Is plantaardige melk een gezond alternatief voor ‘gewone’ (koe)melk..?

Amandelmelk, erwtenmelk, geitenmelk, havermelk, (rauwe) koemelk, kokosmelk, schapenmelk, sojamelk, rijstmelk… De keuze is reuze. Waar de één zich geen eetpatroon zonder ‘gewone’ (koe)melk kan voorstellen, kiest de ander liever voor een plantaardig alternatief. Zonder bepaalde keuzes af te kraken, leg ik je in dit artikel uit welke soorten melk er zijn – en in hoeverre ze een gezonde keuze kunnen vormen voor jouw gezondheid – en in relatie tot vage ‘onverklaarbare’ gezondheidsklachten.

plantaardige melk

Melk is goed voor elk

De visie rondom melk(producten) is gedurende de geschiedenis nogal eens veranderd.

Hoewel ‘gewone’ (koe)melk een relatief-hoge biologische waarde en netto-eiwitbenutting heeft, wat inhoudt dat het qua opname en verwerking dicht bij lichaamseigen eiwitten in de buurt komt – en vaak als gezonde bron van eiwitten, vitaminen en mineralen (met name calcium) wordt gezien, heeft het zeker ook nadelen.

Melkproducten bevatten, net als vlees, zogeheten ingebouwde suikermoleculen; bij dieren zijn dat ‘Neu5Ac’ en Neu5Gc’. De suikermoleculen trekken (goede) bacteriën aan – en hebben in die zin dus een functie. Het menselijk lichaam bevat ook ingebouwde suikermoleculen, maar door evolutie alleen nog maar de ‘Neu5Ac-variant’. Het dierlijke Neu5Gc kan door ons mensen niet (meer) worden verwerkt, waardoor het immuunsysteem overactief kan raken.

Melkproducten bevatten ook het dierlijke eiwit caseïne, wat, net als gluten, een exorfine / pijnstillende werking heeft op de darmen; dat lijkt in eerste instantie misschien gunstig, maar het kan er wel voor zorgen dat eventuele darmbeschadigingen onopgemerkt blijven. Hoewel caseïne ook gezondheidsvoordelen heeft, zijn er aanwijzingen dat (een teveel aan) caseïne mogelijk in verband gebracht kan worden met diverse auto-immuunziekten.

Ook de aanwezige leucine, een essentieel aminozuur (bouwstof van eiwitten), in ‘gewone’ (koe)melk valt te bekritiseren. Hoewel leucine in principe een belangrijke voedingsstof is, is de hoeveelheid leucine in koemelk voor mensen eigenlijk te hoog, waardoor de groei van onder andere organen en weefsels als het ware overgestimuleerd kan worden, wat kan leiden tot opslag van vet en snellere veroudering.

plantaardige melk

Niet iedereen reageert even goed op melk(producten), en er wordt dan ook met regelmaat gekozen voor een plantaardig alternatief; maar is dat nou wel zo’n goed idee..?

Voor we de voor- en nadelen van plantaardige melk op een rijtje gaan zetten, wil ik je eerst nog even uitleggen hoe het kan dat je gevoelig op ‘gewone’ (koe)melk kunt reageren; dat heeft namelijk alles te maken met het enzym ‘lactase’. Lactase is het enzym dat lactose (uit melkproducten) afbreekt. Bij een tekort aan lactase kan lactose echter gaan fermenteren, wat kan leiden tot diverse vage ‘onverklaarbare’ gezondheidsklachten, waaronder diarree en gasvorming; wanneer je dergelijke klachten ervaart, is het dus te allen tijde van belang om de oorzaak (achter de oorzaak) te achterhalen.

De nadelen van plantaardige melk op een rijtje

Nadelen van plantaardige melk:

– Sommige plantaardige melksoorten (met name amandelmelk en havermelk) bevatten (kleine hoeveelheden van) het schadelijke ‘acrylamide’, wat kan ontstaan tijdens het roosteren van noten. Peulvruchten bevatten bovendien relatief-veel antinutriënten;

– Bij de bewerking van plantaardige melk worden vaak hoge temperaturen (vaak tot wel 150 graden) gebruikt, waardoor gezonde voedingsstoffen, waaronder aminozuren (de bouwstoffen van eiwitten), verloren gaan. Ook door processen als filteren en ontvetten worden voedingsstoffen vernietigd;

– Plantaardige melk bestaat over ’t algemeen maar uit een heel klein percentage noten of peulvruchten; de rest is voornamelijk water, (ongezonde) industriële oliën en andere (onnodige) toevoegingen. Ook de toegevoegde vitaminen zijn (helaas) synthetisch;

– Veel plantaardige melksoorten bevatten bovendien (verborgen) suikers;

– De meeste plantaardige eiwitten bevatten niet dezelfde (gezonde) voedingsstoffen (zoals essentiële aminozuren) en de juiste samenstellingen daarvan als ‘gewone’ (koe)melk;

– Toegevoegde enzymen in plantaardige melk zetten de aanwezige complexe koolhydraten om in losse suikers, zodat onder andere zetmeel en vezels verteerd kunnen worden; dat zorgt echter voor een stijgende bloedsuikerspiegel;

– Plantaardige melk kan hoge concentraties aan pesticiden en zware metalen bevatten.

Let op: ook (de binnenzijde van) kartonnen verpakkingen kunnen schadelijke stoffen, genaamd ‘microplastics, bevatten.

plantaardige melk

Is plantaardige melk dan per definitie ongezond..?

Naar mijn mening is in principe (bijna) geen enkel voedingsproduct per definitie als ‘ongezond’ of ‘gezond’ te bestempelen. Zowel ‘gewone’ (koe)melk als plantaardige melk hebben voor- en nadelen. Het is echt per persoon verschillend wat een gezonde keuze kan inhouden. Plantaardige melk van goede kwaliteit kan voor iemand met een ernstige lactose-intolerantie of een koemelkallergie een goed alternatief zijn. Ook wanneer je wegens andere reden geen dierlijke melk wilt nuttigen, kan een plantaardige melkvariant een goede optie zijn.

Plantaardige melkbronnen bevatten overigens ook heus goede voedingsstoffen, zoals bèta-glucanen uit haver, isoflavonen uit soja en vitamine E uit amandelen.

Een ander voordeel van plantaardige melk is dat, hoewel ook de productie van plantaardige melk niet geheel duurzaam is, het wel een minder grote impact heeft op het milieu ten opzichte van koemelk.

Ook de houdbaarheid van plantaardige melk is groter, maar in hoeverre dat een voordeel is, mag je zelf invullen.

Goed om te weten: plantaardige melk bevat doorgaans weinig verzadigde vetten, wat al snel als een voordeel gezien wordt met betrekking tot de gezondheid van het hart en bloedvaten. Verzadigde vetzuren zijn echter niet per definitie ongezond. De gezondheid van vetten draait om de balans tussen verzadigde- en onverzadigde vetzuren in je gehele eetpatroon.

De ene koemelk is de andere koemelk niet

Zoals ik eerder in dit artikel uitlegde, is lactase het enzym dat lactose afbreekt. Ook koemelk wordt doorgaans echter bewerkt, om onder andere de houdbaarheid te vergroten, waardoor lactase en andere voedingsstoffen net zo goed (deels) verloren gaan; rauwe zuivel daarentegen, ondergaat geen sterk bewerkingsproces, waardoor voedingsstoffen optimaal bewaard blijven. Rauwe (onbwerkte) melk zou dan ook positieve effecten kunnen hebben op diverse vage ‘onverklaarbare’ gezondheidsklachten, zoals allergieën, darmklachten en eczeem.

Wil je meer lezen over rauwe zuivel..? Neem dan eens een kijkje op de website van Raw Milk Company.

plantaardige melk

Andere alternatieven

Naast ‘gewone’ koemelk en plantaardige melksoorten, kun je ook nog kiezen voor geitenmelk en schapenmelk. Hoewel er nog weinig geconcludeerd kan worden aan de hand van wetenschappelijk onderzoek over geiten- en schapenmelk, zijn er wel redenen om aan te nemen dat deze melksoorten in sommige gevallen een goed alternatief kunnen vormen. Geiten- en schapenmelk blijken in de praktijk namelijk vaak wat lichter verteerbaar, waardoor er minder snel (darm)klachten worden ervaren.

Zelf je eigen plantaardige melk maken

Voor wie, om welke reden dan ook, geen ‘gewone’ (rauwe) (koe)melk of wil of kan drinken, is er nóg een optie; zelf plantaardige melk maken.

Via onderstaande link vind je een supersimpel recept om zelf amandelmelk te maken van slechts 2 ingrediënten; amandelen en water.

https://www.eefkooktzo.nl/amandelmelk/  

Gefermenteerde zuivel

Los van de discussie tussen dierlijke- en plantaardige melk, is er nog een variant die interessant is om te behandelen; gefermenteerde zuivel.

Bij gefermenteerde zuivel heeft er een proces van fermentatie plaatsgevonden, waarbij toegevoegde melkzuurbacteriën lactose (de suikers uit eiwit) hebben omgezet. Gefermenteerde zuivelproducten staan er om bekend dat ze een positieve werking hebben op de darmen. Vanuit de oervoedingsvisie wordt gefermenteerde zuivel dan ook gezien als een gezonde toevoeging binnen een gevarieerd eetpatroon.

Voorbeelden van gefermenteerde zuivel zijn brie, camembert, crème fraîche, karnemelk, kefir, yoghurt en zure room.

plantaardige melk

Conclusie

Zoals je wellicht gemerkt hebt tijdens het lezen van dit artikel, is de term ‘gezond’ moeilijk te definiëren. Veel voedingsstoffen hebben voor- en nadelen. Het is dus echt van belang dat je weet wat ‘gezond’ voor jou betekent. Wanneer je naar je lichaam leert luisteren – en je ontdekt wat de term ‘gezond’ voor jou inhoudt, dan is het helemaal niet zo relevant meer in hoeverre bepaalde voedingsproducten door de maatschappij als ‘gezond’ of ‘ongezond’ bestempeld worden. Onderzoek wat voor jou werkt. Drink jij graag (rauwe) koemelk – en voel je je daar goed bij..? Helemaal prima! Krijg je echter last van diverse vage ‘onverklaarbare’ gezondheidsklachten met ‘gewone’ zuivelproducten..? Dan kun je wellicht beter voor een ander alternatief kiezen, mits je dus weet waar je op moet letten.

Zoek naar een gezonde balans, waarbij je ervoor kunt kiezen om bepaalde producten wel of niet – of met mate te eten. Focus je op wat voor jou goed werkt, afhankelijk van je gezondheid en eventuele vage ‘onverklaarbare’ gezondheidsklachten.

 

Wil jij je vage ‘onverklaarbare’ gezondheidsklachten leren herkennen, begrijpen en bestrijden – en je eet- en leefpatroon optimaliseren voor een klachtenvrije toekomst..?

Grip op je gezondheid

IK HELP JOU OM TE GAAN LEREN LUISTEREN NAAR JE LICHAAM – EN OM JE KLACHTEN TE GAAN BEGRIJPEN, ZODAT JIJ (WEER) GRIP KRIJGT OP JE GEZONDHEID!

voedingvoorjebrein

ZORG DAT JE NIETS MIST; VOLG ‘VOEDINGVOORJEBREIN.NL’ OP SOCIALE MEDIA!

Voedingvoorjebrein.nl Voedingvoorjebrein.nl

Ⓒ Nicki Jalink – Voedingvoorjebrein.nl, online orthomoleculair voedingsdeskundige

Zijn zoetstoffen een gezond alternatief voor suiker..?

Zoetstoffen zijn sinds de jaren 80 steeds populairder geworden. De vervangers voor reguliere suiker zouden naar zeggen kunnen helpen bij het afvallen – en zouden daarnaast beter zijn voor de algemene gezondheid. Voor veel producten vind je tegenwoordig dan ook een light- of zerovariant. De laatste jaren ontstaan echter steeds meer twijfels over de suikervervangers; zijn ze wel zo onschadelijk als gedacht werd..? Wat zijn zoetstoffen nou eigenlijk precies, en zijn ze wel zo’n gezond alternatief voor suiker..? In dit artikel leg ik je uit welk verschillende zoetstoffen er zijn, of ze als een gezond alternatief van ‘gewone’ suiker kunnen dienen – en welke invloed ze kunnen hebben op jouw gezondheid en vage ‘onverklaarbare’ gezondheidsklachten.

zoetstoffen

Soorten zoetstoffen

Zoetstoffen worden grofweg ingedeeld in twee soorten categorieën.

Soorten zoetstoffen:

    • Intensieve zoetstoffen
    • Extensieve zoetstoffen (polyolen)

Intensieve zoetstoffen zijn tientallen- tot soms wel duizenden keren zo zoet als gewone suiker, en ze bevatten nauwelijks- tot geen calorieën.

Extensieve zoetstoffen zijn veel minder zoet, leveren nog minder calorieën dan de intensieve variant – en worden voornamelijk gebruikt als vulmiddel.

Vaak wordt in bewerkte producten een combinatie van zoetstoffen gebruikt om de smaak van suiker zo goed mogelijk te evenaren – en om eventuele bijsmaken te maskeren.

De gevolgen voor jouw gezondheid

De voornaamste reden voor de twijfels rondom zoetstoffen komt door de nadelige gezondheidseffecten die de suikervervangers kunnen veroorzaken volgens (recente) onderzoeken.

Waar voorheen gedacht werd dat zoetstoffen (in tegenstelling tot suiker) geen enkel effect hebben op de bloedsuikerspiegel, blijkt dat sommige suikervervangers (met name sacharide en sucralose) wel degelijk bloedsuikerpieken kunnen veroorzaken. Ook blijken ze het lichaam niet geheel onverteerd te verlaten, wat vragen oproept rondom de spijsvertering.

Hoewel de meeste zoetstoffen (vooralsnog) geen effect lijken te hebben op de bloedsuikerspiegel, blijken ze wel een nadelig effect te kunnen hebben op de gevoeligheid voor insuline, wat een voorstadium kan vormen voor diabetes type 2. Ook doen de suikervervangers iets met de hersenen; doordat ze nagenoeg geen calorieën bevatten, wordt het hongercentrum in de hersenen als het ware ‘gefopt’. De hersenen kunnen geen energie halen uit de ‘nepsuikers’, waardoor het verzadigingsgevoel uitblijft – en opnieuw een hongergevoel kan oproepen. Er zijn dan ook aanwijzingen dat het uitblijven van een verzadigingsgevoel een vorm van suikerverslaving kan veroorzaken.

Zoetstoffen worden overigens vaak in verband gebracht met afvallen. Omdat de suikervervangers aanzienlijk minder calorieën bevatten dan reguliere suikers, zijn ze populair binnen de dieetindustrie. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) heeft echter laten weten dat zij het afraden om de nepsuikers te gebruiken als middel om af te vallen, omdat de gevolgen van langdurig gebruik onbekend zijn.

Mogelijke bijwerkingen van zoetstoffen

Naast negatieve effecten op de gezondheid, kunnen zoetstoffen ook directe bijwerkingen veroorzaken.

Mogelijke vage ‘onverklaarbare’ gezondheidsklachten door het nuttigen van (een teveel aan) zoetstoffen:

    • Buikpijn
    • Diarree
    • Flatulentie
    • Hoofdpijn
    • Misselijkheid
    • Een opgeblazen gevoel

“Zijn er ook gezonde zoetstoffen?”

Niet alle zoetstoffen hoeven per definitie ongezond te zijn. Zoetstoffen zijn E-nummers, en net als bij andere additieven kunnen ze onderverdeeld worden in kleurcategorieën. Over het algemeen geldt dat de groene E-nummers veilig gebruikt kunnen worden, dat met de oranje E-nummers uitgekeken moet worden – en dat rode E-nummers (zeer) schadelijk kunnen zijn. Het is dus te allen tijde aan te raden om etiketten te (leren) lezen – en de ingrediëntenlijst van bewerkte voedingsproducten nader te onderzoeken.

zoetstoffen

zoetstoffen

Niet alle zoetstoffen hoeven dus per definitie ongezond en/of schadelijk te zijn. Een aantal suikervervangers kunnen prima worden gebruikt als natuurlijke zoetstof, mits ze niet dusdanig zijn bewerkt dat er niks natuurlijks meer aan is.

(Redelijk-)Veilige suikervervangers:

    • Erythritol (met mate)
    • Stevia
    • Thaumatine
    • Berkensuiker / Xylitol (met mate)

Ook voor de (redelijk-)veilige zoetstoffen geldt uiteraard dat ze met mate genuttigd zouden moeten worden – en dat altijd gelet dient te worden op de afkomst en de samenstelling. Van erythritol is bijvoorbeeld bekend dat het in grote hoeveelheden mogelijk bloedklonters kan veroorzaken, met beroertes en hartaanvallen als mogelijke gevolgen.

Wist je overigens dat xylitol een positief effect blijkt te kunnen hebben op het gebit..?

Goed om te weten

Hoewel er vanuit de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) aanbevolen dagelijkse innames worden vastgesteld voor elke soort voedingsstof, dient er ook rekening gehouden te worden met het ‘stapelen’ van stoffen. Een aanbevolen dagelijkse hoeveelheid (ADH) wordt vastgesteld voor een bepaalde voedingsstof in 1 bepaald product – en houdt geen rekening met de totale hoeveelheid die vanuit diverse producten genuttigd wordt. Of zoetstoffen zich in het lichaam blijvend kunnen opstapelen, daar zijn de meningen over verdeeld. Waar de wetenschap enerzijds beweert dat de nepsuikers het lichaam weer geheel verlaten, zijn er anderzijds ook aanwijzingen dat de suikervervangers wel degelijk opgeslagen kunnen worden in het lichaam.

Aangezien er steeds meer twijfels ontstaan over het gebruik van zoetstoffen, maar hier nog relatief-weinig onderzoek naar is gedaan – en de effecten op lange termijn nog onbekend zijn, is het dus raadzaam om voorzichtig te zijn met de suikervervangers. Ik hoop dat je een stuk wijzer bent geworden van dit artikel – en dat ik je heb gemotiveerd om je eigen verantwoordelijkheid voor je gezondheid te nemen; niemand anders gaat dat immers voor je doen.

 

Wil jij je vage ‘onverklaarbare’ gezondheidsklachten leren herkennen, begrijpen en bestrijden – en je eet- en leefpatroon optimaliseren voor een klachtenvrije toekomst..?

Grip op je gezondheid

IK HELP JOU OM TE GAAN LEREN LUISTEREN NAAR JE LICHAAM – EN OM JE KLACHTEN TE GAAN BEGRIJPEN, ZODAT JIJ (WEER) GRIP KRIJGT OP JE GEZONDHEID!

voedingvoorjebrein

ZORG DAT JE NIETS MIST; VOLG ‘VOEDINGVOORJEBREIN.NL’ OP SOCIALE MEDIA!

Voedingvoorjebrein.nl Voedingvoorjebrein.nl

Ⓒ Nicki Jalink – Voedingvoorjebrein.nl, online orthomoleculair voedingsdeskundige

Is honing net zo ‘ongezond’ als suiker..?

Ik kan er elke zomer zo ontzettend van genieten als ik de bijen zo druk bezig zie op de bloemen in onze tuin, en het is zo ontzettend fascinerend om te weten wat ze vervolgens met die nectar uit de bloemen doen. Het gouden goedje wat de bijen produceren bevat dan wel een hoop (natuurlijke) suikers, wat het ook natuurlijk ook zo lekker maakt, maar is het daarmee stiekem net zo ‘ongezond’ als suiker..? In dit artikel leg ik je uit hoe honing precies gemaakt wordt, waar het uit bestaat, wat de gezondheidsvoordelen zijn, hoe je het kunt inzetten in de bestrijding van vage ‘onverklaarbare’ gezondheidsklachten – en waarom ik vind dat het naar mijn idee absoluut gezonder is dan suiker.

honing

Van nectar naar honing

Honing wordt door bijen gemaakt van nectar uit bloemen. Onder invloed van speciale enzymen en door middel van verdamping, waarbij de bijen onder andere zo hard met hun vleugeltjes fladderen dat het water uit de omgezette nectar verdampt, ontstaat er die welbekende gouden, ingedikte en stroperige substantie.

Een bijenvolk van zo’n 50.000 bijen maakt gemiddeld zo’n 150-300 kilo honing per jaar; 90% daarvan nuttigen de bijen zelf, of ze voeden er hun nakomelingen mee. Enkel het overschot wordt door een imker ‘geoogst’ – en beschikbaar gesteld voor menselijke consumptie. Maar wat zit er dan precies in die honing..?

Honing als medicijn

De exacte kleur en smaak van honing worden bepaald door de oorsprong van de nectar, maar over het algemeen bestaat het uit een aantal vaste ingrediënten.

De basisingrediënten van honing:

    • 38% fructose
    • 31% glucose
    • 17% water
    • 10% andere suikers (zoals maltose en/of sacharose)

Naast bovenstaande ingrediënten bevat honing onder andere ook antioxidanten, enzymen, flavonoïden, proteïnen, mineralen en vitaminen, en daarmee is de vraag of het net zo ongezond is als suiker naar mijn idee eigenlijk al beantwoord; gewone suiker bevat al deze voedingsstoffen namelijk niet.

De voedingsstoffen in honing werken onder andere als een natuurlijk antibioticum; dat effect is voornamelijk effectief bewezen bij uitwendig gebruik – en wordt dan ook regelmatig gebruikt ter bevordering van wondgenezing. Honing werkt bovendien verzachtend bij keelpijn, en het kan bijdragen aan het oplossen van onder andere eczeem en roos.

Wist je dat pure honing ook kan helpen bij hooikoorts..? Honing bevat namelijk een kleine hoeveelheid pollen, waarmee je je lichaam kunt stimuleren om antistoffen aan te maken – en dus een soort natuurlijke resistentie kunt opbouwen.

Goed om te weten

→ Als meer dan 50% van het stuifmeel van één soort bloem afkomstig is (wat gecheckt kan worden aan de hand van microscopisch onderzoek), dan mag de honing ernaar vernoemd worden; zo zijn onder andere klaverhoning, lavendelhoning en tijmhoning ontstaan.

→ Elke soort honing kristalliseert uiteindelijk; het is echter afhankelijk van de soort en de hoeveelheid suikers met welke snelheid dat gebeurd. Bij relatief veel glucose zal er sneller kristallisering plaatsvinden; bij fructose gaat dat proces langzamer.

→ Pure honing is lang houdbaar – en gezonde honing kun je ’t beste bij een lokale imker halen. Met een juiste kwaliteit profiteer je namelijk optimaal van de gezondheidsvoordelen.

→ Je doet de bijen een groot plezier door een bloemrijke tuin te realiseren, waarvoor je als dank dus een heerlijk goud goedje kunt terugkrijgen.

 

Wil jij je vage ‘onverklaarbare’ gezondheidsklachten leren herkennen, begrijpen en bestrijden – en je eet- en leefpatroon optimaliseren voor een klachtenvrije toekomst..?

Grip op je gezondheid

IK HELP JOU OM TE GAAN LEREN LUISTEREN NAAR JE LICHAAM – EN OM JE KLACHTEN TE GAAN BEGRIJPEN, ZODAT JIJ (WEER) GRIP KRIJGT OP JE GEZONDHEID!

voedingvoorjebrein

ZORG DAT JE NIETS MIST; VOLG ‘VOEDINGVOORJEBREIN.NL’ OP SOCIALE MEDIA!

Voedingvoorjebrein.nl Voedingvoorjebrein.nl

Ⓒ Nicki Jalink – Voedingvoorjebrein.nl, online orthomoleculair voedingsdeskundige

Eén van de grootste oorzaken van vage ‘onverklaarbare’ buikklachten komt door een tekort aan vezels

Eén van de grootste oorzaken van vage ‘onverklaarbare’ buikklachten bij mensen komt door een tekort aan vezels. Maar liefst ruim 80% van de mensen krijgt dan ook te weinig vezels binnen. In dit artikel leg ik je uit wat vezels precies zijn – en waarom ze van groot belang zijn voor jouw darmgezondheid.

vezels

Wat zijn vezels, en waarom zijn ze zo belangrijk..?

Vezels is een verzamelnaam voor een bepaalde groep koolhydraten die niet in de dunne darm kunnen worden verteerd, maar die als onverteerbare bestandsdelen onaangetast naar de dikke darm gaan. Vezels worden ook wel voedingsvezels genoemd.

Voedingsvezels kunnen we onderverdelen in twee categorieën.

Soorten voedingsvezels:

    • Oplosbare voedingsvezels

Oplosbare voedingsvezels worden in de dikke darm bewerkt door darmbacteriën. De vezels lossen vervolgens op in water – en maken zo de ontlasting dikker en stroperiger, waardoor de verteringstijd wordt vertraagd. De oplosbare vezels trappen als het ware op de rem van het verteringssysteem; daardoor wordt er niet te snel te veel glucose in het bloed opgenomen, wat een stabiele bloedsuikerspiegel oplevert.

    • Niet-oplosbare voedingsvezels

Niet-oplosbare voedingsvezels zijn nauwelijks- tot niet af te breken door darmbacteriën, maar toch heeft ook deze soort een belangrijke functie met betrekking tot de gezondheid; namelijk het vasthouden van vocht in de dikke darm. Voldoende vocht en vezels zorgen ervoor dat de ontlasting niet te stevig wordt; daardoor is er meer beweeglijkheid in de darmen, wat zorgt voor een betere stoelgang.

Voedingsvezels spelen niet alleen een belangrijke rol bij de bloedsuikerspiegel en de algemene darmfunctie, maar ze kunnen ook het cholesterolgehalte helpen verlagen, het risico op darmkanker verkleinen – en ze hebben een positief effect op hart- en vaatziekten.

Bij de afbraak van oplosbare voedingsvezels ontstaan bovendien korte ketens van vetzuren; die ketens hebben een ontstekingsremmende werking. Voedingsvezels schuren ook je tanden schoon, en ze zorgen ze voor een verzadigd gevoel.

Bronnen van vezels

Oplosbare vezels vind je met name in fruit (voornamelijk in appels en in citrusfruit) en peulvruchten.

Niet-oplosbare vezels vind je in (volkoren) graanproducten, groenten (vooral in bonen en in uien) – en ook in noten en in pinda’s.

Voedingsvezels komen dus uitsluitend voor in plantaardige voeding.

Er worden ook regelmatig voedingsvezels aan bepaalde producten toegevoegd; het blijkt echter dat die producten minder effectief zijn wat betreft de gezondheidsvoordelen dan een product dat van nature voedingsvezels bevat.

Functies van vezels

De belangrijkste functies van voedingsvezels op een rijtje:

Voedingsvezels…

…verbeteren de darmbeweging – en zorgen daarmee voor een goede passage van de ontlasting richting de uitgang;

…verbeteren de stoelgang;

…en veroorzaken een gevoel van verzadiging, waardoor je minder snel zult overeten.

Oplosbare voedingsvezels vertragen bovendien de spijsvertering van koolhydraten, waardoor je bloedsuikerspiegel stabiel(er) blijft, waardoor het risico op dementie, diabetes type 2, hart- en vaatziekten, kanker en overgewicht aanzienlijk kan worden verminderd.

De aanbevolen dagelijkse hoeveelheid (ADH) van voedingsvezels

De vastgestelde aanbevolen hoeveelheid voor voedingsvezels is zo’n 30-40 gram per dag, maar die aanbevolen hoeveelheid is op zichzelf eigenlijk niet voldoende. Naast voldoende voedingsvezels binnenkrijgen, is het namelijk minstens zo belangrijk dat je ook voldoende water drinkt.

Een tekort aan voedingsvezels in combinatie met te weinig vocht is één van de grootste oorzaken van darmklachten.

Vezels en vocht in balans

Vezels zijn dus afhankelijk van vocht. Zonder voldoende vocht kunnen darmklachten aanhouden – of zelfs verergeren.

Waarom is vocht dan zo belangrijk..?

Bij diarree zorgen voedingsvezels voor stevigere ontlasting. Wanneer ontlasting echter té stevig wordt, dan spreken we van verstopping. Bij verstopping is het noodzaak dat de voedingsvezels voldoende vocht kunnen opnemen, om smeuïgere ontlasting te kunnen creëren. De consistentie van je ontlasting – en daarmee een groot deel van je darmgezondheid – is dus afhankelijk van zowel de hoeveelheid voedingsvezels die je binnenkrijgt, als de hoeveelheid water die je drinkt. Zorg er, naast de inname van vezels, dus ook altijd voor dat je voldoende water drinkt.

vezels

Tips om meer voedingsvezels binnen te krijgen

1. Start de dag met een vezelrijk ontbijt

Een gezond ontbijt is de basis voor de rest van je dag. Er zijn veel verschillende soorten ontbijtgranen verkrijgbaar; ze verschillen echter nogal in de hoeveelheid voedingsvezels – en het is dus raadzaam om bewuste keuzes te maken.

Tip: voeg eventueel wat lijnzaad toe aan je yoghurt, kwark of smoothie(bowl); lijnzaad bevat namelijk 1,7 gram vezels per eetlepel – en is daarmee een goede bron van vezels. Ook kokos bevat relatief veel vezels – en kan een lekkere toevoeging zijn aan je ontbijt.

2. Focus je op fruit en groente in plaats van (volkoren) brood, beschuit, crackers, beschuit, pasta, rijst etc. 

Brood en dergelijke bevatten dan misschien wel veel koolhydraten, maar niet per se veel vezels; zelfs volkoren varianten niet. De hoeveelheid vezels die je door middel van volkoren producten binnenkrijgt is namelijk nihil in vergelijking tot de hoeveelheid vezels die je uit fruit en groenten kunt halen. Focus je dus niet te veel op volkoren producten.

3. Voeg (meer) groente toe aan iedere maaltijd

Kies voor een (groenten)soep als basis van je lunch, neem standaard wat rauwkost (komkommer, tomaat, wortel, paprika, etc.) als bijgerecht, voeg wat (extra) groente toe aan je omelet en/of wees creatief met broodbeleg.

4. Gebruik dadels en vijgen om mee te bakken

Houd je van bakken..? Dadels en vijgen bevatten behoorlijk wat voedingsvezels. 10 dadels bevatten samen zo’n 4,5 gram vezels, en 3 vijgen bevatten maar liefst 5,9 gram vezels. Je kunt vijgen en dadels prima gebruiken als vervanging van geraffineerde suikers in baksels.

5. Zet vaker peulvruchten op het menu

Peulvruchten vormen uitstekende bronnen van voedingsvezels. Kapucijners bevatten bijvoorbeeld zo’n 4,4 gram vezels per 55 gram; dat is ongeveer 1 eetlepel. Witte en bruine bonen bevatten zelfs nog meer vezels; maar liefst 6,8 gram per eetlepel.

Goed om te weten

Er zijn regels opgesteld voor het gebruik van bepaalde termen omtrent voedingsvezels op verpakkingen. Over het algemeen kun je ervan uitgaan dat…

… “Een bron van vezels” betekent dat het product 1,5–3 gram vezels per 100 gram bevat.

…”Rijk aan vezels” betekent dat het product 3–6 gram vezels per 100 gram bevat.

Het wil overigens niet zeggen dat producten met bovenstaande uitspraken per definitie ook de beste keuze zijn wat betreft de hoeveelheid voedingsvezels; daarvoor zul je toch ook de achterkant van de verpakking moeten bestuderen, etiketten leren lezen – én bovenstaande tips in je achterhoofd moeten houden.

 

Wil jij je vage ‘onverklaarbare’ gezondheidsklachten leren herkennen, begrijpen en bestrijden – en je eet- en leefpatroon optimaliseren voor een klachtenvrije toekomst..?

Grip op je gezondheid

IK HELP JOU OM TE GAAN LEREN LUISTEREN NAAR JE LICHAAM – EN OM JE KLACHTEN TE GAAN BEGRIJPEN, ZODAT JIJ (WEER) GRIP KRIJGT OP JE GEZONDHEID!

voedingvoorjebrein

ZORG DAT JE NIETS MIST; VOLG ‘VOEDINGVOORJEBREIN.NL’ OP SOCIALE MEDIA!

Voedingvoorjebrein.nl Voedingvoorjebrein.nl

Ⓒ Nicki Jalink – Voedingvoorjebrein.nl, online orthomoleculair voedingsdeskundige

Is mayonaise echt zo ongezond…?

Mayonaise is haast niet weg te denken uit het Nederlandse eetpatroon. We eten niet alleen graag een frietje (of patatje) ‘met’, maar we vinden het over ’t algemeen ook erg lekker bij de gebakken aardappeltjes en/of als basis voor bijvoorbeeld een zelfgemaakte eiersalade. Toch zijn we een beetje huiverig voor dit geliefde sausje, want gezond is het niet echt, toch…? In dit artikel leg ik je uit waarom mayonaise prima binnen een gezond eetpatroon kan passen – en in hoeverre zo’n bewuste keuze kan bijdragen aan jouw gezondheid.

mayonaise

De voedingswaarden van mayonaise

Hoewel mayonaise behoorlijk wat calorieën bevat, is het eigenlijk helemaal niet zo ongezond als vaak gedacht wordt. Als we kijken naar de voedingswaarden, dan zien we allereerst dat mayonaise behoorlijk wat onverzadigde (gezonde) vetten bevat, wat overigens ook de hoeveelheid calorieën verklaart, want vet is nou eenmaal de grootste energieleverancier wat calorieën betreft.

Ook valt de hoeveelheid suiker vaak wel mee. Een normale portie kwalitatieve mayonaise kan dus in principe prima in een gebalanceerd eetpatroon passen, mits je weet waar je op moet letten in de ingrediëntenlijst.

Waar je op kunt letten bij het kopen van mayonaise

⇨ Kijk allereerst dus altijd naar de ingrediëntenlijst op de verpakking; hoe langer die is, hoe meer (onnodige) toevoegingen een product bevat. 

⇨ Let op de hoeveelheid (toegevoegde) suiker (te vinden bij ‘waarvan suikers’ in de lijst van de voedingswaarden), want dat kan nogal verschillen per merk.

⇨ Let op de hoeveelheid zout (ook te vinden bij de voedingswaarden op de verpakking). 

⇨ Mocht je het belangrijk vinden – en het binnen je budget passen, dan kun je eventueel ook letten op het soort ei dat gebruikt is – en bewust kiezen voor scharreleieren of biologische eieren.

De kwaliteit van mayonaise kun je in principe dus zelf bepalen aan de hand van het (leren) lezen van etiketten.

Zelf mayonaise maken

Wil je liever helemaal geen (onnodige) toevoegingen in je mayonaise..? Dan kun je er ook voor kiezen om het zelf te maken; dat is namelijk helemaal niet zo moeilijk. Je hebt slechts 4 ingrediënten nodig;

    • Eidooiers
    • Mosterd
    • Plantaardige olie
    • Iets ‘zuurs’ (zoals azijn of citroensap)
    • Optioneel: een snufje zout.

Let op: voor sommige doelgroepen, zoals zwangere vrouwen, kleine kinderen en mensen met een mindere weerstand, wordt het afgeraden om rauwe eidooiers te eten in verband met de (kleine) kans op een salmonellabesmetting.

Goed om te weten

→ Mayonaise mag alleen ‘mayonaise’ heten als het minimaal 70% vet – en 5% eigeel bevat. Andere soorten, zoals halvanaise en fritessaus, bevatten misschien wel minder calorieën dan mayonaise, maar ook minder (onverzadigd) vet – en mogelijk juist meer suiker, overige toevoegingen (E-nummers) en/of zout.

→ Er is geen wetenschappelijk bewijs voor de relatie tussen mayonaise en acne. 

→ Het is een fabel dat mayonaise slecht is voor je cholesterolgehalte. Onverzadigde vetten, waarvan dit sausje er relatief veel van bevat, worden juist aangeraden bij een verhoogd cholesterol. Onverzadigde vetten hebben namelijk een positief effect op het LDL-cholesterol.

 

Wil je leren hoe jij een gezonde boodschappenlijst samenstelt – en weten waar je op moet letten bij het kiezen van producten in de supermarkt, zodat je misleidingen kunt vermijden – en een betaalbare- en gezonde balans voor jezelf kunt creëren..?

Cursus 'Gezond(e) boodschappen doen'

IK HELP JOU OM TE GAAN LEREN LUISTEREN NAAR JE LICHAAM – EN OM JE KLACHTEN TE GAAN BEGRIJPEN, ZODAT JIJ (WEER) GRIP KRIJGT OP JE GEZONDHEID!

voedingvoorjebrein

ZORG DAT JE NIETS MIST; VOLG ‘VOEDINGVOORJEBREIN.NL’ OP SOCIALE MEDIA!

Voedingvoorjebrein.nl Voedingvoorjebrein.nl

Ⓒ Nicki Jalink – Voedingvoorjebrein.nl, online orthomoleculair voedingsdeskundige

E-nummers; zijn ze onschadelijk, of kun je ze beter vermijden..?

E-nummers; je hebt er vast wel eens van gehoord. E-nummers zijn stoffen die aan onze voeding worden toegevoegd om bijvoorbeeld de kwaliteit, de kleur en/of de houdbaarheid te verbeteren. Hoewel er veel wetenschappelijke onderzoeken gedaan zijn – en er strenge regels zijn verbonden aan het gebruik van deze stoffen, zijn er verschillende visies en meningen rondom het gebruik ervan. Waar de één beweert dat de additieven onschadelijk of zelfs veilig zijn bevonden voor je gezondheid, mits je de aanvaardbare dagelijkse inname niet overschrijdt, doet de ander zijn/haar best om ze zoveel mogelijk te vermijden. Zelf kies ik voor de middenweg wat betreft deze hulpstoffen; wat ik daarmee bedoel – en waarom het van belang is om bewust om te gaan met E-nummers als je te maken hebt met vage ‘onverklaarbare’ gezondheidsklachten, ga ik je in dit artikel uitleggen.

E-nummers

Verschillende soorten E-nummers

Allereerst is het belangrijk om het verschil tussen de verschillende soorten E-nummers te weten. Er zijn namelijk verschillende soorten wat betreft functie (denk aan conserveringsmiddelen, emulgatoren en kleurstoffen), maar daarnaast zijn deze stoffen ook onder te verdelen in verschillende categorieën;

    • Groene E-nummers
    • Oranje E-nummers
    • Rode E-nummers

De gedachte achter de verschillende kleurencategorieën is dat de groene E-nummers oké zijn, dat je van de oranje varianten niet te veel binnen moet zien te krijgen – en dat je de rode E-nummers beter zo veel mogelijk kunt vermijden.

E-nummers vind je tegenwoordig in bijna alle (voornamelijk kant-en-klare) producten. Pak een willekeurig(e) pak, pot of fles in de supermarkt – en het bevat gegarandeerd E-nummers. (Onnodige) Toevoegingen geheel vermijden lijkt dan ook haast onmogelijk (of je moet sterk genoeg zijn om in principe alles af te slaan wat je buitenshuis wordt aangeboden – en brutaal genoeg zijn om in een restaurant te vragen naar de gehele ingrediëntenlijst van de menukaart), maar is misschien is het ook wel helemaal niet zo verstandig om alle additieven te vermijden… Niet elk E-nummer is per definitie slecht namelijk. Sommige E-nummers komen zelfs van nature voor in bepaalde producten; zo heeft vitamine C bijvoorbeeld een eigen E-nummer (E300). Er zijn echter ook varianten, zoals bepaalde glansmiddelen, kleurstoffen en smaakversterkers, waarbij je wél terecht je vraagtekens mag zetten.

Drie voorbeelden van rode E-nummers:

    • E220: Zwaveldioxide

Zwaveldioxide komt veel bij vulkanen uit de grond – en wordt gebruikt bij industriële processen; onder andere voor het maken van zwavelzuur. Zouten van zwavelzuur worden gebruikt als conserveringsmiddel in voedsel.

    • E240: Formaldehyde

Formaldehyde is een gas (welke overigens van verschillende bronnen afkomstig kan zijn) met een sterke onaangename geur. Formaldehyde is mogelijk kankerverwekkend – en kan irritaties aan keel, neus en ogen – en kans op hoofdpijn veroorzaken.

    • E284: Boorzuur

Boorzuur is een synthetisch voedingszuur. Boorzuur is, net zoals borax, giftig voor het zenuwstelsel, de nieren en de lever van de mens. Mogelijke bijwerkingen van boorzuur zijn onder andere een bloederige stoelgang, braken, hoofdpijn, huidontstekingen en nierfalen; daarnaast kan het ook de mannelijke vruchtbaarheid verminderen.

De aanvaardbare Dagelijkse Inname (ADI) van E-nummers

Voor elk E-nummer is door de ‘European Food Safety Authority (EFSA)’ een aanvaardbare dagelijkse inname (ADI) vastgesteld; dat houdt in dat een bepaalde stof, oftewel een E-nummer, niet schadelijk is bevonden bij een maximale inname van die vastgestelde ADI – en dat fabrikanten dus niet meer dan die ADI mogen toevoegen aan hun product.

Let op: bovenstaande geldt dus PER product.

In principe zijn ADI’s zo vastgesteld dat het niet direct kwaad zou moeten kunnen als de grens een keertje zou worden overschreden, maar je kunt je wel afvragen wat het effect zou kunnen zijn als die grens op langere termijn niet zo nauw genomen wordt; kinderen, mensen met (ernstig) ondergewicht – en mensen met (ernstig) overgewicht en/of diabetes vormen wat dat betreft een risicogroep.

Een gezonde balans

Alle E-nummers geheel vermijden is niet alleen ontzettend moeilijk, maar is ook niet per se aan te raden; niet eens zo zeer alleen omdat dus niet alle E-nummers per definitie slecht zijn, maar ook omdat je lichaam erg heftig zou kunnen reageren als je een ‘slecht’ E-nummer dan ooit toch een keer (per ongeluk) binnen zou krijgen. 

Het zijn voornamelijk de rode (en de oranje) E-nummers waar veel kritiek over is ontstaan – en waar je je vraagtekens terecht bij kunt zetten; sommige van die stoffen zijn niet alleen discutabel op zichzelf, maar kunnen in combinatie met andere toevoegingen ook reacties veroorzaken, waarbij zogeheten ‘vrije radicalen’ kunnen vrijkomen.

Vrije radicalen kunnen schade aanrichten aan je lichaamscellen – en dus nadelig zijn voor je gezondheid. Vrije radicalen worden in ons lichaam opgeruimd door antioxidanten, welke je binnen zal moeten zien te krijgen via voeding – of eventueel aanvullend via  supplementen. De hoeveelheid vrije radicalen moet in balans zijn met de hoeveelheid antioxidanten om gezond te kunnen blijven; dat geldt dus ook voor E-nummers.

Als je gezondheid je uitgangspunt is – en je vage ‘onverklaarbare’ gezondheidsklachten wilt aanpakken, dan zul je dus moeten zoeken naar een gezonde balans tussen de verschillende soorten E-nummers; daarbij kun je uitgaan van het uitgangspunt dat de groene E-nummers oké zijn, dat je van de oranje varianten niet te veel binnen zou moeten krijgen – en dat je de rode E-nummers beter zo veel mogelijk kunt vermijden. 

Nog twee voorbeelden van rode E-nummers (en de reden waarom je ze beter zo veel mogelijk kunt vermijden) :

    • E621: Mononatriumglutamaat / MSG / Ve-tsin

Mononatriumglutamaat is een synthetische smaakversterker – en is een bestandsdeel van ‘glutaminezuur’.  Stemmingswisselingen zijn een mogelijke bijwerking van E621, en er zijn aanwijzingen dat dit E-nummer ook medeverantwoordelijk is voor onder andere ADHD en autisme. E621 zou bovendien het gevoel van vol zitten kunnen remmen, met ‘overeten’ als mogelijk gevolg.

    • E951: Aspartaam

Aspartaam valt onder de synthetische zoetstoffen – en is 200 x zo zoet als suiker. Aspartaam komt veel voor in onder andere lightproducten, frisdrank, kauwgom en snoep. Chemisch gezien bestaat aspartaam uit asparaginezuur en fenylalanine, aangevuld met methanol. Bij de afbraak van methanol kan formaldehyde en mierenzuur ontstaan; die stoffen kunnen giftig en kankerverwekkend zijn voor het lichaam. Aspartaam zou kanker veroorzaken op proefdieren, en er zijn meer mogelijke bijwerkingen van deze stof bekend; onder andere de ziekte van alzheimer, huidirritatie, migraine, misselijkheid en smaakverlies zouden een mogelijk verband hebben met dit E-nummer. Aspartaam zou bovendien de signaaloverdracht in de hersenen kunnen verstoren – en neuronen kunnen aantasten.

Goed om te weten

→ Er bestaan diverse (gratis) apps en boeken met lijsten en zoekfuncties wat betreft additieven; daar kun je de soort (kleur), de oorsprong en de bijwerkingen terugvinden. Kennis van E-nummers (en een handige lijst daarvan) kan heel nuttig zijn tijdens het maken van je boodschappenlijstje en/of tijdens het doen van de boodschappen.

→ E-nummers hoeven niet altijd letterlijk met hun nummer op de verpakking van producten te staan. Aangezien de hulpstoffen de laatste jaren nogal wat kritiek hebben gekregen, zijn fabrikanten zo slim geweest om de direct herkenbare nummers te vervangen voor hun wetenschappelijke naam; dat wil echter niet zeggen dat er ook maar iets aan de ingrediënten is veranderd, maar enkel dat niet iedereen direct doorheeft dat de helft van die ingrediëntenlijst (nog steeds) uit E-nummers bestaat. De ‘natuurlijke aroma’s’ zijn een mooi voorbeeld van zogenaamde verborgen E-nummers. Zorg dus dat je weet waar je op moet letten bij het lezen van etiketten.

 

Wil je leren hoe jij een gezonde boodschappenlijst samenstelt – en weten waar je op moet letten bij het kiezen van producten in de supermarkt, zodat je misleidingen kunt vermijden – en een betaalbare- en gezonde balans voor jezelf kunt creëren..?

Cursus 'Gezond(e) boodschappen doen'

IK HELP JOU OM TE GAAN LEREN LUISTEREN NAAR JE LICHAAM – EN OM JE KLACHTEN TE GAAN BEGRIJPEN, ZODAT JIJ (WEER) GRIP KRIJGT OP JE GEZONDHEID!

voedingvoorjebrein

zorg dat je niets mist; volg ‘voedingvoorjebrein.nl’ op SOCIALE MEDIa!

Voedingvoorjebrein.nl Voedingvoorjebrein.nl

Ⓒ Nicki Jalink – Voedingvoorjebrein.nl, online orthomoleculair voedingsdeskundige

Het cruciale verschil tussen snelle koolhydraten en langzame koolhydraten voor jouw bloedsuikerspiegel

Binnen de koolhydraten onderscheiden we snelle koolhydraten en langzame koolhydraten. Snelle koolhydraten worden over ’t algemeen gezien als ongezonde koolhydraten, en langzame koolhydraten worden over ’t algemeen gezien als gezonde koolhydraten; maar waarom eigenlijk..? Wat is dan precies het verschil..? In dit artikel leg ik je uit wat het verschil tussen snelle- en langzame koolhydraten is – en waarom dat verschil van cruciaal belang is voor (problemen met) je bloedsuikerspiegel en (andere) vage ‘onverklaarbare’ gezondheidsklachten.

koolhydraten

Koolhydraten zijn ketens, welke zijn opgebouwd uit de aaneengeschakelde scheikundige moleculen koolstof, waterstof en zuurstof. Qua samenstelling bestaan koolhydraten uit verschillende soorten suikers, vezels en zetmeel. De verhoudingen tussen de bestanddelen en de lengte van de scheikundige ketens bepalen als het ware in hoeverre koolhydraten gezond zijn.

Het verschil tussen snelle koolhydraten en langzame koolhydraten

Snelle koolhydraten zijn de relatief korte ketens – en worden ook wel ‘enkelvoudige koolhydraten’ genoemd. Snelle koolhydraten zorgen voor een acute stijging van de bloedsuikerspiegel door snelle productie van insuline. Snelle suikers worden direct opgenomen door het lichaam, waardoor je in eerste instantie een energieboost zult ervaren. De bloedsuikerspiegel daalt vervolgens echter net zo hard als dat hij steeg; daardoor kun je in een vicieuze cirkel terecht komen, waarbij je snel weer trek krijgt – en er pieken en dalen in je bloedsuikerspiegel ontstaan.

Langzame koolhydraten zijn lange ketens – en worden ook wel ‘meervoudige- of complexe koolhydraten’ genoemd. Langzame koolhydraten zorgen voor een geleidelijke opname van voedingsstoffen – en dus ook voor een geleidelijke aanvoer van energie; daardoor blijf je langer verzadigd – en blijft je bloedsuikerspiegel stabieler.

De spijsvertering en de stofwisseling van koolhydraten

Tijdens het spijsverteringsproces worden alle koolhydraten afgebroken tot steeds kleinere deeltjes. Je kunt je misschien wel voorstellen dat je lichaam langer bezig is met – en dus ook langer verzadigd zal zijn door – langzame koolhydraten. Ten behoeve van de spijsvertering en de stofwisseling hebben langzame koolhydraten dus in principe de voorkeur.

Alle koolhydraten worden uiteindelijk door het lichaam omgezet in glucose, maar het grote verschil is dus de tijd die het lichaam nodig heeft om de koolhydraten af te breken. De alvleesklier zorgt ervoor, door middel van het hormoon insuline, dat de bloedsuikerspiegel zo stabiel mogelijk blijft. De alvleesklier moet dus echter veel harder werken bij de verbranding van snelle koolhydraten dan bij de verbranding van langzame koolhydraten.

Let op: snelle koolhydraten zijn niet per definitie slecht. Een juiste balans tussen snelle- en langzame koolhydraten is belangrijk, en die balans kan per persoon verschillend zijn.

Bronnen van snelle koolhydraten en langzame koolhydraten

Een aantal voorbeelden van snelle koolhydraten:

    • Aardappelen
    • Wit brood
    • Frisdrank
    • Fruit
    • Honing
    • Koek
    • Witte pasta
    • Witte rijst
    • Snoep
    • Suiker

Een aantal voorbeelden van langzame koolhydraten:

    • Appels
    • Grapefruit
    • Groenten
    • Peulvruchten (met name kidneybonen en linzen)
    • Volkoren producten 
    • Zilvervliesrijst

Goed om te weten

→ De snelheid waarmee koolhydraten in ons lichaam worden opgenomen noemen we ook wel de ‘glykemische index’ (GI). Hoe hoger de glykemische index, hoe sneller de koolhydraten worden opgenomen.

→ Overtollige glucose wordt in het lichaam omgezet in glycogeen. Als de voorraad glycogeen echter te groot wordt, dan zal het lichaam glucose gaan omzetten in vetcellen.

→ Koolhydraten vormen de belangrijkste brandstoffen voor het lichaam. Je lichaam zal er altijd voor kiezen om als eerste koolhydraten (glucose) te verbranden. Vetten en eiwitten worden pas verbrand als er geen koolhydraten meer voorradig zijn.

→ Een (langdurig) tekort aan koolhydraten kan een tekort aan bepaalde essentiële voedingsstoffen betekenen; het is daarom niet verstandig om zomaar een koolhydraat-arm dieet te gaan volgen. 

→ Je lichaam ziet in principe geen verschil tussen natuurlijke suikers (zoals bijvoorbeeld fruitsuikers) en geraffineerde suikers; beiden worden gezien – en verbrand als suikers. Er zitten overigens wel andere verschillen tussen fruitsuikers en geraffineerde suikers wat betreft overige (voedings)stoffen uit – en het effect op de gezondheid daarvan. Wat betreft je gezondheid hebben natuurlijke suikers uiteraard de voorkeur.

→ Je kunt koolhydraten ook nog onderverdelen in ‘verteerbare-‘ en ‘onverteerbare koolhydraten’. De onverteerbare koolhydraten worden ook wel ‘voedingsvezels’ genoemd; die vezels zijn onder andere van belang voor een goede werking van de darmen.

 

Wil jij je vage ‘onverklaarbare’ gezondheidsklachten leren herkennen, begrijpen en bestrijden – en je eet- en leefpatroon optimaliseren voor een klachtenvrije toekomst..?

Grip op je gezondheid

IK HELP JOU OM TE GAAN LEREN LUISTEREN NAAR JE LICHAAM – EN OM JE KLACHTEN TE GAAN BEGRIJPEN, ZODAT JIJ (WEER) GRIP KRIJGT OP JE GEZONDHEID!

voedingvoorjebrein

ZORG DAT JE NIETS MIST; VOLG ‘VOEDINGVOORJEBREIN.NL’ OP SOCIALE MEDIA!

Voedingvoorjebrein.nl Voedingvoorjebrein.nl

Ⓒ Nicki Jalink – Voedingvoorjebrein.nl, online orthomoleculair voedingsdeskundige

Word je dik van vetten?

Volle kwark, halfvolle yoghurt, mager gehakt; hoe zit dat nou precies..? Wat is eigenlijk het verschil tussen verzadigde vetten en onverzadigde vetten, en wat betekent dat voor jouw gezondheid en eventuele vage ‘onverklaarbare’ gezondheidsklachten..? In dit artikel leg ik je niet alleen de verschillen tussen verschillende soorten vetzuren uit, maar ga ik ook in op de verschillende functies voor je gezondheid. Ook beantwoord ik de vraag of vetten daadwerkelijk dik maken – en vind je een handig overzicht wat betreft het koken met vetten.

vetten

Vetten zijn opgebouwd uit vetzuren, waarvan verschillende varianten bestaan. Vetzuren kunnen verschillen in lengte en/of opbouw, maar ook op de manier waarop ze verbonden zijn.

Verzadigde vetzuren / verzadigde vetten

Bij verzadigde vetzuren zijn de koolstofatomen direct aan elkaar verbonden; ze zijn verzadigd – en er is dus geen ruimte voor andere stoffen om zich te binden. Een teveel aan verzadigde vetzuren in verhouding tot onverzadigde vetzuren kan een negatief effect hebben op het LDL-cholesterol – en daarmee ook op je bloedvaten. Verzadigde vetten worden ook wel de ‘slechte ongezonde vetten’ genoemd, maar dat is niet helemaal terecht. Verzadigde vetten zijn net zo goed van belang voor je gezondheid. In het gemiddelde Westerse eetpatroon wordt er echter te veel verzadigd vet genuttigd ten opzichte van onverzadigd vet, en die disbalans kan een veroorzaker zijn van diverse vage ‘onverklaarbare’ gezondheidsklachten. 

Onverzadigde vetzuren / onverzadigde vetten

Bij onverzadigde vetzuren zijn de vetzuren niet allemaal direct aan elkaar verbonden; ze zijn onverzadigd, en andere stoffen kunnen zich dus aan de vetzuren binden. Voldoende onverzadigde vetten hebben een positief effect op het LDL-cholesterol. Verzadigde vetten worden over het algemeen dan ook als de ‘goede gezonde vetten’ gezien.

vetten

Let op: in voeding zul je altijd een combinatie vinden van verzadigde vetten en onverzadigde vetten. 

Omega-vetzuren 

Omega-vetzuren zijn specifieke onverzadigde vetzuren met ieder een eigen unieke structuur. We onderscheiden drie soorten omega-vetzuren; omega 3omega 6 en omega 9.

Omega 3 (linoleenzuur) en omega 6 (linolzuur) zijn beiden essentiële vetzuren; in tegenstelling tot omega 9, wat betekent dat je lichaam die vetzuren niet zelf kan aanmaken – en je ze dus door middel van voeding binnen zal moeten zien te krijgen. 

Net zoals bij verzadigd- en onverzadigd vet, is het ook zo dat we in de huidige voedselrevolutie over ’t algemeen te veel omega 6 binnenkrijgen in verhouding tot omega 3, wat diverse nadelige gevolgen voor de gezondheid kan hebben.

Vetten

Naast de samenstelling van vetten op zichzelf en een juiste balans, is het ook van belang om je af te vragen in hoeverre een product bewerkt is. Voedselbewerking heeft niet alleen betrekking op het feit dat er wellicht (onnodige) ingrediënten aan een product zijn toegevoegd, maar ook de manier waarop het product verkregen is.

Transvetten

Transvetten zijn geharde vetten, bewerkt door chemische processen in fabrieken of verhitting. Deze vetten zitten onder andere in frituurvet en in bepaalde margarines, maar bijvoorbeeld ook in chips, gebak en koek. Hoewel transvetten ook tot de onverzadigde vetten behoren, zijn ze echter in geen enkel opzicht als gezond en/of goed te beschouwen. Transvetten hebben een zeer ongunstig effect op het LDL-cholesterol – en geven dan ook een hoger risico op hart-en vaatziekten. Het kost je lichaam bovendien flink wat moeite om transvetten te verteren. Je kunt deze soort vetten in het belang van je gezondheid dus beter zo veel mogelijk vermijden.

Transvetten komen overigens ook van nature voor in onder andere melk en vlees van herkauwers. Uit onderzoek blijkt echter dat de natuurlijke vorm van transvetten zich fysiologisch anders gedraagt – en daarom niet schadelijk is voor de gezondheid. 

“Word je dik van vetten?”

Hoewel vaak gedacht wordt dat vetten over het algemeen ongezond zijn – en dat we er dik en ongezond van worden, is dat niet helemaal waar. Dat je in voeding altijd een combinatie van zowel verzadigde- als onverzadigde vetten zult vinden, dat is niet voor niets; het menselijk lichaam heeft ze beiden namelijk hard nodig. Een verkeerde verhouding tussen de verschillende soorten vetten, waarbij er een teveel is aan verzadigde vetten en/of  transvetten ten opzichte van (de goede) onverzadigde vetten, kan echter nadelige gevolgen hebben voor de gezondheid. Een verkeerde verhouding tussen de hoeveelheid vetten en de hoeveelheid (snelle) koolhydraten vormt een nóg groter risico voor de gezondheid.

Vetten bevatten, in verhouding tot eiwitten en koolhydraten, relatief-veel calorieën; toch wil dat niet zeggen dat ze per definitie dik maken. Wat eigenlijk veel interessanter is dan het tellen van calorieën, is namelijk het feit wat elke individuele calorie precies doet in je lichaam. Uit onderzoek blijkt namelijk dat je van eenzelfde hoeveelheid koolhydraten sneller aan kunt komen dan van vetten.

Vetten hebben een belangrijke rol in zowel de spijsvertering als de stofwisseling. Vetten worden tijdens het spijsverteringsproces afgebroken tot individuele vetzuren, waarbij de lever een belangrijke rol speelt. De vetzuren kunnen direct worden verbrand voor de energievoorziening, maar kunnen ook worden opgeslagen in de vorm van vetweefsel. Het lichaam zal namelijk te allen tijde eerst koolhydraten (glucose) verbranden ten behoeve van de energiehuishouding. Wanneer er geen glucose voorradig is, worden de vetreserves pas aangesproken als brandstof.

Het Westerse eetpatroon bestaat echter hoofdzakelijk uit (snelle) koolhydraten, welke in het lichaam worden afgebroken tot glucose. Overtollige glucose wordt in het lichaam in eerste instantie omgezet in glycogeen, om vervolgens opgeslagen te worden in de lever en in spieren. Als de voorraad glycogeen echter te groot wordt, dan zal het lichaam glucose omzetten in vetcellen. Zolang er steeds sprake is van een nieuwe aanvoer van glucose, zullen de vetreserves niet worden gebruikt als brandstof.

Het is dus niet zo dat vetten per definitie zorgen voor vermeerdering van vetcellen. Het is voornamelijk een disbalans in het eetpatroon wat betreft het soort vetzuren en de verhouding tot koolhydraten dat er voor kan zorgen dat je aankomt in gewicht – of niet kunt afvallen.

De slechte naam die (verzadigde) vetten ooit hebben gekregen, is te wijten aan een onderzoek dat voedingsdeskundige Ancel Keys in 1956 uitvoerde. De hypothese van Keys luidde dat een hoge vetconsumptie zou leiden tot een grotere kans op een hartaanval; de bevindingen van het onderzoek verwierpen echter die hypothese. Er zouden onnauwkeurige verbanden en suggestieve beweringen gedaan zijn – en sommige uitkomsten zouden juist het tegenovergestelde van wat werd gedacht weergeven. Binnen het onderzoek zou bovendien geen rekening gehouden zijn met andere meespelende factoren van de onderzoekspersonen, zoals de suikerconsumptie. Er werd – en wordt gesproken van wetenschappelijke fraude, en toch zijn de gemanipuleerde onderzoeksresultaten de basis geworden van een hardnekkige overtuiging, welke momenteel nog dagelijks door diverse professionals wordt verkondigd.

Een goede balans wat betreft vetten houdt in dat er voldoende onverzadigde vetten, niet te veel verzadigde vetten – en zo min mogelijk transvetten worden genuttigd, maar ook de verhouding tot koolhydraten is van belang.

Functies van vetten

Vetten, zowel onverzadigde vetzuren als verzadigde vetzuren, zijn dus van groot belang voor de gezondheid.

Vetten…

… vormen bouwstoffen voor je lichaam;

… vormen belangrijke bestanddelen van hormonen en vitaminen;

… vormen een oplosmiddel voor de in-vet-oplosbare vitaminen (A, D, E en K);

… beschermen bepaalde organen, en ze isoleren het lichaam door middel van vetweefsel;

… vormen een energiereserve door middel van opgeslagen vetweefsel;

… dienen als smaakmaker in voeding.

Bronnen van vetten

Verzadigde vetten vind je voornamelijk in dierlijke bronnen; bak- en braadproducten, frituurvetten, eieren, palmolie, vlees en zuivel – en in alle producten die zijn gemaakt van bovenstaande producten, waaronder chips, gebak en koek.

Frituurvet en bewerkte producten zijn uiteraard geen gezonde bronnen van verzadigd vet. Vanuit de orthomoleculaire visie zijn ghee, kokosolie, melk(producten), roomboter en vlees goede bronnen van verzadigde vetzuren.

Onverzadigde vetten vind je voornamelijk in plantaardige bronnen, zoals avocado’s, lijnzaad(olie), noten, olijfolie en pinda’s, maar ook in vette vis.

Omega 3 vind je onder andere in chiazaad(olie), eieren, gevogelte, hennepzaad(olie), koolzaad(olie), lijnzaad(olie), melk(producten), schaaldieren, vette wilde vis (met name haring, makreel, sardientjes en zalm), niet-gekweekt (wild) vlees en walnoten.

Omega 6 vind je onder andere in borage-olie, cashewnoten, chlorella, hennepzaad(olie), koolzaad(olie), mais-olie, margarines e.d., pinda’s en pinda-olie, saffloerolie, sojabonen, spirulina, teunisbloem-olie en zwarte-bessen-olie.

vetten

De aanbevolen dagelijkse hoeveelheid (ADH) van vetten

De orthomoleculaire aanbevolen dagelijkse hoeveelheid (ADH) voor de totale hoeveelheid vet is 20-40% van de totale hoeveelheid voeding, wat neerkomt op een gemiddelde van +/- 100 gram voor een man – en +/- 80 gram voor een vrouw per dag (afhankelijk van onder andere lichaamsgewicht en leefstijl).

Let op: die 20-40% zal dan wel in de goede verhouding moeten zijn; dat houdt dus in dat er voldoende onverzadigde vetzuren, niet te veel verzadigde vetzuren – en zo min mogelijk transvetten genuttigd zullen moeten worden.

Een tekort aan vetten in het algemeen zorgt ervoor dat je lichaam lichaamseigen-eiwitten (zoals spieren) kan gaan verbranden; dat wil je uiteraard niet. Een tekort aan vetten kan bovendien een tekort aan de in-vet-oplosbare vitaminen (A, D, E en K) veroorzaken – en kan leiden tot onder andere een vergroot risico op hart- en vaatziekten, huidproblemen (zoals eczeem), een zwak immuunsysteem, problemen met de nieren en chronische ontstekingen – en zelfs leerproblemen en/of gedragsstoornissen.

Een teveel aan (voornamelijk trans- en verzadigde) vetten brengt overigens ook een risico op hart- en vaatziekten met zich mee – en kan bovendien zorgen voor gewichtstoename.

Als je te veel transvetten binnenkrijgt, dan kan dat celprocessen verstoren; dat kan onder andere (wederom) tot hart- en vaatziekten – en ook allergieën, insulineresistentie en/of chronische ontstekingen leiden.

vetten

Koken met vetten

Wat smeer jij op je boterham..? Waar bak je je vlees in..? Waar wok je je groenten in..? En waarmee maak jij je dressings..? Wat betreft boter en olie geldt met recht dat de keuze reuze is. Welke soort boter of olie het meest geschikt is voor je bereiding, dat hangt echter af van een aantal factoren.

Voornamelijk met betrekking tot oliën vind je vaak geraffineerde- en ongeraffineerde soorten. Raffinage is een proces waarbij onzuiverheden uit het product worden gefilterd door middel van verhitting. Door raffinage gaan echter niet alleen onzuiverheden, maar ook smaak en voedingsstoffen verloren.

‘Koudgeperst’ houdt in dat het product in alle zuiverheid is verkregen – en dat alle voedingsstoffen dus zo veel mogelijk bewaard zijn gebleven; het product is dan ongeraffineerd.

Let op: ongeraffineerde olie bevat dan wel meer smaak en voedingsstoffen, maar heeft dan weer wel een hoger verbrandingspunt.

Wanneer je wilt gaan bakken, braden of frituren, dan is het ook raadzaam om te letten op het verbrandingspunt van je boter of olie. Elke soort boter en olie heeft een zogeheten verbrandingspunt; dat wordt ook wel het rookpunt genoemd. Wanneer het verbrandingspunt bereikt wordt, dan gaat de boter of olie roken – en zullen er giftstoffen ontstaan door oxidatie. Gifstoffen wil je met betrekking tot je gezondheid uiteraard niet binnenkrijgen.

Als een botersoort of olie een hoog verbrandingspunt heeft, dan wil dat echter nog niet zeggen dat de boter of olie ook gezond is. Naast het verbrandingspunt speelt namelijk ook de samenstelling wat betreft vetzuren een rol. Een gezonde boter of olie bevat een goede verhouding tussen zowel verzadigde vetzuren en onverzadigde vetzuren – als tussen de omega-vetzuren.

Waar je op moet letten bij het kiezen van boter en/of olie:

– In hoeverre het product bewerkt is (let ook op de ingrediëntenlijst; over het algemeen geldt hoe puurder een product is, hoe gezonder het is);

– De samenstelling van het product (let ook op de voedingswaarden, waaronder de verhouding tussen verzadigde- , onverzadigde- en omegavetzuren);

– Het verbrandingspunt (bij warm gebruik).

vetten

Goed om te weten:

→ Boterzuur is een specifiek type (verzadigd) vetzuur met diverse gezondheidsvoordelen voor met name de darmen.

→ Verzadigd vet heeft een vaste consistentie bij kamertemperatuur, en onverzadigd vet blijft te allen tijde vloeibaar.

→ Onverzadigde vetten hebben over ’t algemeen sneller de neiging om bij hoge temperaturen te oxideren, waarbij gifstoffen vrijkomen.

→ Voor alle vetten geldt: kies ’t liefst voor de puurste variant, maar let goed op het verbrandingspunt.

Ook goed om te weten

→ Termen als ‘mager’ en ‘halfvol’, die je in de supermarkt vaak ziet, houden puur in dat het product een stuk minder of zelfs (bijna) geen vet bevat – en dus ook minder calorieën; dat maakt echter geen verschil duidelijk tussen verzadigde- en onverzadigde vetzuren. Als het om je gezondheid gaat, kun je je beter focussen op de verhouding tussen de verschillende soorten vetzuren in plaats van op de totale hoeveelheid vetten die je binnenkrijgt.

→ Vet blijft relatief-lang in de maag; het geeft daarom voor langere tijd een verzadigd gevoel. 

→ Bijna alle vetzuren uit voeding zouden in principe goed verteerd moeten kunnen worden door je lichaam; 95% zou maar liefst in het bloed opgenomen kunnen worden ten behoeve van lichaamsfuncties. Als je ontlasting veel vet bevat, dan kan dat duiden op een verstoorde vetvertering. 

→ Bepaalde plantaardige oliën (zoals hennepolie, lijnzaadolie en raapzaadolie) bevatten het ontstekingsremmende ‘alfalinolzuur’, wat tot de omega 3-vetzuren behoord, en in olijfolie zit een stof met een vergelijkbare werking; ‘oleocanthal’. Zowel alfalinolzuur als oleocanthal werken in principe hetzelfde als aspirine en ibuprofen; dat wil niet zeggen dat ze acute hoofdpijn kunnen verhelpen, maar wel dat ze bij regelmatig (preventief) gebruik pijn kunnen verzachten – en ontstekingen kunnen remmen. 

 

Wil jij je vage ‘onverklaarbare’ gezondheidsklachten leren herkennen, begrijpen en bestrijden – en je eet- en leefpatroon optimaliseren voor een klachtenvrije toekomst..?

Grip op je gezondheid

IK HELP JOU OM TE GAAN LEREN LUISTEREN NAAR JE LICHAAM – EN OM JE KLACHTEN TE GAAN BEGRIJPEN, ZODAT JIJ (WEER) GRIP KRIJGT OP JE GEZONDHEID!

voedingvoorjebrein

ZORG DAT JE NIETS MIST; VOLG ‘VOEDINGVOORJEBREIN.NL’ OP SOCIALE MEDIA!

Voedingvoorjebrein.nl Voedingvoorjebrein.nl

Ⓒ Nicki Jalink – Voedingvoorjebrein.nl, online orthomoleculair voedingsdeskundige

Hoe bruiner het brood, hoe gezonder..?

Hoe bruiner het brood, hoe gezonder..? Dat is niet helemaal waar. Niet alleen de graansoort, maar ook het soort meel en de bereiding bepalen namelijk hoe veel voedingsstoffen het desbetreffende brood bevat. Bruin brood is dus niet per definitie gezond of gezonder; hoe dat precies zit – en in hoeverre dat van belang is met betrekking tot vage ‘onverklaarbare’ gezondheidsklachten, leg ik je in dit artikel uit.

brood

Van graankorrel tot brood

Om de verschillen tussen soorten brood duidelijk te maken, is het noodzakelijk om bij het begin beginnen; de graankorrel.

Brood wordt gemaakt van granen. Er zijn verschillende graansoorten, zoals gerst, haver, maïs, rogge, spelt en tarwe, en iedere graansoort levert eigen graankorrels. Alle graankorrels bestaan uit drie onderdelen.

Onderdelen van de graankorrel:

    • De zemel (het vliesje)
    • De meelkern
    • De kiem

Soorten brood 2

De meeste mineralen, vitaminen en voedingsvezels zitten in de zemel; in de buitenste laag van de graankorrel dus. De kiem bevat, naast vitaminen en mineralen, ook gezonde vetten. De meelkern bevat eiwitten, maar bestaat voornamelijk uit koolhydraten en voedingsvezels.

brood

Het verschil tussen bloem en meel

Volkorenmeel is eigenlijk niets meer of minder dan grof-vermalen graankorrels. Vaak bevat volkorenmeel zelfs nog hele- of halve graankorrels. 

Bloem bestaat uitsluitend uit het binnenste gedeelte van de graankorrel; de meelkern. De zemelen en de kiemen worden uit het volkorenmeel gezeefd – en wat overblijft, dat is bloem.

Meel is een combinatie (meestal in de verhouding 50/50) van bloem en volkorenmeel.

Er zijn dus in principe 3 verschillende soorten meel; bloem, ‘gewone’ meel en volkorenmeel, welke allemaal van elke willekeurige graansoort kunnen zijn.

Verschillende soorten brood

Wit brood

Wit brood wordt gemaakt van bloem; de meeste mineralen, vitaminen en vezels zijn bij het maken daarvan dus verloren gegaan. 

Wit brood kan overigens gemaakt worden met melk en/of water.

Bruin brood

Bruin brood, oftewel tarwebrood, wordt gemaakt van meel (bloem en volkorenmeel dus). Een bruine boterham bevat dus meer mineralen, vitaminen en vezels dan een witte boterham.

Volkoren brood

Volkoren brood wordt gemaakt van volkorenmeel; van de hele graankorrel dus. Er wordt  helemaal niets uit volkorenmeel gezeefd, en het bevat daarom ook meer mineralen, vitaminen en vezels dan zowel wit- als bruin brood; daardoor valt volkoren brood onder de zogeheten ‘langzame koolhydraten‘.

Meergranenbrood

De naam zegt het eigenlijk al. Meergranenbrood is gemaakt van meerdere soorten graankorrels, waardoor het over het algemeen meer smaak heeft dan andere soorten broden. Meergranenbrood kan echter gemaakt worden van volkorenmeel, maar ook net zo goed van bloem. Hoe veel mineralen, vitaminen en vezels het bevat, dat is dus per meergranenbrood verschillend – en enkel te bepalen aan de hand van een ingrediëntenlijst.

Speltbrood

Speltbrood is gemaakt van speltgraankorrels. Speltbrood kent meerdere varianten, zoals wit speltbrood, bruin speltbrood, volkoren speltbrood en meergranenspeltbrood. De verschillende varianten verschillen qua samenstelling en bereiding niet veel van tarwebroden. Spelt staat er wel om bekend dat het makkelijker te verteren is. Spelt is overigens ook wat pittiger van smaak. 

Zuurdesembrood

Bij het maken van brood zijn vier ingrediënten in principe onmisbaar; meel, water, zout – én een middel dat het brood laat rijzen. In de meeste gevallen is het rijsmiddel gist, behalve bij zuurdesembrood. Bij het maken van zuurdesembrood wordt een soort ‘desempapje’ gebruikt; dat is een papje van bloem of meel met water. Door de azijnzuurbacteriën, de melkzuurbacteriën en de natuurlijke gisten (in de juiste verhoudingen) in het papje de tijd te geven, ontstaat er na enige tijd een soort ‘zuur deeg’; dat proces heet spontane fermentatie. Het zure deeg kan vervolgens gebruikt worden als rijsmiddel om zuurdesembrood mee te bakken.

Maïsbrood

Maïsbrood is een meergranenbrood. Door de toevoeging van maïsmeel krijgt maïsbrood een gelige kleur. De verdere samenstelling is, net als bij meergranenbrood, verschillend per soort – en dus enkel te bepalen aan de hand van een ingrediëntenlijst.

Roggebrood

Roggebrood is eigenlijk geen echt brood, hoewel het ook van een bepaalde graansoort wordt gemaakt (rogge). Naast dat de geur, de kleur, de smaak en de structuur van roggebrood sterk verschillen van alle andere broodsoorten, zit het grootste verschil ‘m in de bereiding. Roggebrood wordt als het ware niet gebakken, maar gegaard; daardoor is het vrij compact en vochtig – en bevat het geen korst. Bij de bereiding van roggebrood kan zowel gist als zuurdesem gebruikt worden. De duur van het garen en de exacte samenstelling is per soort verschillend; dat is afhankelijk van regionale recepten. Grofweg zijn er drie soorten te onderscheiden; Gelders roggebrood, Noordelijk roggebrood (uit regio Friesland-Groningen) en Zuidelijk roggebrood (uit regio Brabant-Limburg). Het aantal voedingsstoffen is per soort verschillend – en dus ook enkel te bepalen aan de hand van een ingrediëntenlijst. Wel bevat in principe ieder soort relatief veel vezels en ijzer.

Let op: bij sommige soorten wordt/worden naast rogge, ook tarwemeel en/of toegevoegde suikers gebruikt. 

Goed om te weten

→ Maar liefst 80% van de mensen heeft een tekort aan voedingsvezels, wat kan leiden tot diverse vage ‘onverklaarbare’ gezondheidsklachten.

→ ‘Bruin’ brood kan zijn bruine kleur verkregen hebben door gebrande mout; dat is een smaakmaker. In feite is bruin brood soms gewoon wit brood met een kleurtje. 

→ Om brood zachter, luchtiger en langer houdbaar te maken, worden vaak enzymen, melkeiwitten, suikers en vetten toegevoegd aan het deeg.

→ Volkoren brood mag alleen volkoren heten als er daadwerkelijk 100% volkorenmeel is gebruikt bij de bereiding; dat is overigens alleen het geval bij brood.

Granen bestaan voor 15% uit eiwit. Gluten is een verzamelnaam voor een bepaald soort eiwit in bepaalde soorten granen. Sommige mensen hebben een intolerantie (of overgevoeligheid) voor gluten; dat wordt coeliakie genoemd.

Goed om te onthouden

→ Niet alleen de graansoort, maar ook het soort meel, de bereiding en de (onnodige) toevoegingen bepalen hoe veel voedingsstoffen het desbetreffende brood bevat – en wat dus de invloed is op jouw gezondheid.

→ (Donker)Bruin brood is niet altijd per definitie gezond of gezonder.

→ Volkorenmeel bevat de meeste mineralen, vitaminen en voedingsvezels.

 

Wil jij je vage ‘onverklaarbare’ gezondheidsklachten leren herkennen, begrijpen en bestrijden – en je eet- en leefpatroon optimaliseren voor een klachtenvrije toekomst..?

Grip op je gezondheid

IK HELP JOU OM TE GAAN LEREN LUISTEREN NAAR JE LICHAAM – EN OM JE KLACHTEN TE GAAN BEGRIJPEN, ZODAT JIJ (WEER) GRIP KRIJGT OP JE GEZONDHEID!

voedingvoorjebrein

ZORG DAT JE NIETS MIST; VOLG ‘VOEDINGVOORJEBREIN.NL’ OP SOCIALE MEDIA!

Voedingvoorjebrein.nl Voedingvoorjebrein.nl

Ⓒ Nicki Jalink – Voedingvoorjebrein.nl, online orthomoleculair voedingsdeskundige

De voordelen en de nadelen van zout voor jouw gezondheid

Zout is waarschijnlijk de meest bekende smaakmaker; het zit immers in veel producten. Maar wist je dat er verschillende soorten zout bestaan – en dat die verschillen het verschil kunnen maken voor jouw gezondheid..? In dit artikel leg ik je uit welke soorten er van deze smaakmaker zijn – en in hoeverre dat van belang kan zijn bij vage ‘onverklaarbare’ gezondheidsklachten.

zout

Een bron van natrium

Zout bestaat grotendeels uit natrium; een mineraal dat een belangrijke rol speelt bij onder andere de bloeddruk en de vochthuishouding. In combinatie met kalium is natrium ook verantwoordelijk voor het doorgeven van prikkels en het samentrekken van spieren.

De aanbevolen dagelijkse hoeveelheid (ADH) zout

Uit onderzoek blijkt dat de gemiddelde mens al snel boven de aanbevolen hoeveelheid zout zit.

De aanbevolen dagelijkse hoeveelheid (ADH) zout voor volwassen is maximaal 6 gram; voor natrium is dat 2,4 gram. 

Het eten van te veel zout kan leiden tot een hoge bloeddruk – en daarmee problemen met hart en vaten; daarnaast kan je vochthuishouding uit balans raken – en de werking van (spier)cellen afnemen. Een dagelijks te hoge inname van natrium kan overigens ook leiden tot onder andere botontkalking, nierproblemen en vochtophoping. Bij een overschot aan natrium is het, naast bewust te kiezen voor een bepaalde soort zout, ook raadzaam om überhaupt te minderen met deze smaakmaker.

Een tekort aan zout is echter ook zeker niet gunstig; dan droog je uit. De kans op een tekort aan deze smaakmaker is overigens klein, maar kan bijvoorbeeld ontstaan door langdurige diarree, zware lichamelijke inspanning en/of sporten onder tropische omstandigheden.

Verschillende soorten zout

    • Tafelzout / keukenzout (39,1% natrium)     

Tafelzout, ook wel keukenzout genoemd, is het meest bewerkte zout van alle soorten; dat houdt in dat er niet veel mineralen meer over zijn gebleven. Aan tafelzout worden een antiklontermiddel en jodium toegevoegd.

Jodium is een mineraal dat heel belangrijk is voor de productie van  schildklierhormonen. Een tekort aan jodium leidt indirect tot onder andere problemen met de stofwisseling. Bij kinderen kan een tekort aan jodium zelfs leiden tot een groeiachterstand. In Nederland zit er van nature niet veel jodium in onze voeding; vandaar dat het dus wordt toegevoegd aan onder andere tafelzout.

    • Zeezout (38,3% natrium)

Zeezout lijkt (chemisch gezien) heel erg op tafelzout. Zeezout is echter vaak een stuk grover qua structuur. Het grootste verschil zit in de winning van zeezout, wat invloed heeft op de smaak. Afhankelijk van het gebied waar het zeezout gewonnen wordt, kan het (sporen van) kalium, ijzer en/of zink bevatten, maar ook sporen van zware metalen, zoals lood. De aanwezigheid van zware metalen komt voornamelijk door vervuiling van de zee. Milieubewust leven is dus ook indirect van belang voor de gezondheid.

    • Himalayazout (36,8% natrium)

Himalayazout dankt de naam aan de plek waar het gewonnen wordt; namelijk uit de uitlopers van het Himalaya-gebergte in Pakistan. Himalayazout is een zogenaamd steenzout. Je hebt vast wel eens van zoutstenen gehoord; ze worden namelijk ook vaak gebruikt ter decoratie, zoals het geval is bij zoutlampen. 

Himalayazout bevat minder natrium dan tafelzout en zeezout. Naast natrium, bevat himalayazout ook de mineralen calcium, kalium, magnesium en ijzer. Het ijzer (of eigenlijk de ijzeroxide) veroorzaakt de roze kleur. Het verschilt overigens per persoon of je verschil proeft tussen Himalayazout en gewoon tafelzout.

    • Keltisch (zee)zout (33,8% natrium)

Keltisch (zee)zout bevat het minste natrium van alle soorten zout over de hele wereld. Keltisch (zee)zout wordt gewonnen uit ondiepe ‘zure kleimoerassen’ in de Guérande-streek in Bretagne (Frankrijk), die via een heus kanalenstelsel gevuld worden met zeewater uit de Atlantische Oceaan. Voordat het zout handmatig gewonnen kan worden, gaat er een proces van neutralisatie (door de zure klei) en verdamping (door de zon) aan vooraf. Keltisch (zee)zout wordt niet bewerkt na de winning – en wordt zelfs niet gewassen; daardoor blijven alle (ruim 70 soorten) mineralen intact. 

Er zijn twee soorten Keltisch (zee)zout;

      • Fleur de sel (bloem van het zout)

Dit is de bovenste witte laag fijn-gekristalliseerd zout. Deze laag is minder in aanraking gekomen met het neutraliserende klei, bevat iets meer natrium – en iets minder andere mineralen en spoorelementen dan de onderste laag, maar is wel exclusiever (en duurder) omdat deze witte laag relatief dun is.

      • Sel gris (grijs zout)

Dit is de onderste laag Keltisch (zee)zout. Deze laag bevat meer mineralen en spoorelementen – en iets minder natrium dan dan de bovenste laag.

Zoals je hebt kunnen lezen, zit er nogal wat verschil in de verschillende soorten zout. Niet alleen de hoeveelheid, maar dus ook de kwaliteit van de smaakmaker kunnen bepalend zijn voor je gezondheid – en invloed hebben op vage ‘onverklaarbare’ gezondheidsklachten.

Goed om te weten

Mocht je (vanaf nu) geen gewoon tafelzout (meer) gebruiken; zorg dan dat je wel genoeg jodium binnen krijgt via andere voedingsbronnen.

Jodium zit onder andere in het meeste brood (met uitzondering van bijvoorbeeld biologisch brood en zelfgebakken brood), maar ook in schaal- en schelpdieren – en vis.

In Keltisch (zee)zout zit overigens ook een kleine hoeveelheid jodium; die hoeveelheid is echter zo klein dat je daar nooit de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid van binnen zal kunnen krijgen.

 

Wil jij je vage ‘onverklaarbare’ gezondheidsklachten leren herkennen, begrijpen en bestrijden – en je eet- en leefpatroon optimaliseren voor een klachtenvrije toekomst..?

Grip op je gezondheid

IK HELP JOU OM TE GAAN LEREN LUISTEREN NAAR JE LICHAAM – EN OM JE KLACHTEN TE GAAN BEGRIJPEN, ZODAT JIJ (WEER) GRIP KRIJGT OP JE GEZONDHEID!

voedingvoorjebrein

ZORG DAT JE NIETS MIST; VOLG ‘VOEDINGVOORJEBREIN.NL’ OP SOCIALE MEDIA!

Voedingvoorjebrein.nl Voedingvoorjebrein.nl

Ⓒ Nicki Jalink – Voedingvoorjebrein.nl, online orthomoleculair voedingsdeskundige