waar je op moet letten bij het kiezen van boter en/of olie:

– In hoeverre het product bewerkt is (let ook op de ingrediëntenlijst; over het algemeen geldt hoe puurder een product is, hoe gezonder het is);

– De samenstelling van het product (let ook op de voedingswaarden, waaronder de verhouding tussen verzadigde- , onverzadigde- en omegavetzuren);

– Het verbrandingspunt (bij warm gebruik).

vetten

Goed om te weten:

→ Boterzuur is een specifiek type (verzadigd) vetzuur met diverse gezondheidsvoordelen voor met name de darmen.

→ Verzadigd vet heeft een vaste consistentie bij kamertemperatuur, en onverzadigd vet blijft te allen tijde vloeibaar.

→ Onverzadigde vetten hebben over ’t algemeen sneller de neiging om bij hoge temperaturen te oxideren, waarbij gifstoffen vrijkomen.

→ Voor alle vetten geldt: kies ’t liefst voor de puurste variant, maar let goed op het verbrandingspunt.

Ook goed om te weten

→ Termen als ‘mager’ en ‘halfvol’, die je in de supermarkt vaak ziet, houden puur in dat het product een stuk minder of zelfs (bijna) geen vet bevat – en dus ook minder calorieën; dat maakt echter geen verschil duidelijk tussen verzadigde- en onverzadigde vetzuren. Als het om je gezondheid gaat, kun je je beter focussen op de verhouding tussen de verschillende soorten vetzuren in plaats van op de totale hoeveelheid vetten die je binnenkrijgt.

→ Vet blijft relatief-lang in de maag; het geeft daarom voor langere tijd een verzadigd gevoel. 

→ Bijna alle vetzuren uit voeding zouden in principe goed verteerd moeten kunnen worden door je lichaam; 95% zou maar liefst in het bloed opgenomen kunnen worden ten behoeve van lichaamsfuncties. Als je ontlasting veel vet bevat, dan kan dat duiden op een verstoorde vetvertering. 

→ Bepaalde plantaardige oliën (zoals hennepolie, lijnzaadolie en raapzaadolie) bevatten het ontstekingsremmende ‘alfalinolzuur’, wat tot de omega 3-vetzuren behoord, en in olijfolie zit een stof met een vergelijkbare werking; ‘oleocanthal’. Zowel alfalinolzuur als oleocanthal werken in principe hetzelfde als aspirine en ibuprofen; dat wil niet zeggen dat ze acute hoofdpijn kunnen verhelpen, maar wel dat ze bij regelmatig (preventief) gebruik pijn kunnen verzachten – en ontstekingen kunnen remmen. 

 

Wil jij je vage ‘onverklaarbare’ gezondheidsklachten leren herkennen, begrijpen en bestrijden – en je eet- en leefpatroon optimaliseren voor een klachtenvrije toekomst..?

Grip op je gezondheid

IK HELP JOU OM TE GAAN LEREN LUISTEREN NAAR JE LICHAAM – EN OM JE KLACHTEN TE GAAN BEGRIJPEN, ZODAT JIJ (WEER) GRIP KRIJGT OP JE GEZONDHEID!

voedingvoorjebrein

ZORG DAT JE NIETS MIST; VOLG ‘VOEDINGVOORJEBREIN.NL’ OP SOCIALE MEDIA!

Voedingvoorjebrein.nl Voedingvoorjebrein.nl

Ⓒ Nicki Jalink – Voedingvoorjebrein.nl, online orthomoleculair voedingsdeskundige