Knoflook wordt al eeuwenlang door allerlei bevolkingsgroepen gezien als een onmisbaar ingrediënt in de keuken; niet alleen om de smaak, maar vooral ook vanwege de geneeskrachtige werking. Het was Hippocrates die in de 5e eeuw voor Christus de krachtige effecten van knoflook ontdekte. In dit artikel leg ik je uit bij welke vage ‘onverklaarbare’ gezondheidsklachten je knoflook effectief in kunt zetten.
Hippocrates kun je overigens kennen van zijn uitspraak “Laat voeding uw medicijn zijn, en medicijn uw voeding.”
De knoflookplant
Knoflook is, net als bieslook en ui, een bolgewas, en oorspronkelijk komt het uit Midden-Azië.
De knoflookplant groeit optimaal in een voedzame grond – en kan dan wel 30 tot 100 cm hoog worden. De bol, die direct onder het aardoppervlak verstopt zit, bestaat gemiddeld uit zo’n 8-10 ‘teentjes’. Elk teentje zit verpakt in een soort papierachtig vliesje; dat is meestal wit van kleur, maar kan ook roze of lichtpaars zijn.
De medicinale eigenschappen van knoflook
In het verleden werd knoflook gebruikt als behandeling voor tal van ziektes, en ook tegenwoordig kan het nog steeds (preventief) ingezet worden als natuurlijk medicijn tegen een heleboel vage klachten, waaronder
Knoflook heeft een antibacteriële werking, kan helpen bij griep, keelpijn en verkoudheid – en verhoogt dus de algemene weerstand. Door het stofje ‘allicine’ werkt dit bolgewas ook nog eens krampstillend en slijmoplossend.
Wist je dat knoflooksap tijdens de Eerste Wereldoorlog zelfs gebruikt werd als (uitwendig) ontsmettingsmiddel om infecties van wonden tegen te gaan?!
Knoflook heeft ook een zuiverende werking met betrekking tot huidproblemen – en bevordert de spijsvertering en voedselopname, waarbij het zorgt voor een stabiele bloedsuikerspiegel. Dit bolgewas kan dus effectief helpen bij darmproblemen en andere spijsverteringsklachten.
Dankzij de mineralen jodium en zwavel kan knoflook ook bijdragen aan een evenwichtige schildklier.
Dit bolgewas kan ook bloedvaten laten verwijden, de bloeddruk laten dalen (en zo aderverkalking tegengaan), en het kan ingezet worden als behandeling van reumatische aandoeningen.
Het bewaren van knoflook
Knoflook kun je ’t beste op een droge plaats – en uit de buurt van andere groenten bewaren, om rotting te voorkomen. Zorg dat er lucht bij het bolgewas kan komen, en een relatief koele plek is ook wenselijk. Bij een temperatuur boven de 20 graden kunnen de bollen namelijk gaan spruiten.
Als je dit bolgewas op de goede manier bewaard, dan kan het maanden houdbaar blijven.
Wist je dat de Fransen (volgens traditie) de stelen en het blad van de knoflookplant vlechten..? Zo krijg je een streng van ongeveer 50 cm lang, welke kan worden opgehangen – en maandenlang houdbaar blijft.
De bereiding van knoflook
Knoflook kan zowel rauw, gebakken en gekookt gegeten worden. Let wel goed op, want dit bolgewas is heel gevoelig wat betreft aanbranden – en schroeit nog sneller dan uien; je kunt het daarom beter pas op ’t einde van een bereiding toevoegen.
Als je knoflook verwarmt, dan verliest het bolgewas veel van zijn scherpte – en krijgt dan een meer verfijnde en zachte smaak.
Dit bolgewas is overigens ook in gedroogde vorm verkrijgbaar; die vorm is geurloos, totdat het in aanraking komt met vocht – en is daarom goed te gebruiken in onder andere soepen en stoofschotels.
Goed om te weten
→ De smaak van dit bolgewas ontwikkelt zich het beste in de zon; als de knoflookbol koud en/of nat wordt, dan kunnen de knoflooktenen een bittere geur en smaak krijgen. Kies dus altijd voor mooie ronde bolletjes, welke niet vochtig en/of zacht aanvoelen.
→ Knoflook ruikt alleen als het gekneusd of gesneden wordt; het stofje allicine is daar de oorzaak van. Door een bepaalde enzymactiviteit wordt allicine uitgescheiden tijdens het kneuzen of snijden; zo krijgt het de sterk-uitgesproken geur.
→ Peterselie en zout vormen een goede combinatie met knoflook; ze optimaliseren de geur én smaak.
→ De bladeren van de knoflookplant kunnen (fijngesneden) prima gebruikt worden in salades. Het blad is namelijk wat milder van smaak dan de knoflookbol zelf.
→ Ook de bloemen van de knoflookplant, die in juli en augustus bloeien, kunnen gebruikt worden als smaakmaker; ze zijn net zo sterk van smaak als de knoflookbol zelf.
Wil jij je vage ‘onverklaarbare’ gezondheidsklachten leren herkennen, begrijpen en bestrijden – en je eet- en leefpatroon optimaliseren voor een klachtenvrije toekomst..?
IK HELP JOU OM TE GAAN LEREN LUISTEREN NAAR JE LICHAAM – EN OM JE KLACHTEN TE GAAN BEGRIJPEN, ZODAT JIJ (WEER) GRIP KRIJGT OP JE GEZONDHEID!
ZORG DAT JE NIETS MIST; VOLG ‘VOEDINGVOORJEBREIN.NL’ OP SOCIALE MEDIA!
Volle kwark, halfvolle yoghurt, mager gehakt; hoe zit dat nou precies..? Wat is eigenlijk het verschil tussen verzadigde vetten en onverzadigde vetten, en wat betekent dat voor jouw gezondheid en eventuele vage ‘onverklaarbare’ gezondheidsklachten..? In dit artikel leg ik je niet alleen de verschillen tussen verschillende soorten vetzuren uit, maar ga ik ook in op de verschillende functies voor je gezondheid. Ook beantwoord ik de vraag of vetten daadwerkelijk dik maken – en vind je een handig overzicht wat betreft het koken met vetten.
Vetten zijn opgebouwd uit vetzuren, waarvan verschillende varianten bestaan. Vetzuren kunnen verschillen in lengte en/of opbouw, maar ook op de manier waarop ze verbonden zijn.
Verzadigde vetzuren / verzadigde vetten
Bij verzadigde vetzuren zijn de koolstofatomen direct aan elkaar verbonden; ze zijn verzadigd – en er is dus geen ruimte voor andere stoffen om zich te binden. Een teveel aan verzadigde vetzuren in verhouding tot onverzadigde vetzuren kan een negatief effect hebben op het LDL-cholesterol – en daarmee ook op je bloedvaten. Verzadigde vetten worden ook wel de ‘slechte ongezonde vetten’ genoemd, maar dat is niet helemaal terecht. Verzadigde vetten zijn net zo goed van belang voor je gezondheid. In het gemiddelde Westerse eetpatroon wordt er echter te veel verzadigd vet genuttigd ten opzichte van onverzadigd vet, en die disbalans kan een veroorzaker zijn van diverse vage ‘onverklaarbare’ gezondheidsklachten.
Onverzadigde vetzuren / onverzadigde vetten
Bij onverzadigde vetzuren zijn de vetzuren niet allemaal direct aan elkaar verbonden; ze zijn onverzadigd, en andere stoffen kunnen zich dus aan de vetzuren binden. Voldoende onverzadigde vetten hebben een positief effect op het LDL-cholesterol. Verzadigde vetten worden over het algemeen dan ook als de ‘goede gezonde vetten’ gezien.
Let op: in voeding zul je altijd een combinatie vinden van verzadigde vetten en onverzadigde vetten.
Omega-vetzuren
Omega-vetzuren zijn specifieke onverzadigde vetzuren met ieder een eigen unieke structuur. We onderscheiden drie soorten omega-vetzuren; omega 3, omega 6 en omega 9.
Omega 3 (linoleenzuur) en omega 6 (linolzuur) zijn beiden essentiële vetzuren; in tegenstelling tot omega 9, wat betekent dat je lichaam die vetzuren niet zelf kan aanmaken – en je ze dus door middel van voeding binnen zal moeten zien te krijgen.
Net zoals bij verzadigd- en onverzadigd vet, is het ook zo dat we in de huidige voedselrevolutie over ’t algemeen te veel omega 6 binnenkrijgen in verhouding tot omega 3, wat diverse nadelige gevolgen voor de gezondheid kan hebben.
Naast de samenstelling van vetten op zichzelf en een juiste balans, is het ook van belang om je af te vragen in hoeverre een product bewerkt is. Voedselbewerking heeft niet alleen betrekking op het feit dat er wellicht (onnodige) ingrediënten aan een product zijn toegevoegd, maar ook de manier waarop het product verkregen is.
Transvetten
Transvetten zijn geharde vetten, bewerkt door chemische processen in fabrieken of verhitting. Deze vetten zitten onder andere in frituurvet en in bepaalde margarines, maar bijvoorbeeld ook in chips, gebak en koek. Hoewel transvetten ook tot de onverzadigde vetten behoren, zijn ze echter in geen enkel opzicht als gezond en/of goed te beschouwen. Transvetten hebben een zeer ongunstig effect op het LDL-cholesterol – en geven dan ook een hoger risico op hart-en vaatziekten. Het kost je lichaam bovendien flink wat moeite om transvetten te verteren. Je kunt deze soort vetten in het belang van je gezondheid dus beter zo veel mogelijk vermijden.
Transvetten komen overigens ook van nature voor in onder andere melk en vlees van herkauwers. Uit onderzoek blijkt echter dat de natuurlijke vorm van transvetten zich fysiologisch anders gedraagt – en daarom niet schadelijk is voor de gezondheid.
“Word je dik van vetten?”
Hoewel vaak gedacht wordt dat vetten over het algemeen ongezond zijn – en dat we er dik en ongezond van worden, is dat niet helemaal waar. Dat je in voeding altijd een combinatie van zowel verzadigde- als onverzadigde vetten zult vinden, dat is niet voor niets; het menselijk lichaam heeft ze beiden namelijk hard nodig. Een verkeerde verhouding tussen de verschillende soorten vetten, waarbij er een teveel is aan verzadigde vetten en/of transvetten ten opzichte van (de goede) onverzadigde vetten, kan echter nadelige gevolgen hebben voor de gezondheid. Een verkeerde verhouding tussen de hoeveelheid vetten en de hoeveelheid (snelle) koolhydraten vormt een nóg groter risico voor de gezondheid.
Vetten bevatten, in verhouding tot eiwitten en koolhydraten, relatief-veel calorieën; toch wil dat niet zeggen dat ze per definitie dik maken. Wat eigenlijk veel interessanter is dan het tellen van calorieën, is namelijk het feit wat elke individuele calorie precies doet in je lichaam. Uit onderzoek blijkt namelijk dat je van eenzelfde hoeveelheid koolhydraten sneller aan kunt komen dan van vetten.
Vetten hebben een belangrijke rol in zowel de spijsvertering als de stofwisseling. Vetten worden tijdens het spijsverteringsproces afgebroken tot individuele vetzuren, waarbij de lever een belangrijke rol speelt. De vetzuren kunnen direct worden verbrand voor de energievoorziening, maar kunnen ook worden opgeslagen in de vorm van vetweefsel. Het lichaam zal namelijk te allen tijde eerst koolhydraten (glucose) verbranden ten behoeve van de energiehuishouding. Wanneer er geen glucose voorradig is, worden de vetreserves pas aangesproken als brandstof.
Het Westerse eetpatroon bestaat echter hoofdzakelijk uit (snelle) koolhydraten, welke in het lichaam worden afgebroken tot glucose. Overtollige glucose wordt in het lichaam in eerste instantie omgezet in glycogeen, om vervolgens opgeslagen te worden in de lever en in spieren. Als de voorraad glycogeen echter te groot wordt, dan zal het lichaam glucose omzetten in vetcellen. Zolang er steeds sprake is van een nieuwe aanvoer van glucose, zullen de vetreserves niet worden gebruikt als brandstof.
Het is dus niet zo dat vetten per definitie zorgen voor vermeerdering van vetcellen. Het is voornamelijk een disbalans in het eetpatroon wat betreft het soort vetzuren en de verhouding tot koolhydraten dat er voor kan zorgen dat je aankomt in gewicht – of niet kunt afvallen.
De slechte naam die (verzadigde) vetten ooit hebben gekregen, is te wijten aan een onderzoek dat voedingsdeskundige Ancel Keys in 1956 uitvoerde. De hypothese van Keys luidde dat een hoge vetconsumptie zou leiden tot een grotere kans op een hartaanval; de bevindingen van het onderzoek verwierpen echter die hypothese. Er zouden onnauwkeurige verbanden en suggestieve beweringen gedaan zijn – en sommige uitkomsten zouden juist het tegenovergestelde van wat werd gedacht weergeven. Binnen het onderzoek zou bovendien geen rekening gehouden zijn met andere meespelende factoren van de onderzoekspersonen, zoals de suikerconsumptie. Er werd – en wordt gesproken van wetenschappelijke fraude, en toch zijn de gemanipuleerde onderzoeksresultaten de basis geworden van een hardnekkige overtuiging, welke momenteel nog dagelijks door diverse professionals wordt verkondigd.
Een goede balans wat betreft vetten houdt in dat er voldoende onverzadigde vetten, niet te veel verzadigde vetten – en zo min mogelijk transvetten worden genuttigd, maar ook de verhouding tot koolhydraten is van belang.
Functies van vetten
Vetten, zowel onverzadigde vetzuren als verzadigde vetzuren, zijn dus van groot belang voor de gezondheid.
Vetten…
… vormen bouwstoffen voor je lichaam;
… vormen belangrijke bestanddelen van hormonen en vitaminen;
… vormen een oplosmiddel voor de in-vet-oplosbare vitaminen (A, D, E en K);
… beschermen bepaalde organen, en ze isoleren het lichaam door middel van vetweefsel;
… vormen een energiereserve door middel van opgeslagen vetweefsel;
… dienen als smaakmaker in voeding.
Bronnen van vetten
Verzadigde vetten vind je voornamelijk in dierlijke bronnen; bak- en braadproducten, frituurvetten, eieren, palmolie, vlees en zuivel – en in alle producten die zijn gemaakt van bovenstaande producten, waaronder chips, gebak en koek.
Frituurvet en bewerkte producten zijn uiteraard geen gezonde bronnen van verzadigd vet. Vanuit de orthomoleculaire visie zijn ghee, kokosolie, melk(producten), roomboter en vlees goede bronnen van verzadigde vetzuren.
Onverzadigde vetten vind je voornamelijk in plantaardige bronnen, zoals avocado’s, lijnzaad(olie), noten, olijfolie en pinda’s, maar ook in vette vis.
Omega 3 vind je onder andere in chiazaad(olie), eieren, gevogelte, hennepzaad(olie), koolzaad(olie), lijnzaad(olie), melk(producten), schaaldieren, vette wilde vis (met name haring, makreel, sardientjes en zalm), niet-gekweekt (wild) vlees en walnoten.
Omega 6 vind je onder andere in borage-olie, cashewnoten, chlorella, hennepzaad(olie), koolzaad(olie), mais-olie, margarines e.d., pinda’s en pinda-olie, saffloerolie, sojabonen, spirulina, teunisbloem-olie en zwarte-bessen-olie.
De aanbevolen dagelijkse hoeveelheid (ADH) van vetten
De orthomoleculaire aanbevolen dagelijkse hoeveelheid (ADH) voor de totale hoeveelheid vet is 20-40% van de totale hoeveelheid voeding, wat neerkomt op een gemiddelde van +/- 100 gram voor een man – en +/- 80 gram voor een vrouw per dag (afhankelijk van onder andere lichaamsgewicht en leefstijl).
Let op: die 20-40% zal dan wel in de goede verhouding moeten zijn; dat houdt dus in dat er voldoende onverzadigde vetzuren, niet te veel verzadigde vetzuren – en zo min mogelijk transvetten genuttigd zullen moeten worden.
Een tekort aan vetten in het algemeen zorgt ervoor dat je lichaam lichaamseigen-eiwitten (zoals spieren) kan gaan verbranden; dat wil je uiteraard niet. Een tekort aan vetten kan bovendien een tekort aan de in-vet-oplosbare vitaminen (A, D, E en K) veroorzaken – en kan leiden tot onder andere een vergroot risico op hart- en vaatziekten, huidproblemen (zoals eczeem), een zwak immuunsysteem, problemen met de nieren en chronische ontstekingen – en zelfs leerproblemen en/of gedragsstoornissen.
Een teveel aan (voornamelijk trans- en verzadigde) vetten brengt overigens ook een risico op hart- en vaatziekten met zich mee – en kan bovendien zorgen voor gewichtstoename.
Als je te veel transvetten binnenkrijgt, dan kan dat celprocessen verstoren; dat kan onder andere (wederom) tot hart- en vaatziekten – en ook allergieën, insulineresistentie en/of chronische ontstekingen leiden.
Koken met vetten
Wat smeer jij op je boterham..? Waar bak je je vlees in..? Waar wok je je groenten in..? En waarmee maak jij je dressings..? Wat betreft boter en olie geldt met recht dat de keuze reuze is. Welke soort boter of olie het meest geschikt is voor je bereiding, dat hangt echter af van een aantal factoren.
Voornamelijk met betrekking tot oliën vind je vaak geraffineerde- en ongeraffineerde soorten. Raffinage is een proces waarbij onzuiverheden uit het product worden gefilterd door middel van verhitting. Door raffinage gaan echter niet alleen onzuiverheden, maar ook smaak en voedingsstoffen verloren.
‘Koudgeperst’ houdt in dat het product in alle zuiverheid is verkregen – en dat alle voedingsstoffen dus zo veel mogelijk bewaard zijn gebleven; het product is dan ongeraffineerd.
Let op: ongeraffineerde olie bevat dan wel meer smaak en voedingsstoffen, maar heeft dan weer wel een hoger verbrandingspunt.
Wanneer je wilt gaan bakken, braden of frituren, dan is het ook raadzaam om te letten op het verbrandingspunt van je boter of olie. Elke soort boter en olie heeft een zogeheten verbrandingspunt; dat wordt ook wel het rookpunt genoemd. Wanneer het verbrandingspunt bereikt wordt, dan gaat de boter of olie roken – en zullen er giftstoffen ontstaan door oxidatie. Gifstoffen wil je met betrekking tot je gezondheid uiteraard niet binnenkrijgen.
Als een botersoort of olie een hoog verbrandingspunt heeft, dan wil dat echter nog niet zeggen dat de boter of olie ook gezond is. Naast het verbrandingspunt speelt namelijk ook de samenstelling wat betreft vetzuren een rol. Een gezonde boter of olie bevat een goede verhouding tussen zowel verzadigde vetzuren en onverzadigde vetzuren – als tussen de omega-vetzuren.
Waar je op moet letten bij het kiezen van boter en/of olie:
– In hoeverre het product bewerkt is (let ook op de ingrediëntenlijst; over het algemeen geldt hoe puurder een product is, hoe gezonder het is);
– De samenstelling van het product (let ook op de voedingswaarden, waaronder de verhouding tussen verzadigde- , onverzadigde- en omegavetzuren);
– Het verbrandingspunt (bij warm gebruik).
Goed om te weten:
→ Boterzuur is een specifiek type (verzadigd) vetzuur met diverse gezondheidsvoordelen voor met name de darmen.
→ Verzadigd vet heeft een vaste consistentie bij kamertemperatuur, en onverzadigd vet blijft te allen tijde vloeibaar.
→ Onverzadigde vetten hebben over ’t algemeen sneller de neiging om bij hoge temperaturen te oxideren, waarbij gifstoffen vrijkomen.
→ Voor alle vetten geldt: kies ’t liefst voor de puurste variant, maar let goed op het verbrandingspunt.
Ook goed om te weten
→ Termen als ‘mager’ en ‘halfvol’, die je in de supermarkt vaak ziet, houden puur in dat het product een stuk minder of zelfs (bijna) geen vet bevat – en dus ook minder calorieën; dat maakt echter geen verschil duidelijk tussen verzadigde- en onverzadigde vetzuren. Als het om je gezondheid gaat, kun je je beter focussen op de verhouding tussen de verschillende soorten vetzuren in plaats van op de totale hoeveelheid vetten die je binnenkrijgt.
→ Vet blijft relatief-lang in de maag; het geeft daarom voor langere tijd een verzadigd gevoel.
→ Bijna alle vetzuren uit voeding zouden in principe goed verteerd moeten kunnen worden door je lichaam; 95% zou maar liefst in het bloed opgenomen kunnen worden ten behoeve van lichaamsfuncties. Als je ontlasting veel vet bevat, dan kan dat duiden op een verstoorde vetvertering.
→ Bepaalde plantaardige oliën (zoals hennepolie, lijnzaadolie en raapzaadolie) bevatten het ontstekingsremmende ‘alfalinolzuur’, wat tot de omega 3-vetzuren behoord, en in olijfolie zit een stof met een vergelijkbare werking; ‘oleocanthal’. Zowel alfalinolzuur als oleocanthal werken in principe hetzelfde als aspirine en ibuprofen; dat wil niet zeggen dat ze acute hoofdpijn kunnen verhelpen, maar wel dat ze bij regelmatig (preventief) gebruik pijn kunnen verzachten – en ontstekingen kunnen remmen.
Wil jij je vage ‘onverklaarbare’ gezondheidsklachten leren herkennen, begrijpen en bestrijden – en je eet- en leefpatroon optimaliseren voor een klachtenvrije toekomst..?
IK HELP JOU OM TE GAAN LEREN LUISTEREN NAAR JE LICHAAM – EN OM JE KLACHTEN TE GAAN BEGRIJPEN, ZODAT JIJ (WEER) GRIP KRIJGT OP JE GEZONDHEID!
ZORG DAT JE NIETS MIST; VOLG ‘VOEDINGVOORJEBREIN.NL’ OP SOCIALE MEDIA!
Mineralen zijn, net als vitaminen, onmisbare stoffen voor ons lichaam; ze dragen onder andere bij aan groei, ontwikkeling – en een goede gezondheid in ’t algemeen. Vele processen in het lichaam zijn afhankelijk van mineralen. Een tekort aan bepaalde mineralen kan dan ook diverse vage ‘onverklaarbare’ klachten veroorzaken. Je lichaam kan zelf geen mineralen vormen, dus je zult ze uit voeding moeten halen. Jodium is één van de onmisbare mineralen voor het lichaam – en is met name van groot belang voor een goede werking van de schildklier. In dit artikel leg ik je uit wat de invloeden van dit mineraal op de gezondheid zijn, wat de gevolgen van een tekort kunnen zijn – en hoe je een tekort kunt voorkomen.
Functies van jodium
Jodium is een mineraal dat onmisbaar is voor je schildklier. Dit mineraal speelt namelijk een belangrijke rol bij de productie van schildklierhormonen, welke essentieel zijn voor goede groei, voor de stofwisseling – en voor de ontwikkeling van het zenuwstelsel.
Wist je dat jodium eigenlijk een zogeheten ‘spoorelement’ is..? Dat is een mineraal waar het lichaam relatief maar weinig van nodig heeft.
Bronnen van jodium
Jodium zit van nature in onder andere eieren, koemelk, schelpdieren, vis en zeewier. Omdat het Nederlandse eetpatroon gemiddeld weinig jodium-rijke voeding bevat, wordt het vaak toegevoegd aan voedingsproducten, waaronder aan bepaalde soorten brood.Ook is er speciaal gejodeerd zout te verkrijgen.
De aanbevolen dagelijkse hoeveelheid (ADH) jodium
Voor volwassenen is de dagelijkse aanbevolen hoeveelheid jodium 150 microgram per dag.
Een tekort aan dit mineraal kan ontstaan als je weinig (of geen) brood eet en/of als je weinig (of geen) gejodeerd zout gebruikt. Omdat de schildklier een grote voorraad aan jodium kan opslaan, wordt een tekort aan dit mineraal vaak pas laat opgemerkt. Intussen kan het echter zijn dat de schildklier al trager is gaan werken. Het gevolg van een traag-werkende schildklier is onder andere dat ook de stofwisseling trager gaat werken – en dat er ‘onverklaarbare’ gewichtstoename ontstaat. Een vertraagde stofwisseling kan bovendien leiden tot vage klachten als kouwelijkheid, obstipatie, stijfheid in gewrichten en/of spieren – en vermoeidheid. Ook kan de schildklier opzwellen; dat wordt ‘krop’ of ‘struma’ genoemd.
Een teveel aan jodium komt eigenlijk maar zelden voor, maar toch is het niet onmogelijk. Een teveel aan jodium kan de schildklier zodanig beïnvloeden dat het orgaan (veel) sneller gaat werken dan dat de bedoeling is, waardoor onder andere klachten als diarree, onverklaarbaar gewichtsverlies, hartkloppingen en nervositeit kunnen ontstaan.
Goed om te weten
→ Biologisch brood bevat geen bakkerszout – en dus geen jodium. Als je wilt weten of brood jodium bevat, richt je dan altijd op het lezen van etiketten – en zoek naar de termen ‘gejodeerd zout’ of ‘bakkerszout’, of vraag het rechtstreeks aan de bakker zelf.
→Mensen met een langdurig jodiumtekort en/of een schildklierafwijking zijn over het algemeen gevoeliger voor een relatief-hoge jodiuminname. Wees dus voorzichtig met het aanvullen van dit mineraal – en zorg voor een goede balans.
Wil jij je vage ‘onverklaarbare’ gezondheidsklachten leren herkennen, begrijpen en bestrijden – en je eet- en leefpatroon optimaliseren voor een klachtenvrije toekomst..?
IK HELP JOU OM TE GAAN LEREN LUISTEREN NAAR JE LICHAAM – EN OM JE KLACHTEN TE GAAN BEGRIJPEN, ZODAT JIJ (WEER) GRIP KRIJGT OP JE GEZONDHEID!
ZORG DAT JE NIETS MIST; VOLG ‘VOEDINGVOORJEBREIN.NL’ OP SOCIALE MEDIA!
Als je milieubewuster, smaakvoller en/of goedkoper wilt eten, dan zijn seizoensproducten een geweldige keuze. In dit artikel vertel ik je welke groenten en fruitsoorten de maand augustus te bieden heeft.
Seizoensgroenten van de maand augustus
Andijvie
Courgette
Doperwten
Kropsla
Paksoi
Pompoen
Postelein
Rucola
Snijbonen
Sperziebonen
Spinazie
Tuinbonen
Seizoensfruit van de maand augustus
Aardbeien
Abrikozen
Kersen
Kiwi
Mango
Perzik
Goed om te weten
→ Het eten van groenten en fruit buiten het seizoen vergt veel energieverbruik; de kassen waarin de producten geteeld worden, moeten namelijk verwarmd en verlicht worden. Bovendien moeten de producten uit het buitenland geïmporteerd (en dus ook geconserveerd) worden. Als je producten uit het seizoen (en van eigen bodem) eet, ben je dus heel milieubewust bezig.
→ Naast het feit dat je milieubewust bezig bent, ben je vanwege dezelfde bovenstaande redenen ook goedkoper uit als je voor seizoensproducten kiest; daarmee is het kopen van seizoensproducten één van de gezonde budgetproof boodschappentips.
Vond je dit artikel interessant..? Dan zou ik het leuk vinden als je dat in de reacties wilt laten weten!
IK HELP JOU OM TE GAAN LEREN LUISTEREN NAAR JE LICHAAM – EN OM JE KLACHTEN TE GAAN BEGRIJPEN, ZODAT JIJ (WEER) GRIP KRIJGT OP JE GEZONDHEID!
ZORG DAT JE NIETS MIST; VOLG ‘VOEDINGVOORJEBREIN.NL’ OP SOCIALE MEDIA!
Jouw gezondheid is grotendeels afhankelijk van een gezonde balans tussen de zogeheten ‘antioxidanten’ en ‘vrije radicalen’; hoe dat precies zit – en hoe je zorgt voor die gezonde balans, dat leg ik je allemaal uit in dit artikel.
Vrije radicalen
Vrije radicalen is een soort verzamelnaam voor allerlei indringers in het lichaam, welke (behoorlijke) schade aan kunnen richten als ze met z’n velen zijn en/of als ze zich op ongewenste plekken in het lichaam bevinden. Vrije radicalen kunnen de overhand krijgen bij langdurige blootstelling aan stress, maar ook door te roken, door alcohol te drinken, door ongezonde voeding te nuttigen en/of door te lang in de zon te liggen kan de gezondheid uit balans raken onder invloed van deze indringers.
Als schadelijke stoffen onze cellen beschadigen, dan spreken we van ‘oxidatieve stress’. Oxidatieve stress kan op langere termijn een negatief effect hebben op het verouderingsproces, en het kan bovendien het risico op onder andere hart- en vaatziekten, zenuwbeschadigingen en kanker vergroten.
Vrije radicalen zijn niet geheel te vermijden, en ze zullen dan ook altijd in het lichaam aanwezig zijn. Het lichaam maakt zelf ook vrije radicalen aan; bij de verbranding van koolhydraten, vetten en eiwitten wordt namelijk zuurstof gebruikt, en de afvalstoffen die daarbij vrijkomen, dat zijn ook vrije radicalen.
Dat we nooit geheel vrij van radicalen zullen zijn, dat is eigenlijk helemaal niet zo erg. In sommige gevallen zijn de radicale indringers zelfs best handig; het lichaam kan ze bijvoorbeeld gebruiken om onder andere ongewenste bacteriën te doden – en op te ruimen. Een te veel aan vrije radicalen kan echter wel schadelijk zijn. Het is voor je gezondheid dus raadzaam om de hoeveelheid vrije radicalen zo veel mogelijk te beperken – en tegelijkertijd te zorgen dat je voldoende antioxidanten binnenkrijgt.
Antioxidanten
‘Antioxidanten’ is een verzamelnaam voor diverse (bioactieve) stoffen.
Antioxidanten zijn de reddende engeltjes als het gaat om de gezondheid; ze beschermen cellen door overtollige vrije radicalen op te ruimen – en houden de boel zo in evenwicht.
9 voedingsmiddelen die veel antioxidanten bevatten
Antioxidanten zitten in veel voedingsproducten, maar een aantal producten bevatten er relatief veel van;
Blauwe bessen
Broccoli
Pure chocolade (van minimaal 70% cacao)
Knoflook
Ongebrande (en onbewerkte) noten
Provençaalse kruiden
Sinaasappels
Spinazie
Wortelen
Goed om te weten
→ Een overschot aan antioxidanten kan zorgen voor een zogenaamd ‘pro-oxidanten-effect’, waarbij de antioxidanten hun werking verliezen – en zelfs een negatieve invloed kunnen hebben op de gezondheid. Wees dus voorzichtig met het innemen van grote hoeveelheden antioxidanten in de vorm van supplementen.
→ Antioxidanten worden regelmatig gebruikt als (synthetische) hulpstoffen (E-nummers) in voedingsmiddelen; zo kun je onder andere vitamine C (ascorbinezuur / E300), diverse vitamine E-verbindingen (E306, E307, E308, etc.) en bepaalde zouten uit ascorbinezuur (E301 en E304) terugvinden op verpakkingen. Antioxidanten worden onder andere als hulpmiddel gebruikt om verkleuring van bepaalde producten tegen te gaan en/of om de houdbaarheid van een product te vergroten.
E-nummers hoeven dus niet per definitie slecht te zijn.
Vond je dit artikel interessant..? Ik zou het leuk vinden als je ’t in de reacties wilt laten weten als je iets aan dit artikel hebt gehad!
IK HELP JOU OM TE GAAN LEREN LUISTEREN NAAR JE LICHAAM – EN OM JE KLACHTEN TE GAAN BEGRIJPEN, ZODAT JIJ (WEER) GRIP KRIJGT OP JE GEZONDHEID!
zorg dat je niets mist; volg ‘voedingvoorjebrein.nl’ op SOCIALE MEDIa!
Vitamine A, ook wel retinol genoemd, is een belangrijke vitamine voor ons lichaam. Deze vitamine zorgt er onder andere voor dat we kunnen zien in het donker, maar doet nog zó veel meer ten behoeve van jouw gezondheid. Een tekort aan deze vitamine kan dan ook tal van vage ‘onverklaarbare’ gezondheidsklachten veroorzaken. In dit artikel leg ik je uit hoe je een tekort aan vitamine A herkent – en hoe je er gemakkelijk voor kunt zorgen dat je er voortaan voldoende van binnenkrijgt.
…een gezonde huid, gezond haar én gezond tandvlees;
…de opbouw van cellen in de luchtpijp en in de longen;
…het functioneren van de ogen; het zorgt ervoor dat je ogen zich kunnen aanpassen aan duisternis, zodat je in het donker wat kunt zien.
Bronnen van vitamine A
Deze vitamine komt van nature voor in dierlijk weefsel – en zit onder andere in eidooiers, (rauwe) melk(producten), orgaanvlees (met name lever en niertjes), paardenbloemen, raapstelen, tuinkers, vette vis en zuring. Ook levertraan is rijk aan vitamine A.
Bètacaroteen
Wist je dat je lichaam ook zelf vitamine A kan aanmaken..?
Hoewel deze vitamine van nature in dierlijk weefsel zit, kan het indirect ook uit plantaardige voeding gehaald worden; namelijk door middel van bètacaroteen.
Bètacaroteen is een antioxidant – en kan door je lichaam omgezet worden in vitamine A. Bètacaroteen zit onder andere in fruit (met name abrikozen en cantaloupe-meloen) en groenten (met name broccoli, chilipepers, doperwten, groene bladgroenten (zoals boerenkool en spinazie), pompoen, wortelen en zoete aardappel).
De aanbevolen dagelijkse hoeveelheid (ADH) retinol
De aanbevolen orthomoleculaire dagelijkse hoeveelheid vitamine A voor vrouwen is 700 microgram, voor zwangere vrouwen 800 microgram – en voor mannen 900 microgram.
Symptomen van een tekort aan vitamine A zijn onder andere verlies van eetlust, dof haar, een droge huid, nachtblindheid, ontstoken oogleden en slijmvliesontstekingen.
Hoewel een tekort aan een bepaalde voedingsstof vele vage ‘onverklaarbare’ klachten kan veroorzaken, is een teveel aan een bepaalde voedingsstof in de meeste gevallen ook niet gezond.
Retinol wordt opgeslagen in de lever. Een teveel aan deze vitamine wordt echter gedeeltelijk opgeslagen in vetweefsel – en kan daardoor leiden tot vergiftiging. Op langere termijn kun je van een teveel aan deze vitamine last krijgen van problemen met je botten, je huid en/of je ogen – en vermoeidheid. Ook op korte termijn kan een teveel aan deze vitamine gevolgen hebben; het kan leiden tot acute (vage) klachten als duizeligheid, hoofdpijn, huidproblemen en misselijkheid.
Een goede balans is dus wenselijk.
Van een teveel aan bètacaroteen zijn overigens geen schadelijke gevolgen bekend.
Goed om te weten
Vitamine A is een in-vet-oplosbare vitamine. Als je deze vitamine als supplement slikt, kun je het dus ’t beste innemen tijdens een vetrijke maaltijd; dan wordt de vitamine beter opgenomen.
Wil jij je vage ‘onverklaarbare’ gezondheidsklachten leren herkennen, begrijpen en bestrijden – en je eet- en leefpatroon optimaliseren voor een klachtenvrije toekomst..?
IK HELP JOU OM TE GAAN LEREN LUISTEREN NAAR JE LICHAAM – EN OM JE KLACHTEN TE GAAN BEGRIJPEN, ZODAT JIJ (WEER) GRIP KRIJGT OP JE GEZONDHEID!
ZORG DAT JE NIETS MIST; VOLG ‘VOEDINGVOORJEBREIN.NL’ OP SOCIALE MEDIA!
Mineralen zijn, net als vitaminen, onmisbare stoffen voor ons lichaam; ze dragen onder andere bij aan groei, ontwikkeling – en een goede gezondheid in ’t algemeen. Vele processen in het lichaam zijn afhankelijk van mineralen. Een tekort aan bepaalde mineralen kan dan ook diverse vage ‘onverklaarbare’ klachten veroorzaken. Je lichaam kan zelf geen mineralen vormen, dus je zult ze uit voeding moeten halen. Calcium is één van de onmisbare mineralen voor het lichaam. In dit artikel leg ik je uit hoe dit mineraal onder andere bijdraagt aan een sterk gebit en stevige botten – en hoe je zorgt dat je er voldoende van binnenkrijgt.
Functies van calcium
Calcium heeft een aantal belangrijke functies; het…
… speelt een belangrijke rol bij de bloedstolling, de samentrekking van spieren – en bij het doorgeven van zenuwimpulsen;
… is nauw betrokken bij de opname – en de uitscheiding van kalium, magnesium, en natrium;
… is onmisbaar voor een goede opbouw en instandhouding van zowel het gebit als het skelet; het zorgt in combinatie met fosfor voor de nodige stevigheid.
Bronnen van calcium
Door middel van zweten, verlies je veel calcium. Dit mineraal is echter makkelijk aan te vullen door middel van voeding; je vindt het onder andere in broccoli, granen, groene bladgroenten (o.a. postelein en spinazie), kelp, koolsoorten, noten, peulvruchten, sardines, sesamzaad, vijgen, zeewier en zuivel (met mate).
De aanbevolen dagelijkse hoeveelheid (ADH) calcium
De aanbevolen dagelijkse hoeveelheid calcium voor volwassenen t/m 50 jaar is 1 gram.
Hoewel de kans op een teveel aan dit mineraal vanuit voeding nihil is, kan het gebruik van calciumtabletten wel risicio’s met zich meebrengen. Een teveel aan dit mineraal kan onder andere leiden tot hart- en vaatziekten, urinewegstenen – en/of verkalking van bloedvatwanden en/of de nieren.
Bij een (langdurig) tekort aan dit mineraal kunnen klachten ontstaan als stoornissen in de bloedstolling, botontkalking (osteoporose), botverweking (osteomalacie) en spierkrampen.
Goed om te weten
→ Vitamine D stimuleert de opname van calcium uit je darmen. Zonder vitamine D kan het mineraal zelfs helemaal niet worden opgenomen.
→ Alcohol, cafeïne en zout verhogen de uitscheiding van calcium in de urine.
→ Oxaalzuur-bevattende groenten, zoals rabarber en spinazie, verminderen de opname van calcium; dat geldt overigens ook voor voedingsvezels.
→ Ook voeding met een relatief-hoge hoeveelheid aan de zogeheten stof ‘fytaat’, een stof die voorkomt in volkoren graanproducten, vermindert de opname van calcium. De stof bindt belangrijke mineralen, waaronder dus calcium, aan zich, waardoor het je lichaam onmogelijk gemaakt wordt om het nog te kunnen opnemen.
→ Vetrijke voeding maakt calcium onoplosbaar.
→ Veganisten lopen een groter risico om een tekort aan dit mineraal op te lopen.
→ De botten van vrouwen worden minder sterk na de menopauze door hormonale veranderingen, waardoor calcium minder goed opgenomen kan worden in het bloed – en er botontkalking kan ontstaan. Het is voor vrouwen na hun menopauze extra van belang dat de verhouding tussen calcium, fosfor en vitamine D in balans is.
→ Rennies (tabletjes tegen maagzuur) bevatten veel calciumcarbonaat; bij langdurig gebruik daarvan is het risico op een teveel aan calcium groot.
→ Als bereidingsadvies geldt dat je ’t beste zo min mogelijk water kunt gebruiken tijdens het koken. Mineralen zijn in principe bestand tegen verhitting, maar er kan wel verlies optreden bij het oplossen in (kook)vocht.
Wil jij je vage ‘onverklaarbare’ gezondheidsklachten leren herkennen, begrijpen en bestrijden – en je eet- en leefpatroon optimaliseren voor een klachtenvrije toekomst..?
IK HELP JOU OM TE GAAN LEREN LUISTEREN NAAR JE LICHAAM – EN OM JE KLACHTEN TE GAAN BEGRIJPEN, ZODAT JIJ (WEER) GRIP KRIJGT OP JE GEZONDHEID!
ZORG DAT JE NIETS MIST; VOLG ‘VOEDINGVOORJEBREIN.NL’ OP SOCIALE MEDIA!
Hoe bruiner het brood, hoe gezonder..? Dat is niet helemaal waar. Niet alleen de graansoort, maar ook het soort meel en de bereiding bepalen namelijk hoe veel voedingsstoffen het desbetreffende brood bevat. Bruin brood is dus niet per definitie gezond of gezonder; hoe dat precies zit – en in hoeverre dat van belang is met betrekking tot vage ‘onverklaarbare’ gezondheidsklachten, leg ik je in dit artikel uit.
Van graankorrel tot brood
Om de verschillen tussen soorten brood duidelijk te maken, is het noodzakelijk om bij het begin beginnen; de graankorrel.
Brood wordt gemaakt van granen. Er zijn verschillende graansoorten, zoals gerst, haver, maïs, rogge, spelt en tarwe, en iedere graansoort levert eigen graankorrels. Alle graankorrels bestaan uit drie onderdelen.
Onderdelen van de graankorrel:
De zemel (het vliesje)
De meelkern
De kiem
De meeste mineralen, vitaminen en voedingsvezels zitten in de zemel; in de buitenste laag van de graankorrel dus. De kiem bevat, naast vitaminen en mineralen, ook gezonde vetten. De meelkern bevat eiwitten, maar bestaat voornamelijk uit koolhydraten en voedingsvezels.
Het verschil tussen bloem en meel
Volkorenmeel is eigenlijk niets meer of minder dan grof-vermalen graankorrels. Vaak bevat volkorenmeel zelfs nog hele- of halve graankorrels.
Bloem bestaat uitsluitend uit het binnenste gedeelte van de graankorrel; de meelkern. De zemelen en de kiemen worden uit het volkorenmeel gezeefd – en wat overblijft, dat is bloem.
Meel is een combinatie (meestal in de verhouding 50/50) van bloem en volkorenmeel.
Er zijn dus in principe 3 verschillende soorten meel; bloem, ‘gewone’ meel en volkorenmeel, welke allemaal van elke willekeurige graansoort kunnen zijn.
Verschillende soorten brood
Wit brood
Wit brood wordt gemaakt van bloem; de meeste mineralen, vitaminen en vezels zijn bij het maken daarvan dus verloren gegaan.
Wit brood kan overigens gemaakt worden met melk en/of water.
Bruin brood
Bruin brood, oftewel tarwebrood, wordt gemaakt van meel (bloem en volkorenmeel dus). Een bruine boterham bevat dus meer mineralen, vitaminen en vezels dan een witte boterham.
Volkoren brood
Volkoren brood wordt gemaakt van volkorenmeel; van de hele graankorrel dus. Er wordt helemaal niets uit volkorenmeel gezeefd, en het bevat daarom ook meer mineralen, vitaminen en vezels dan zowel wit- als bruin brood; daardoor valt volkoren brood onder de zogeheten ‘langzame koolhydraten‘.
Meergranenbrood
De naam zegt het eigenlijk al. Meergranenbrood is gemaakt van meerdere soorten graankorrels, waardoor het over het algemeen meer smaak heeft dan andere soorten broden. Meergranenbrood kan echter gemaakt worden van volkorenmeel, maar ook net zo goed van bloem. Hoe veel mineralen, vitaminen en vezels het bevat, dat is dus per meergranenbrood verschillend – en enkel te bepalen aan de hand van een ingrediëntenlijst.
Speltbrood
Speltbrood is gemaakt van speltgraankorrels. Speltbrood kent meerdere varianten, zoals wit speltbrood, bruin speltbrood, volkoren speltbrood en meergranenspeltbrood. De verschillende varianten verschillen qua samenstelling en bereiding niet veel van tarwebroden. Spelt staat er wel om bekend dat het makkelijker te verteren is. Spelt is overigens ook wat pittiger van smaak.
Zuurdesembrood
Bij het maken van brood zijn vier ingrediënten in principe onmisbaar; meel, water, zout – én een middel dat het brood laat rijzen. In de meeste gevallen is het rijsmiddel gist, behalve bij zuurdesembrood. Bij het maken van zuurdesembrood wordt een soort ‘desempapje’ gebruikt; dat is een papje van bloem of meel met water. Door de azijnzuurbacteriën, de melkzuurbacteriën en de natuurlijke gisten (in de juiste verhoudingen) in het papje de tijd te geven, ontstaat er na enige tijd een soort ‘zuur deeg’; dat proces heet spontane fermentatie. Het zure deeg kan vervolgens gebruikt worden als rijsmiddel om zuurdesembrood mee te bakken.
Maïsbrood
Maïsbrood is een meergranenbrood. Door de toevoeging van maïsmeel krijgt maïsbrood een gelige kleur. De verdere samenstelling is, net als bij meergranenbrood, verschillend per soort – en dus enkel te bepalen aan de hand van een ingrediëntenlijst.
Roggebrood
Roggebrood is eigenlijk geen echt brood, hoewel het ook van een bepaalde graansoort wordt gemaakt (rogge). Naast dat de geur, de kleur, de smaak en de structuur van roggebrood sterk verschillen van alle andere broodsoorten, zit het grootste verschil ‘m in de bereiding. Roggebrood wordt als het ware niet gebakken, maar gegaard; daardoor is het vrij compact en vochtig – en bevat het geen korst. Bij de bereiding van roggebrood kan zowel gist als zuurdesem gebruikt worden. De duur van het garen en de exacte samenstelling is per soort verschillend; dat is afhankelijk van regionale recepten. Grofweg zijn er drie soorten te onderscheiden; Gelders roggebrood, Noordelijk roggebrood (uit regio Friesland-Groningen) en Zuidelijk roggebrood (uit regio Brabant-Limburg). Het aantal voedingsstoffen is per soort verschillend – en dus ook enkel te bepalen aan de hand van een ingrediëntenlijst. Wel bevat in principe ieder soort relatief veel vezels en ijzer.
Let op: bij sommige soorten wordt/worden naast rogge, ook tarwemeel en/of toegevoegde suikers gebruikt.
Goed om te weten
→ Maar liefst 80% van de mensen heeft een tekort aan voedingsvezels, wat kan leiden tot diverse vage ‘onverklaarbare’ gezondheidsklachten.
→ ‘Bruin’ brood kan zijn bruine kleur verkregen hebben door gebrande mout; dat is een smaakmaker. In feite is bruin brood soms gewoon wit brood met een kleurtje.
→ Om brood zachter, luchtiger en langer houdbaar te maken, worden vaak enzymen, melkeiwitten, suikers en vetten toegevoegd aan het deeg.
→ Volkoren brood mag alleen volkoren heten als er daadwerkelijk 100% volkorenmeel is gebruikt bij de bereiding; dat is overigens alleen het geval bij brood.
→ Granen bestaan voor 15% uit eiwit. Gluten is een verzamelnaam voor een bepaald soort eiwit in bepaalde soorten granen. Sommige mensen hebben een intolerantie (of overgevoeligheid) voor gluten; dat wordt coeliakie genoemd.
Goed om te onthouden
→ Niet alleen de graansoort, maar ook het soort meel, de bereiding en de (onnodige) toevoegingen bepalen hoe veel voedingsstoffen het desbetreffende brood bevat – en wat dus de invloed is op jouw gezondheid.
→ (Donker)Bruin brood is niet altijd per definitie gezond of gezonder.
→ Volkorenmeel bevat de meeste mineralen, vitaminen en voedingsvezels.
Wil jij je vage ‘onverklaarbare’ gezondheidsklachten leren herkennen, begrijpen en bestrijden – en je eet- en leefpatroon optimaliseren voor een klachtenvrije toekomst..?
IK HELP JOU OM TE GAAN LEREN LUISTEREN NAAR JE LICHAAM – EN OM JE KLACHTEN TE GAAN BEGRIJPEN, ZODAT JIJ (WEER) GRIP KRIJGT OP JE GEZONDHEID!
ZORG DAT JE NIETS MIST; VOLG ‘VOEDINGVOORJEBREIN.NL’ OP SOCIALE MEDIA!
Vitamine K, oftewel fyllochinon, kent 2 varianten, en hoewel je lichaam de één zelf kan aanmaken, is dat niet voldoende. Deze vitamine dien je door middel van voeding aan te vullen, want anders kunnen er vervelende vage ‘onverklaarbare’ klachten ontstaan. In dit artikel leg ik je uit hoe je een tekort aan fyllochinon herkent – en herstelt.
Vitamine K1 en vitamine K2
Vitamine K kent 2 soorten;
Vitamine K1 (fytomenadion)
Vitamine K2 (menachinon)
Vitamine K1 is de soort die je in voeding terugvindt.
Vitamine K2 vind je deels terug in voeding, maar wordt voornamelijk door het lichaam zelf aangemaakt.
Een combinatie van beiden soorten is van belang voor de juiste (totale) hoeveelheid van deze vitamine in het lichaam.
Functies van vitamine K
Vitamine K kent niet alleen 2 soorten, maar heeft ook 2 hele belangrijke functies met betrekking tot de gezondheid; het…
…draagt bij aan een goede bloedstolling;
…speelt een belangrijke rol bij de aanmaak van botten.
Bronnen van vitamine K
Vitamine K1 zit in voeding, waarvan voornamelijk in eieren, fruit, granen, groenten (met name broccoli, groene bladgroenten en koolsoorten), (rauwe) melk(producten), plantaardige oliën en vlees.
Vitamine K2 zit maar beperkt in voeding (in kleine hoeveelheden in eigeel, kaas en lever), maar wordt voornamelijk aangemaakt door speciale bacteriën in de darmen.
Hoewel je lichaam dus zelf vitamine K(2) aan kan maken, is dat niet voldoende. Vitamine K(1) uit voeding is noodzakelijk!
De aanbevolen dagelijkse hoeveelheid (ADH) fyllochinon
Er is in Nederland geen officiële ADH vastgesteld voor vitamine K, maar een hoeveelheid van 70 mg per dag is een goede richtlijn. Het advies is om niet meer dan 100 microgram van deze vitamine per dag binnen te krijgen.
Mensen bij wie een deel van de darm is verwijderd en/of mensen die een probleem hebben met de vetvertering, lopen een vergroot risico op een tekort aan deze vitamine.
Een tekort aan deze vitamine kan leiden tot bloedingen, een vertraagde bloedstolling en/of slechte wondgenezing.
Goed om te weten
→ Ook door langdurig gebruik van antibiotica kan er een tekort aan deze vitamine ontstaan; de bacteriën die normaal gesproken zorgen voor de aanmaak van vitamine K2, worden door antibiotica gedood.
→ Vitamine K is een in-vet-oplosbare vitamine – en kan in het lichaam dus beter opgenomen worden in combinatie met een (gezonde) vetrijke maaltijd.
→ Deze vitamine is goed bestand tegen verhitting. Bij het koken van voeding waar vitamine K1 in zit, gaan de vitaminen niet verloren.
Wil jij je vage ‘onverklaarbare’ gezondheidsklachten leren herkennen, begrijpen en bestrijden – en je eet- en leefpatroon optimaliseren voor een klachtenvrije toekomst..?
IK HELP JOU OM TE GAAN LEREN LUISTEREN NAAR JE LICHAAM – EN OM JE KLACHTEN TE GAAN BEGRIJPEN, ZODAT JIJ (WEER) GRIP KRIJGT OP JE GEZONDHEID!
ZORG DAT JE NIETS MIST; VOLG ‘VOEDINGVOORJEBREIN.NL’ OP SOCIALE MEDIA!
Zout is waarschijnlijk de meest bekende smaakmaker; het zit immers in veel producten. Maar wist je dat er verschillende soorten zout bestaan – en dat die verschillen het verschil kunnen maken voor jouw gezondheid..? In dit artikel leg ik je uit welke soorten er van deze smaakmaker zijn – en in hoeverre dat van belang kan zijn bij vage ‘onverklaarbare’ gezondheidsklachten.
Een bron van natrium
Zout bestaat grotendeels uit natrium; een mineraal dat een belangrijke rol speelt bij onder andere de bloeddruk en de vochthuishouding. In combinatie met kalium is natrium ook verantwoordelijk voor het doorgeven van prikkels en het samentrekken van spieren.
De aanbevolen dagelijkse hoeveelheid (ADH) zout
Uit onderzoek blijkt dat de gemiddelde mens al snel boven de aanbevolen hoeveelheid zout zit.
De aanbevolen dagelijkse hoeveelheid (ADH) zout voor volwassen is maximaal 6 gram; voor natrium is dat 2,4 gram.
Het eten van te veel zout kan leiden tot een hoge bloeddruk – en daarmee problemen met hart en vaten; daarnaast kan je vochthuishouding uit balans raken – en de werking van (spier)cellen afnemen. Een dagelijks te hoge inname van natrium kan overigens ook leiden tot onder andere botontkalking, nierproblemen en vochtophoping. Bij een overschot aan natrium is het, naast bewust te kiezen voor een bepaalde soort zout, ook raadzaam om überhaupt te minderen met deze smaakmaker.
Een tekort aan zout is echter ook zeker niet gunstig; dan droog je uit. De kans op een tekort aan deze smaakmaker is overigens klein, maar kan bijvoorbeeld ontstaan door langdurige diarree, zware lichamelijke inspanning en/of sporten onder tropische omstandigheden.
Verschillende soorten zout
Tafelzout / keukenzout(39,1% natrium)
Tafelzout, ook wel keukenzout genoemd, is het meest bewerkte zout van alle soorten; dat houdt in dat er niet veel mineralen meer over zijn gebleven. Aan tafelzout worden een antiklontermiddel en jodium toegevoegd.
Jodium is een mineraal dat heel belangrijk is voor de productie van schildklierhormonen. Een tekort aan jodium leidt indirect tot onder andere problemen met de stofwisseling. Bij kinderen kan een tekort aan jodium zelfs leiden tot een groeiachterstand. In Nederland zit er van nature niet veel jodium in onze voeding; vandaar dat het dus wordt toegevoegd aan onder andere tafelzout.
Zeezout (38,3% natrium)
Zeezout lijkt (chemisch gezien) heel erg op tafelzout. Zeezout is echter vaak een stuk grover qua structuur. Het grootste verschil zit in de winning van zeezout, wat invloed heeft op de smaak. Afhankelijk van het gebied waar het zeezout gewonnen wordt, kan het (sporen van) kalium, ijzer en/of zink bevatten, maar ook sporen van zware metalen, zoals lood. De aanwezigheid van zware metalen komt voornamelijk door vervuiling van de zee. Milieubewust leven is dus ook indirect van belang voor de gezondheid.
Himalayazout (36,8% natrium)
Himalayazout dankt de naam aan de plek waar het gewonnen wordt; namelijk uit de uitlopers van het Himalaya-gebergte in Pakistan. Himalayazout is een zogenaamd steenzout. Je hebt vast wel eens van zoutstenen gehoord; ze worden namelijk ook vaak gebruikt ter decoratie, zoals het geval is bij zoutlampen.
Himalayazout bevat minder natrium dan tafelzout en zeezout. Naast natrium, bevat himalayazout ook de mineralen calcium, kalium, magnesium en ijzer. Het ijzer (of eigenlijk de ijzeroxide) veroorzaakt de roze kleur. Het verschilt overigens per persoon of je verschil proeft tussen Himalayazout en gewoon tafelzout.
Keltisch (zee)zout (33,8% natrium)
Keltisch (zee)zout bevat het minste natrium van alle soorten zout over de hele wereld. Keltisch (zee)zout wordt gewonnen uit ondiepe ‘zure kleimoerassen’ in de Guérande-streek in Bretagne (Frankrijk), die via een heus kanalenstelsel gevuld worden met zeewater uit de Atlantische Oceaan. Voordat het zout handmatig gewonnen kan worden, gaat er een proces van neutralisatie (door de zure klei) en verdamping (door de zon) aan vooraf. Keltisch (zee)zout wordt niet bewerkt na de winning – en wordt zelfs niet gewassen; daardoor blijven alle (ruim 70 soorten) mineralen intact.
Er zijn twee soorten Keltisch (zee)zout;
Fleur de sel (bloem van het zout)
Dit is de bovenste witte laag fijn-gekristalliseerd zout. Deze laag is minder in aanraking gekomen met het neutraliserende klei, bevat iets meer natrium – en iets minder andere mineralen en spoorelementen dan de onderste laag, maar is wel exclusiever (en duurder) omdat deze witte laag relatief dun is.
Sel gris (grijs zout)
Dit is de onderste laag Keltisch (zee)zout. Deze laag bevat meer mineralen en spoorelementen – en iets minder natrium dan dan de bovenste laag.
Zoals je hebt kunnen lezen, zit er nogal wat verschil in de verschillende soorten zout. Niet alleen de hoeveelheid, maar dus ook de kwaliteit van de smaakmaker kunnen bepalend zijn voor je gezondheid – en invloed hebben op vage ‘onverklaarbare’ gezondheidsklachten.
Goed om te weten
Mocht je (vanaf nu) geen gewoon tafelzout (meer) gebruiken; zorg dan dat je wel genoeg jodium binnen krijgt via andere voedingsbronnen.
Jodium zit onder andere in het meeste brood (met uitzondering van bijvoorbeeld biologisch brood en zelfgebakken brood), maar ook in schaal- en schelpdieren – en vis.
In Keltisch (zee)zout zit overigens ook een kleine hoeveelheid jodium; die hoeveelheid is echter zo klein dat je daar nooit de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid van binnen zal kunnen krijgen.
Wil jij je vage ‘onverklaarbare’ gezondheidsklachten leren herkennen, begrijpen en bestrijden – en je eet- en leefpatroon optimaliseren voor een klachtenvrije toekomst..?
IK HELP JOU OM TE GAAN LEREN LUISTEREN NAAR JE LICHAAM – EN OM JE KLACHTEN TE GAAN BEGRIJPEN, ZODAT JIJ (WEER) GRIP KRIJGT OP JE GEZONDHEID!
ZORG DAT JE NIETS MIST; VOLG ‘VOEDINGVOORJEBREIN.NL’ OP SOCIALE MEDIA!
Op dit moment ben ik afwezig in verband met zwangerschapsverlof – en liggen al mijn diensten dus tijdelijk stil.
Ik hoop vanaf de zomer 2026 weer beschikbaar te zijn voor alle hulpvragen rondom vage ‘onverklaarbare’ gezondheidsklachten in relatie tot voeding en leefstijl. In de tussentijd blijven mijn informatieve artikelen op mijn website online staan – en zijn ook de cursus ‘Gezond(e) boodschappen doen’ en het werkboek ‘Klachten-in-kaart’ gewoon te bestellen. Eventuele vragen zal ik dus echter momenteel niet beantwoorden.
Disclaimer: ervaar je dusdanige heftige klachten dat je dagelijks leven ernstig wordt gehinderd, dan raad ik je aan om niet langer te wachten – en hulp te zoeken bij een collega (denk aan orthomoleculair therapeuten, voedingsdeskundigen, natuurgeneeskundigen, etc.) – of via je huisarts.